| |
Week van: 16 t/m 22 November 2003
|
| Ik heb slechts weinig
over Raymond Franz gehoord, dat hij het WTG verlaten heeft
en uitgesloten is. Kun je details hierover geven en is hij
volgens jou, niet het WTG, nu een afvallige? |
|
|
| Ray Franz was de neef van Fred Franz, de
4de President van het Wachttorengenootschap. Hij was zo'n
tien jaar lang een lid van het Besturend Lichaam. Hij verliet
de organisatie in de vroege 1980'er jaren doordat hij in diverse
zaken niet meer op één lijn zat met het Wachttorengenootschap.
Later schreef hij een paar boeken over zijn ervaringen, waarin
hij zijn persoonlijke kijk op wat er fout gaat binnen het
Genootschap vanuit het perspectief van een insider beschrijft.
In grond der zaak blijkt dat Ray Franz gestruikeld is
over enkele van de foute zienswijzen en leerstellingen van
de organisatie. Franz is een droevig figuur, doordat het
lijkt alsof hij niet veel geloof in Jehovah bezat, ondanks
dat hij duidelijk een heldere geest had voor de grondbeginselen
van de waarheid. Als gevolg hiervan was het voor hem onmogelijk
om de zaken die hij als tekortkomingen zag in de waarheid
met zijn eigen magere geloof in overeenstemming te brengen.
Hij ervoer daardoor zijn zogenoemde gewetensconflict.
Ironisch genoeg heeft Ray Franz een soort "anti-cult"
gevolg ontwikkeld. Zijn schrijfsels raken een gevoelige
snaar bij vele vervreemde Jehovah's Getuigen. Hij wordt
geprezen als een grote Christelijke
martelaar door de Jezus-is-God schare.
Natuurlijk heeft de mening van mensen, inclusief de mijne,
geen enkele invloed op Jehovah's verheven oordeel. De mening
van God is feitelijk de enige die er iets toe doet. Dus,
wat is Gods kijk op zulke mannen? Zijn zij afvalligen? De
50ste Psalm lijkt Jehovah's rechterlijke beslissingen in
deze kwestie precies te beschrijven.
Onze God zal komen en kan onmogelijk het stilzwijgen
bewaren.
Vóór hem uit verslindt een vuur,
En rondom hem is het buitengewoon stormachtig weer geworden.
Hij roept tot de hemel daarboven en tot de aarde,
Om gericht te houden over zijn volk:
"Vergadert mij mijn loyalen,
Die mijn verbond sluiten over slachtoffer."
En de hemel vertelt van zijn rechtvaardigheid,
Want God zelf is Rechter.
De Psalm beschrijft Jehovah God die zijn lange stilzwijgen
verbreekt, komend in een stormwind om zijn volk te oordelen.
Na zijn loyalen gezegd te hebben naar voren te komen, degenen
die in een verbondsverhouding met God staan, uit Jehovah
verder zijn oordelen aan hen. Nadat hij zijn volk voor hun
ondankbaarheid getuchtigd heeft, verlegt God zijn aandacht
naar de niet loyale hypocrieten die denken Gods woord te
onderwijzen en hij zegt tot hen:
Maar tot de goddeloze zal God moeten zeggen:
"Wat voor recht hebt gij om mijn voorschriften op te sommen,
En mijn verbond in uw mond te nemen?
Zonder enige twijfel heeft Ray Franz gedacht dat hij Jehovah's
bepalingen heeft bekend gemaakt door zichzelf op te werpen
als een goed geïnformeerde Jehovah's Getuige en expert op
het gebied van Christus' koninkrijksverbond. In werkelijkheid
zien mensen als Franz echter alleen maar wat er fout is
en kunnen ze geen frisse geloofsversterkende geestelijke
inzichten uit Gods Woord verschaffen. Daarom zegt Jehovah
verder:
Zie, gij - gij hebt streng onderricht gehaat,
En gij blijft mijn woorden achter u werpen.
