Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 11 t/m 17 Januari 2004


 

Veel mensen in de Christenheid hebben het gevoel dat Daniël 9:27 op onze dagen van toepassing is. Wat zijn jouw gedachten hierover?


Ten gunste van degenen die op het werk even een snelle blik op de postzak werpen en geen Bijbel bij de hand hebben, het vers in kwestie luidt: "En hij moet het verbond voor de velen één week lang van kracht laten blijven; en op de helft van de week zal hij slachtoffer en offergave doen ophouden."

De context van het vers voorzegt de komst van de Messias, niet zijn zogenoemde Tweede Komst, maar zijn eerste. Dat wordt duidelijk uit het feit dat vers 24 zegt dat ze aan het eind van een vooraf vastgestelde periode het "Heilige der Heiligen zalven." Als de Heilige der Heiligen werd Jezus gezalfd bij zijn doop, toen hij 30 jaar oud was. Dat feit wordt bevestigd in de Bijbel toen Jezus, na zijn doop, aan de synagoge van Nazareth aankondigde dat de profetie van Jesaja 61:1, waarin zijn zalving voorzegd werd, zojuist in vervulling was gegaan.

En gedurende drie en een half jaar na zijn zalving, predikte Jezus exclusief tot de Joden en toen stierf hij een offerandelijke dood, wat op de helft van een profetische week zou zijn. (3 ½ dagen/jaren in een halve week)

Jezus' dood bracht een einde aan de dierlijke offers en andere gaven die de Joodse priesters offerden - in ieder geval waren zulke offers wat Jehovah betrof niet langer geldig, wat duidelijk werd gemaakt toen de tempel uiteindelijk vernietigd werd door het Romeinse "walgelijke ding."

Maar, gedurende 3 ½ jaar na Jezus' dood waren de gelovende Joden de enigen die het Abrahamitische verbond binnen konden gaan als gezalfde "Heiligen" onder Christus. Maar aan het einde van de volledige profetische week, zeven jaar vanaf de tijd van Christus' oorspronkelijke zalving, werd het voorrecht om het Abrahamitische verbond binnen te gaan ook beschikbaar voor niet-joden. Het Abrahamitische verbond, overgaand in het aanvullende Mozaische verbond, was daarna niet langer exclusief voor de Joodse natie van kracht.



WAT IS "DE BRUILOFT" UIT LUKAS 12:36 WAAR DE MEESTER VANDAAN KOMT, MAAR WAARBIJ ZIJN SLAVEN NIET UITGENODIGD ZIJN EN WIE ZIJN DE SLAVEN WANNEER DAT NIET ZIJN GEZALFDE BROEDERS ZIJN?


Lukas 12:35, 36 luidt: "Houdt uw lendenen omgord en uw lampen brandend, en weest als mensen die op hun meester wachten wanneer hij van de bruiloft terugkeert, om hem, als hij aankomt en klopt, terstond te kunnen opendoen."

Houdt het heilige geheim dat samenhangt met Christus' Parousia in gedachte, namelijk, dat de doden vóór de levende heiligen opstaan. 1 Thessalonicenzen 4:15-17 luidt: "Want dit zeggen wij u door Jehovah's woord, dat wij, de levenden, die in leven blijven tot de tegenwoordigheid van de Heer, de ontslapenen in geen geval zullen vóórgaan; want de Heer zelf zal uit de hemel neerdalen met een bevelende roep, met de stem van een aartsengel en met Gods trompet, en zij die dood zijn in eendracht met Christus zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden, die overblijven, te zamen met hen in wolken worden weggerukt, de Heer tegemoet in de lucht; en aldus zullen wij altijd met de Heer zijn."

Met het bovenstaande in gedachte, wat is het eerste wat Jezus zal doen wanneer zijn koninkrijk komt? Volgens het 12de hoofdstuk van Openbaring gooit de net gekroonde Christus als eerste Satan en zijn engelen uit de hemel. Het volgende vers zegt dan: "Nu is gekomen de redding en de kracht en het koninkrijk van onze God en de autoriteit van zijn Christus, want de beschuldiger van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God beschuldigt, is neergeslingerd!"

Dat is ter voorbereiding op de opstanding - de redding van de heiligen. Bedenk dat Jezus de apostelen zei dat hij weg zou gaan om een plaats voor hen te bereiden. Dus, Jezus neemt zijn op een bruid gelijkende gemeente niet tot zich in de hemel voordat hij eerst het huis reinigt door de demonen eruit te werpen. Kennelijk begint de eerste opstanding direct na Satans uitwerping.

Ondanks dat het begin van de opstanding niet de bruiloft van het Lam is zoals die wordt gesymboliseerd in het 19de hoofdstuk van Openbaring en welke plaatsvindt nadat Babylon de Grote vernietigd is en nadat alle overgebleven heiligen in de hemel zijn opgenomen, zou de vereniging van Jezus met het grootste deel van de bruidsklasse aan het begin van de Parousia nochtans vergeleken kunnen worden met een bruiloft.

Nadat de doden in Christus opgestaan zijn om met hun Heer te zijn, zal de meester vervolgens arriveren om zijn aardse huis te reinigen. Het vers dat je uit het 12de hoofdstuk van Lukas citeerde, is van toepassing op de getrouwe en beleidvolle slaven. Zij zijn levende heiligen, die op aarde overleven tot de komst van de Heer. Zij worden in bepaalde zin achtergelaten; daarom verwijst het 12de hoofdstuk van Openbaring ook naar hen als de "overgeblevenen" (gezalfde overblijfsel) van het zaad van de vrouw die het leger van woedende uit de hemel geworpen demonen het hoofd moeten bieden.

Bij de aankomst van de meester komt Jezus vervolgens tot deze overgeblevenen om hen te bedienen en hen te ondersteunen gedurende Satans laatste aanval. Het volgende vers in Lukas zegt verder: "Gelukkig zijn de slaven die de meester bij zijn aankomst wakend vindt! Voorwaar, ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hen aan tafel doen aanliggen en zal langskomen en hen bedienen."

"Langskomen" is de letterlijke betekenis van het woord parousia. En, niet toevalligerwijs, is het in de context van Jezus' langskomen bij zijn getrouwe slaven dat hij tevens zei: "Houdt ook gij u gereed, want de Zoon des mensen komt op een uur dat gij het niet waarschijnlijk acht." Langskomen bij zijn getrouwe slaven op een uur waarop zij het niet verwachten, sluit direct uit dat het Wachttorengenootschap op voorhand had kunnen weten dat 1914 het jaar zou zijn.

Maar, om de vraag niet uit het oog te verliezen, Jezus komt tot zijn aardse volgelingen nadat de hemelse opstanding van zijn maagdelijke bruid reeds begonnen is. Dat is waarschijnlijk de reden waarom Jezus in die specifieke illustratie verwees naar de terugkeer van de meester vanaf zijn bruiloft.



Geachte heer, daar JG's geloven in een letterlijke 144.000 die tot de hemelse groep behoren, kan het dan niet mogelijk zijn dat deze 144.000 gedurende de eerste eeuw tot aan de 20ste uitgekozen zijn?


Nee. Volgens de Bijbel vindt de definitieve verzegeling van de overgebleven 144.000 plaats als een onmiddellijke inleiding tot het einde van het samenstel. Sommigen hebben gesuggereerd dat er honderd duizenden 1ste eeuwse Christenen waren, maar de Schriften ondersteunen die bewering niet.

Beschouw bijvoorbeeld dat er na Jezus intense drie en een half jaar durende prediking slechts 3.000 gedoopte gelovigen waren op Pinksteren en kort daarna nog enkelen duizenden. Natuurlijk hebben enkele tientallen jaren van prediking door een groeiend aantal discipelen nog veel meer discipelen voortgebracht, maar hoeveel meer? Sommigen zijn van mening dat er honderd duizenden, wellicht zelfs miljoenen Christenen waren in de eerste eeuw.