Wanneer gij ook maar een dief zaagt, waart gij zelfs ingenomen
met hem;
En uw deel was met overspelers.
In plaats van zijn innerlijke gewetensconcflict te aanvaarden
als Jehovah's middel om zijn geloof te louteren en hem te
tuchtigen, worden Franz en mensen zoals hij op twee manieren
deelgenoten met dieven en overspelers. Ten eerste geven
ze Jehovah's Getuigen die betrokken zijn bij onrecht rechtvaardiging
voor hun eigen ontrouw aan de waarheid. En ten tweede rusten
ze onze religieuze en wereldlijke vijanden toe met ammunitie
dat tegen Jehovah's Getuigen gebruikt kan worden. God vervolgt
zijn berisping door te zeggen:
Uw mond hebt gij laten gaan in slechtheid,
En uw tong laat gij aan bedrog verbonden blijven.
Gij zit neer en spreekt tegen uw eigen broeder,
Ten nadele van de zoon van uw moeder stelt gij een gebrek
aan de kaak.
Naar mijn mening is veel van wat Franz schrijft weinig
meer dan roddelbladpraat. Moet hij bewonderd of geprezen
worden omdat hij het vertrouwen dat zijn hoge ambt met zich
meebracht beschaamd heeft doordat hij details van privé-gesprekken
die hij voerde met zijn vertrouwde broeders op Bethel weggeeft?
Hij heeft zelfs vertrouwelijke memo's gepubliceerd waartoe
hij als gevolg van zijn positie toegang had. Jehovah verafschuwt
zulke trouweloosheid. Sommigen zouden kunnen veronderstellen
dat hij Jehovah's werk deed als een soort van gezalfde klokkenluider.
Dat is niet waar, daar Jehovah verder zegt:
Deze dingen hebt gij gedaan, en ik bewaarde het stilzwijgen.
Gij hebt u ingebeeld dat ik beslist wel zo zou worden als
gij.
Ik zal u terechtwijzen, en ik wil orde op zaken stellen
voor uw ogen.
Begrijpt dit, alstublieft, gij Godvergeters,
Opdat ik u niet verscheur zonder dat er ook maar een bevrijder
is.
Ondanks dat hij door vele ex-Jehovah's Getuigen en Trinitarische
evangelisten-types verheven wordt als een grote cult bevrijder,
heeft Jehovah een compleet andere kijk op de zaken. Volgens
de Bijbel zal Jehovah uiteindelijk zijn naam voor de wereld
heiligen. Jehovah's Getuigen zijn een centrale element van
Gods voornemen geweest en zullen dat in de toekomst ook
zijn. Ray Franz en zijn dicipelen hebben volledig vergeten
wat Jehovah's voornemen is. Ondanks dat Franz Jehovah's
bestaan niet rechtstreeks ontkent, wil hij ons laten geloven
dat Jehovah geen organisatie heeft en dat God niet bij machte
is om de zaken onder zijn volk recht te zetten. Zoals de
Psalm aangeeft, heeft Franz het lange stilzwijgen van God
verward met Jehovah's stilzwijgende goedkeuring van zijn
werk. Dat lijkt een fatale fout in de beoordeling van zijn
kant te zijn.
|
|
| Aangaande Daniël 8:11-13
en in gedachte houdend dat de leden van het Besturend Lichaam
erg oud zijn en steeds minder te maken heeft met het besturen
van het Wachttorengenootschap; is het mogelijk dat de produktie
van VN propaganda er bewijs van is dat het bestendige kenmerk
weggenomen is van de gezalfde getrouwe slaaf? Is het heerleger
zelf reeds overgegeven aan het walgelijke ding? … Wees alsjeblieft
niet te hard voor me als ik er helemaal naast zit. Ik wil
ons enkel situeren in de geschiedenis. |
|
|
| De sleutel tot het begrijpen van de profetie
van de koning met bars gelaat, is inzien dat de vervulling
plaatsvindt gedurende "de tijd van het einde." In het
17de vers zegt de engel: "Versta, o mensenzoon, dat het
visioen voor de tijd van het einde is." Het volgende
vers luidt: "Zie, ik doe u weten wat er op het laatst van
de openlijke veroordeling zal geschieden, want het is voor
de bestemde tijd van het einde."