Handelingen 21:20 is gebruikt om aan proberen te tonen dat er meer dan 100.000 waren. Dat vers luidt: "Toen zij dit hadden gehoord, gingen zij God verheerlijken, en zij zeiden tot hem: "Gij ziet, broeder, hoeveel duizenden gelovigen er onder de joden zijn; en zij zijn allen vol ijver voor de Wet.""

Het oorspronkelijke Griekse woord dat in de Nieuwe Wereldvertaling met "vele duizenden" is vertaald, is "myriaden." Myriade betekent letterlijk 10.000. Het Griekse lexicon meldt echter dat myriaden ook eenvoudig een groot, maar onbepaald aantal kan aanduiden. Myriaden zou dus enkele tienduizenden hebben kunnen betekenen - wellicht 40.000 - of iets meer of minder.

Eén ding om in gedachte te houden is dat niet alle gezalfde gelovigen automatisch goedgekeurd worden door Jehovah. Jezus zei dat "er velen [zijn] uitgenodigd, maar weinigen uitverkoren."

Het is ook waard opgemerkt te worden dat Paulus het verslag over Elia en de 7.000 citeerde en het van toepassing bracht op de eerste eeuwse Christelijke gemeente. Romeinen 11:4-6 luidt: "Maar wat zegt de godsspraak tot hem? "Ik heb zevenduizend man voor mij doen overblijven, mannen die de knie niet voor Baäl hebben gebogen." Zo is er daarom ook in het tegenwoordige tijdperk een overblijfsel verschenen overeenkomstig een verkiezing ten gevolge van onverdiende goedheid."

Wilde Paulus' verwijzing naar de 7.000 enige relevantie hebben voor de toenmalige Christenen, dan is het redelijk te veronderstellen dat er een vergelijkbaar aantal discipelen waren in de eerste eeuw - wellicht niet exact, maar binnen redelijke grenzen.

Vanuit een Schriftuurlijk standpunt bezien, bestaat er daarom geen reden om te veronderstellen dat de 144.000 allen verzameld waren in de eerste eeuw.

Noch bestaat er een gegronde basis voor de veronderstelling dat er grote aantallen van gezalfde Christenen zijn geweest in de eeuwen na de apostolische periode. Alle ware gezalfde wedergeboren zonen van God moeten weten wie hun Vader is. De Vader en Zoon kennen, betekent hun ware onderlinge relatie kennen. Dat sluit elk soort van Trinitarische, Jezus-is-God godsdienstijveraar, uit van het deel uitmaken van de 144.000 uitverkorenen. Dat verkleint de groep dus aanzienlijk. Het lijkt redelijk te concluderen dat er enkel een handjevol gezalfden zijn geweest gedurende de Middeleeuwen van Vaticaanse tirannie en Protestantse verwarring tot het moment dat de Wachttoren beweging aan het eind van de 19de eeuw opkwam.

Het is interessant dat Ezechiëls overblijfsel van 7.000 volgens de profetieën ook zou bestaan gedurende de finale, wat in overeenstemming is met het huidige aantal deelnemers van de hemelse roeping.



Eén ding dat ik nooit begrepen heb, is dat de "Getrouwe en Beleidvolle Slaaf Klasse" ons "voedsel" te rechter tijd moet geven. Ik ben gedoopt en heb reeds meer dan 30 jaar omgang met Jehovah's Getuigen. Ik heb persoonlijk diverse gezalfden gekend. Toch heeft geen enkele van deze personen de suggestie gewekt enig speciaal geestelijk inzicht te hebben. Zij accepteerden elke nieuwe leerstelling of elk nieuw begrip dat gepubliceerd werd. Ik heb ook op zijn minst twee personen van het schrijverscomité ontmoet. Ik was verrast te ontdekken dat ze geen gezalfden waren. In essentie ontvangen de gezalfde broeders (en één zuster), die deel uitmaken van de "Getrouwe en Beleidvolle Slaaf" klasse, hun 'voedsel te rechter tijd' van personen die geen deel uitmaken van de slaafklasse. Hoe kunnen we spreken van een "slaafklasse" die voedsel te rechter tijd geeft, wanneer de enige gezalfden die werkelijk iets te zeggen hebben degenen in het besturende lichaam zijn? Gezalfden die niet het voorrecht genieten om als leden van het besturende lichaam te dienen, worden niet speciaal in beschouwing genomen voor hun gedachte over bepaalde zaken. Kan je me helpen, want hoe meer ik over deze zaken nadenk hoe onduidelijker het wordt voor me?


Toegegeven, er zijn enkele zaken in de huidige leerstelling van het Wachttorengenootschap die niet logisch zijn, maar er bestaat ook gegronde redden om deze vraag te beschouwen, en de manier waarop die verband houdt met Jehovah's Getuigen.

Het is niet zonder reden dat Jezus zijn verwijzing naar de getrouwe en beleidvolle slaaf opwierp in de vorm van een vraag: "Wie is werkelijk de getrouwe, de beleidvolle beheerder, die door zijn meester over diens lichaam van bedienden zal worden aangesteld om hun te rechter tijd hun mate van voedselbenodigdheden te blijven geven? Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt! Ik zeg u naar waarheid: Hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen." (Lukas 12:42-44)

In het verslag van Lukas was Jezus' vraag aangaande de getrouwe slaaf een antwoord op de vraag die Petrus hem stelde, toen hij vroeg: "Heer, zegt gij deze illustratie tot ons of ook tot allen?" (Lukas 12:41)

In de context, een paar verzen eerder, richtte Jezus zich tot zijn discipelen en zei: "Vreest niet, kleine kudde, want het heeft uw Vader goedgedacht u het koninkrijk te geven." (Lukas 12:32) Vervolgens gebood Jezus zijn kleine kudde om te blijven waken voor zijn terugkeer. Jezus' illustratie heeft dus relevantie voor de kleine kudde van koninkrijkserfgenamen die in leven zouden zijn op het moment dat het koninkrijk komt.

Daar het verwoord is in de vorm van een retorische vraag - wie is werkelijk de getrouwe beheerder - vereist niet alleen dat elk gezalfd persoon voor zichzelf een antwoord hierop zoekt, maar het suggereert tevens dat de ware getrouwe slaaf wellicht niet volledig bekend wordt voordat de Meester uiteindelijk aankomt om hem over al zijn bezittingen aan te stellen - op welk moment Jehovah's zegening zichtbaar zou zijn.

Het Wachttorengenootschap leert ons helaas dat Jezus de getrouwe slaaf terug in 1919 over al zijn bezittingen heeft aangesteld. Maar, indien dat het geval is, moeten we veronderstellen dat de boze slaaf verwijderd is, ontheven van zijn taken, en weggezonden in de duisternis van vergetelheid. De context van de illustratie wijst er echter duidelijk op dat het belonen of straffen van elke aangestelde slaaf plaatsvindt in de setting van de komst van de Zoon des mensen gelijk een dief in de nacht. Dat is de gebeurtenis waar de Heer zijn slaven opdroeg gereed voor te zijn, wat in eerste instantie de aanleiding was voor de bespreking van de getrouwe slaaf.

Laat de lezer met onderscheidingsvermogen opmerken dat er twee verschillende aanstellingen zijn. Er is de eerste aanstelling over het huisgezin van huisknechten van de Heer en er is een tweede aanstelling over alle bezittingen van de Heer.

Volgens de verwante illustratie over de talenten, beloont de meester zijn getrouwe slaven en stelt hij hen, als onmiddellijke voorbode van de oordeelsdag waarop de schapen en bokken gescheiden worden, aan tot positie met grotere verantwoordelijkheid. Mattheüs 25:21-23 luidt: "Zijn meester zei tot hem: 'Wel gedaan, goede en getrouwe slaaf! Gij zijt over weinig dingen getrouw geweest. Ik zal u over veel dingen aanstellen. Ga de vreugde van uw meester binnen.' Vervolgens trad degene die de twee talenten had ontvangen naar voren en zei: 'Meester, gij hebt mij twee talenten toevertrouwd; zie, ik heb er nog twee talenten bij verworven.' Zijn meester zei tot hem: 'Wel gedaan, goede en getrouwe slaaf! Gij zijt over weinig dingen getrouw geweest. Ik zal u over veel dingen aanstellen. Ga de vreugde van uw meester binnen.'"