Het Wachttorengenootschap leert natuurlijk dat we sinds
1914 in de "tijd van het einde" leven. Is er een
manier om te bepalen of dit juist is? Ja, door te redeneren
over enkele feiten kunnen we bepalen of dat wel of niet
waar is. Beschouw dat het woord dat in de Griekse Septuaginta
vertaling van de Hebreeuwse tekst wordt gebruikt en dat
in het Nederlands vertaald is met "tijd van het einde",
syntelia is. Dat is ook het woord dat Jezus gebruikte
en dat in de NWV met "besluit" is vertaald, als in "besluit
van het samenstel van dingen."
In het 13de hoofdstuk van Mattheüs gebruikte Jezus twee
verschillende illustraties om ons duidelijk te maken dat
het besluit een tijd van volledige scheiding van de rechtvaardigen
en onrechtvaardigen is. Het 49ste vers luidt: "Zo zal
het gaan in het besluit van het samenstel van dingen: de
engelen zullen uitgaan en de goddelozen uit het midden der
rechtvaardigen afscheiden en hen in de vuuroven werpen.
Daar zullen zij wenen en knarsetanden."
Het Wachttorengenootschap veronderstelt dat de profetische
illustratie reeds vervuld is, omdat Jehovah's Getuigen afgescheiden
zijn van de Christenheid. Als dat het geval is, hoe verklaren
we de aanwezigheid van de vele goddeloze mensen onder Jehovah's
Getuigen dan? Het Wachttorengenootschap is kennelijk los
van de realiteit, wanneer ze pochend zegt een organisatie
van geestelijke en morele reinheid te zijn.
Jezus wees erop dat de scheiding volledig zal zijn, net
zoals in Noachs dagen: "de een zal meegenomen en de ander
achtergelaten geworden." Daar het overduidelijk is dat
Jehovah's engelen nog niet ingegrepen hebben om de rechtvaardigen
van de onrechtvaardigen te scheiden, is het ook duidelijk
dat de besluitende tijd van het einde ook nog niet
begonnen is. Daarom wacht de profetie van Daniël een toekomstige
vervulling.
Maar, hoe kunnen we "onszelf situeren in de geschiedenis,"
zoals je het zelf uitdrukt?
Eén manier om onze plaats, gerelateerd aan de gevolgen,
te ontdekken, is door te beschouwen wat de verlichtende
engel Daniël zei in het 12de vers, waar hij zegt: "En
een heerleger zelf werd geleidelijk overgegeven, te zamen
met het bestendige kenmerk, wegens overtreding; en
hij bleef waarheid ter aarde werpen, en hij handelde en
had succes."
Het Wachttorengenootschap leert ons dat de "overtreding"
van de kant van de verontwaardigde koning komt. Die op eigenbelang
gestoelde interpretatie neemt echter niet in beschouwing
dat er een groot aantal profetieën zijn die Jehovah's volk
van overtreding beschuldigen en een toekomstige vertreding
van de geestelijke heilige plaats voorzeggen. Zoals op een
andere plaats
werd besproken, is Jesaja 29 bijvoorbeeld een parallelle
profetie die duidelijk van toepassing is op een toekomstige
vertreding. Het is daarom duidelijk dat de overtreding
komt van de zijde van het Christelijke heerleger van God.
Daar dit zo is, bestaat "de overtreding die verwoesting
veroorzaakt" ongetwijfeld uit het NGO compromis van
het Genootschap en andere bedriegelijke, wereldse betrekkingen,
tezamen met de afgodische verheerlijking van het Wachttorengenootschap
zelf.
Hoe zou die verwoesting plaats kunnen vinden? Volgens
de verdere uitleg van de engel uit de profetie, verderft
de koning met bars gelaat niet alleen de heiligen, maar
ook de zogenoemde "machtigen". Daniël 8:24 luidt:
"En zijn kracht moet machtig worden, maar niet door zijn
eigen kracht. En op verwonderlijke wijze zal hij verderf
stichten, en hij zal stellig succesvol blijken te zijn en
doeltreffend handelen. En hij zal machtigen werkelijk in
het verderf storten, ook het volk dat uit de heiligen bestaat."
(Voor een gedetailleerdere beschouwing, zie het essay: Een
Koning Met Bars Gelaat)
De verderving van de zonen van het koninkrijk gaat dus
hand in hand met de verderving van de machtigen van dit
samenstel. Wie kunnen deze "machtigen," die bestemd
zijn om verderft te worden, zijn? Kennelijk zijn zij de
democratische regeerders, alsook de vele financiële en commerciële
instellingen waaruit het huidige kapitalistische samenstel
bestaat. De koning met bars gelaat zal waarschijnlijk een
soort van wereldwijd, totalitair regime instellen, gelijkend
op het communisme.
Maar weinig mensen lijken zich te realiseren hoe kwetsbaar
het huidige samenstel is voor verderf. Beschouw eens enkele
relevante feiten: In de tientallen jaren nadat Hiroshima
en Nagasaki verwoest werden door atoombommen, werd een nucleaire
oorlog ondenkbaar geacht, omdat het te vernietigend
zou zijn. Echter, sinds 9-11 heeft de regering Bush zich
hard gemaakt voor de ontwikkeling en het gebruik van zogenoemde
mini-nukes
(kleine atoombommen). Enkele politieke waarnemers vrezen
dat de ontwikkeling van mini-nukes een gevaarlijk destabiliserend
effect op de wereld zal hebben. Tot deze afgelopen week
heeft de US Congress de ontwikkeling ervan verboden, maar
die wet is nu ingetrokken, waardoor de weg voor uiteindelijke
produktie en gebruik van zulke wapens in de oorlog tegen
terrorisme geopend is. Een oorlog uitvechten met gebruikmaking
van nucleaire wapens is niet langer ondenkbaar, maar maakt
feitelijk onderdeel uit van het nieuwe beleid van Amerika.
De andere kant van de medaille is dat de Verenigde Staten
extreem kwetsbaar is voor een terroristische aanval waarbij
massavernietigingswapens worden gebruikt. Het is echter
voldoende wanneer we stellen dat het gebruik van nucleaire
wapens door welke partij dan ook, de wereld op onvoorspelbare
wijze zal veranderen.
Nu de financiële kant van de zaak: de Verenigde Staten
heeft te maken met een enorm, onhoudbaar handelstekort
en nationale
schuld die gecombineerd een biljoen dollars per jaar
benadert. En niet alleen dat, maar schulden van bedrijven
en consumenten zijn ook gestegen tot een hoogtepunt. Het
aantal persoonlijke faillisementen
staat ook op de grootste hoogte allertijden. Sinds 9-11
heeft de Centrale Bank van de Verenigde Staten de rente
van leningen tot bijna nul verlaagd in een poging het op
de dollar leunende wereldwijde financiële stelsel van ineenstorting
te weerhouden. Maar, met de rentes nabij het nulpunt, is
het duidelijk dat de bankieren hun laatste kruit waarschijnlijk
verschoten hebben. Sommige economen
in GB waarschuwden er recentelijk voor dat een financiële
ineenstorting onontkoombaar is wanneer de rentes omhoog
gaan.
Gezien de onzekere toestand van het financiële stelsel
en de astronomische groei van beleggingen die bekend staan
als derivaten,
welke nu 's werelds BNP met een factor vijf overstijgt,
zal een onverwachte moord op een prominente leider, een
terroristische aanslag, of het gebruik van massavernietigingswapens
door de VS of Israël, of elk aantal onvoorziene gebeurtenissen,
vrijwel zeker een kettingreactie-achtige ineenstorting doen
ontstaan voor wat een in toenemende mate onstabiele en op
precaire
wijze in evenwicht gehouden berg van schuld en speculatie
is.
Als een miljoenenuitgeverij is ook het Wachttorengenootschap
steeds meer afhankelijk geworden van de continue economische
levensvatbaarheid van het huidige stelsel om haar werk te
kunnen doen. Het is echter zeer wel mogelijk dat de Verenigde
Staten in een economische depressie zal worden gestort,
die de verwoestende Grote Depressie uit de 1930'er jaren
ver overstijgt. Dat zou heel goed het middel kunnen zijn
waardoor de heiligen in het verderf worden gestort door
een opkomende koning met bars gelaat.
We zullen blijven waken.
|
|
| Waarom zeg je dat je
site ten dienste van het Wachttorengenootschap is, terwijl
Jehovah duidelijk zijn geest ervan heeft weggenomen als gevolg
van de fouten die ze maken? Wat denk je dat Jehovah van Jeremia
gedacht zou hebben, wanneer hij, nadat hij was verteld dat
hij ze Jehovah's ongenoegen en komende tuchtiging moest bekend
maken, nog steeds onderdeel van hen bleef uitmaken? Bedenk
dat hij afgescheiden van hen bleef. Hij wist wat er komen
zou. Jehovah heeft de zaken altijd helder gemaakt: Scheid
je af van elk wangedrag. Wanneer hij zijn geest van een gemeente
terugtrekt vanwege zelfs één persoon, hoe denk je er dan over
wanneer de gezalfden en andere schapen de wateren van waarheid
vergiftigen? |
|
|
| Je vergist je in meerdere zaken. Ten eerste
scheidde Jeremia zich niet van de Joden af. Als een priester
en profeet voor de natiën maakte Jeremia deel uit van het
Joodse samenstel. In werkelijkheid bracht hij de meeste van
zijn geïnspireerde boodschappen rechtstreeks naar de Joodse
koningen en priesters, waarbij hij vaak in het tempelvoorhof
of de stadspoorten stond.
In plaats van zich af te scheiden, smeekte Jeremia zijn
landgenoten om naar Jehovah's boodschap te luisteren en
zodoende het opdoemende oordeel te ontvluchten. In Jeremia
26:12 lezen we bijvoorbeeld: "Daarop zei Jeremia tot
alle vorsten en tot heel het volk: "Het was Jehovah die
mij gezonden heeft om betreffende dit huis en betreffende
deze stad al de woorden te profeteren die gij hebt gehoord.
En nu, maakt uw wegen en uw handelingen goed, en gehoorzaamt
de stem van Jehovah, uw God, en Jehovah zal spijt gevoelen
over de rampspoed die hij tegen u gesproken heeft."
Merk alsjeblieft op dat Jeremia in het bovenstaande vers,
wanneer hij spreekt tegen degenen aan wie de profetische
veroordelingen waren gericht, verwees naar "Jehovah uw
God." Een verbondsrelatie met God, waarin de Joden zich
toen bevonden, wordt niet automatische ontbonden omdat één
van de partijen zich niet houdt aan hun deel van de overeenkomst.
Jehovah was in de tijd van Jeremia nog steeds de God van
de Joden. Jeruzalem was nog steeds de stad van Jehovah,
ook al hadden de Joden hun aanbidding van hem verdorven.
Jeremia scheidde zich niet af van de Joden. Jeremia bleef
in Jeruzalem, zelfs gedurende de belegering van Nebukadnezar.
Verder gaf Jeremia's profetie hoop aan de Joden, omdat niet
enkel de verschrikkelijke vernietiging die God over hen
zou brengen werd voorzegd, maar ook hoe Jehovah een berouwvol
overblijfsel zou bevrijden. Beschouw Jeremia 31:1, waar
staat: "In die tijd", is de uitspraak van Jehovah, "zal
ik God worden voor al de families van Israël; en wat hen
betreft, zij zullen mijn volk worden."
Door middel van profetieën is hetzelfde patroon voorbestemd
om herhaald te worden, waarbij Jehovah toestaat dat zijn
organisatie verwoest zal worden waarna hij een getrouw overblijfsel
dat zijn tuchtiging aanvaard heeft, zal herstellen.
Ten tweede: Je hebt het verkeerd wanneer je aanneemt dat
God zijn geest terugtrekt van een hele gemeente of organisatie,
simpelweg vanwege de ontrouwheid van enkelen. Er bestaat
natuurlijk zoiets als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid,
maar Jezus oordeelt ons ook individueel. Dat wordt duidelijk
in de brieven van Jezus aan de gemeenten in Openbaring.
Jezus zei de gemeente in Thyatíra, welke van binnenuit geplaagd
werd door de immorele en verdorven invloed van een op Izébel
gelijkende groep mensen, het volgende: "En haar kinderen
zal ik met dodelijke plagen doden, zodat alle gemeenten
zullen weten dat ik het ben die de nieren en harten doorzoek,
en ik zal een ieder van u geven overeenkomstig uw
daden."
De Bijbel moedigt ons aan de gave van het gezonde verstand
te gebruiken. Het is onredelijk en niet wijs om overhaast
de conclusie te trekken dat we onszelf moeten afscheiden
van de gemeente en organisatie, eenvoudig omdat dingen niet
helemaal goed gaan. We worden beproefd op onze getrouwheid
in samenwerking met Christus' gemeente, niet afgescheiden
ervan.
|
|
| Heeft Jezus' profetie
aangaande de Getrouwe en Beleidvolle slaaf en het straffen
van de Boze slaaf enige relatie tot Jezus' illustratie van
de Minen? Zo niet, wat betekent de illustratie dan? |
|
|
| Ja, de illustratie van de slaven aan wie
de minen van de meester worden toevertrouwd is in basis hetzelfde
als de illustratie die Jezus in het 25ste hoofdstuk van Mattheüs
gebruikte aangaande de zilveren talenten. Het hoofdpunt in
beide illustraties is dat er een oordeelsdag zal zijn waarop
de gezalfden ter verantwoording worden geroepen. Dan zullen
de boze of slechte slaven verdreven worden en de getrouwen
worden beloond. Dat het van toepassing is op de gezalfden
blijkt uit het feit dat de meester de getrouwe slaven beloont
door hen heerschappij te geven over een bepaald aantal steden.
En daarbij komt dat het verslag in het 19de hoofdstuk
van Lukas bewijst dat de getrouwe slaaf niet in 1919 over
alle bezittingen van de meester is aangesteld, omdat de
beloning en straf van beide klassen van slaven onmiddellijk
voor het einde van de wereld plaatsvindt. Dat wordt duidelijk
uit het feit dat Jezus zijn illustratie besloot met te zeggen:
"En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning
over hen werd, brengt hen hier en slacht hen voor mijn ogen."
|
|
| Toen Jezus zei ons
niet bezorgd te maken over wat wij zullen aantrekken en eten
(het koninkrijk op de eerste plaats stellen en de rest zal
u worden toegevoegd); is dit geen indicatie van een toekomstige
Derde Wereldoorlog? Jezus sprak namelijk tegen al zijn volgelingen
wereldwijd, en de broeders in arme landen uitgezonderd, de
meeste broeders maken er zich geen zorgen over waar de volgende
maaltijd vandaan moet komen. Is het, in een situatie van Wereldoorlog,
echter niet waar dat IEDEREEN onder voedsel restricties zal
staan? |
|
|
| Jezus' onderwijs om eerst het koninkrijk
te zoeken en dat alle andere dingen zullen worden toegevoegd,
is van toepassing op alle Christenen gedurende alle tijden.
Het is eenvoudig Gods garantie dat hij voor ons zal zorgen,
ongeacht onze persoonlijke situatie of wereldtoestanden. |
|
|
Citaat: "Hierbij draag ik deze website officiëel
op aan Jehovah God - Degene Die Veroorzaakt te Worden."
Wat moet dit eigenlijk precies betekenen
of toevoegen aan de website, alsof Jehovah het nodig heeft
dat er iets aan hem opgedragen wordt; daar hij alles weet?
Het lijkt een beetje schijnheilig en bijna
bedrieglijk. Ik ben bang dat je verstrengeld raakt in je
eigen propaganda en eigendunk en begint te geloven dat jij
de redder van de wereld bent. Herinner je Ceausescu van
Romeinse faam, die zijn eigen propaganda begon te geloven?
En kijk wat er met hem is gebeurd! Verneder jezelf een beetje,
want Jehovah haat een hoogmoedig hart.
|
|
|
| Het is in het geheel niet ongebruikelijk
dat iemand die persoonlijk toegewijd is aan God iets aan hem
opdraagt. Koning Salomo droeg officiëel een tempel op aan
Jehovah. In hedendaagse tijden dragen Jehovah's Getuigen hun
koninkrijkszalen en bijkantoorfaciliteiten aan Jehovah op.
Deze website is evenzo gewijd aan het verspreiden van de waarheid
en om die reden is hij opgedragen aan God. Er is niets hoogmoedigs
of bedrieglijks aan om jezelf of iets opdragen aan zo'n zaak.
|
|
| Wie zijn de 24 oudere
mannen uit Openbaring 4? Kan ik wat Schriftplaatsverwijzingen
krijgen die je antwoord ondersteunen? |
|
|
| De 24 oudere mannen moeten een afbeelding
zijn van de 144.000 in de hemel. Dat kunnen we zeggen omdat
de oudere mannen worden afgeschilderd als dat ze kronen dragen
en op tronen zitten. De enige andere hemelse koningen, buiten
Jehovah en Christus, zijn de 144.000.
In het 22ste hoofdstuk van Lukas zei Jezus zijn apostelen
dat ze op tronen zouden zitten en de 12 stammen van Israël
zouden oordelen. Openbaring 3:21 geeft aan dat Jezus' uitnodiging
om als koningen te regeren zich uitstrekt over alle gezalfde
Christenen. Dat vers luidt: "Wie overwint, hem zal ik
geven met mij plaats te nemen op mijn troon, evenals ik
heb overwonnen en met mijn Vader plaats heb genomen op zijn
troon."
Openbaring 1:6 zegt dat Jezus hen tot koningen en priesters
maakte. Het is interessant dat het 24ste hoofdstuk van 1
Kronieken verslaat hoe de vroegere Levitische priesterschap
uit 24 afdelingen bestond en dat zij omstebeurt dienden
in de tabernakel. Dus, net zoals de 144.000 worden gesymboliseerd
als 12.000 afkomstig uit elk van de 12 stammen van Israël,
worden ze ook afgeschilderd als 24 regerende oudere mannen;
wat erop wijst dat ze genomen zijn uit de 24 afdelingen
van priesters.
|
|
| Wat is volgens JOU
de Bijbelse zienswijze op "zelfmisbruik"? Het Genootschap
lijkt geneigd te zijn om mensen (tieners zijn op dit gebied
echter vatbaarder) zich schuldig te laten voelen voor iets
wat de meesten als "natuurlijk" beschouwen. Ik begrijp dat
deze daad kan leiden tot "overspel in het hart," daar Jezus
ons waarschuwde om niet te blijven kijken als een vorm van
lust, maar voor een 16 jarige is dit vrijwel onmogelijk. De
Bijbel zwijgt over deze specifieke daad of hoe ermee om te
gaan. Het lijkt alsof geen van de "oudere mannen" in de gemeente
zich zelfs maar herinnerd hoe het was, laat staan hoe het
is om in deze tijd 16 te zijn. |
|
|
| Christenen worden niet gebonden door een
uitgebreide lijst van wat wel en wat niet mag, zoals de Joden
toen ze onder de Wet leefden. In plaats daarvan zijn ons beginselen
gegeven waarnaar we moeten leven. Kolossenzen 3:5 zegt: "Doodt
daarom uw lichaamsleden die op de aarde zijn ten aanzien van
hoererij, onreinheid, seksuele begeerte, schadelijke verlangens
en begerigheid, welke afgoderij is. Wegens die dingen komt
de gramschap van God."
Ondanks dat het hier niet specifiek wordt genoemd, is
het niet zo dat masturbatie direct tegen bovenstaande raad
ingaat? In plaats van sexuele begeerte te doden,
zorgt zelfmisbruik juist voor het opwinden van iemands
passie. De Schriften zeggen ook dat Gods gramschap als gevolg
van deze komt. Masturbatie wordt geclassificeerd als "onreinheid."
Ondanks dat masturbatie heel algemeen is en door de meeste
mensen als natuurlijk wordt bezien, keurt God zulke praktijken
niet goed. Na hoererij, onreinheid en ontuchtig gescherts
te hebben besproken, moedigt Paulus ons verder aan niet
verleid te worden in deze kwestie door in Efeziërs 5:6,
7 te zeggen: "Laat niemand u met ijdele woorden bedriegen,
want wegens de voornoemde dingen komt de gramschap van God
over de zonen der ongehoorzaamheid. Wordt daarom niet hun
deelgenoten."
Dus, in plaats van de fout te zoeken in de toegespitste
raad van het Wachttorengenootschap met betrekking tot hoe
om te gaan met verlangens van het gevallen vlees, doen we
er goed aan te erkennen dat zelfmisbruik tegen Jehovah's
Wil voor ons ingaat.
|
|
| Vanuit het Genootschap
krijg ik het gevoel dat van deur tot deur gaan een Bijbelse
opdracht voor iedereen is. Bij het lezen van mijn Bijbel bemerk
ik dit echter helemaal niet. Ondanks dat prediken over Gods
Koninkrijk een grootse activiteit is en door Jehovah gezegend
wordt, schijnt het mij toe dat het gedaan moet worden overeenkomstig
de persoonlijke mate van geloof in en relatie met Jehovah
van de iedere persoon (Romeinen 12:3). Waarom laat men ons
voelen veroordeeld te zijn wanneer we niet deelnemen aan deze
vorm van prediking? Waarom moedigt de Apostel Paulus vrouwen
niet aan om een volledig aandeel te hebben aan deze activiteit
wanneer hij spreekt over hun verantwoordelijkheden? Het Genootschap
laat het lijken alsof we allemaal het niveau van Paulus moeten
hebben, anders zijn we mislukkelingen. |
|
|
| Van deur tot deur prediken is geen
Bijbelse opdracht. Jezus zei ons enkel, mannen en vrouwen,
dicipelen te maken. Daar zoveel mensen in deze tijd niet thuis
zijn of in ontoegankelijke gebouwen leven, is het ironisch
dat van deur tot deur prediken waarschijnlijk de minst
effectieve manier is om mensen te bereiken. In alle eerlijkheid
denk ik echter niet dat het Wachttorengenootschap ons veroordeelt
omdat we niet aan een bepaald niveau voldoen. Wellicht doen
enkele overijverige pioniers dat, maar dat is een geheel ander
onderwerp. |
|
|
|
|