De aanstelling van de getrouwe slaaf over al zijn bezittingen vindt dus in de toekomst plaats, ongetwijfeld op het moment dat het koninkrijk feitelijk begint te regeren; met de andere schapen als onderdanen.

Het onvermijdelijke feit van de illustratie is echter dat er een getrouwe en beleidvolle slaaf is die Christus erkent; een slaaf die, voorafgaand aan zijn beslissende Komst, oorspronkelijk is aangesteld om de huisknechten van de meester te voeden. Dus, wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf?

De implicatie die verbonden is aan het feit dat de slaaf nog niet aangesteld is over al Christus' bezittingen, is dat het betekent dat Jezus' illustratie exclusief van toepassing is op hedendaagse gezalfde personen. Het Wachttorengenootschap erkent ook dat het huisgezin het gezalfde huis van God vertegenwoordigt - Christus' gemeente. Evenzo symboliseren de "huisknechten" of "lichaam van bedienden" de individuele personen in Christus' kudde.

Volgens de illustratie is de enige verantwoordelijkheid van de beheerder dus het voeden van de kleine kudde, tot de tijd waarop Christus zijn getrouwe beheerder over al zijn bezittingen aanstelt. En dat is precies wat het Wachttorengenootschap gedaan heeft. Zonder twijfel is het Jehovah's wil dat de erfgenamen van het koninkrijk de waarheid begrijpen. En zonder twijfel is het Wachttorengenootschap een instrument geweest om vele lang verborgen essentiële kwesties die te maken hebben met Jehovah's soevereiniteit en het koninkrijk bekend te maken. Zonder het Wachttorengenootschap zou er geen verzamelpunt zijn waar de leden van de kleine kudde samen kunnen komen.

Eén complicerende factor bij onze identificatie van de getrouwe slaaf is de aanwezigheid van een boze slaaf in hetzelfde huisgezin met de getrouwe slaaf. We moeten ons niet indenken dat het onderscheid tussen de twee slaven eenvoudig voor ons te onderscheiden is. Zoals Jezus in zijn illustratie van de tarwe en het onkruid aangaf, zouden de ware zonen van het koninkrijk naast de op onkruid gelijkende vertegenwoordigers van de Duivel bestaan in hetzelfde "veld," tot het moment van de oogst; dan zouden de engelen uitgaan en fysiek de satanische imitaties met wortel en al uitrukken en de ware zonen van het koninkrijk zouden op dat moment schijnen als de zon in het koninkrijk van hun Vader.

De illustratie van de tarwe en het onkruid lijkt bedoeld te zijn, niet om het onmiskenbare en nogal duidelijke onderscheid tussen Jehovah's Getuigen en de geestelijken van de Christenheid te illustreren, maar juist te illustreren hoe moeilijk het zou zijn onderscheid te kunnen zien tussen de ware en valse gezalfden en hoe het menselijkerwijs onmogelijk is het onkruid voor de tijd van het einde uit ons midden te verwijderen. Dat betekent dat er, in aanloop naar het feitelijke besluit van het samenstel, geen uitgesproken onderscheid zou zijn tussen de twee groepen. Dat maakt Jezus' vraag: "Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf" des te intrigerender.

Een ander aspect om in aanmerking te nemen is datgene wat Jezus tot besluit van zijn bespreking over de getrouwe slaaf in Lukas 12:48 zei, waar we lezen: "Degene echter die de wil niet heeft begrepen en daarom dingen heeft gedaan die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen. Ja, van een ieder aan wie veel werd gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie men het toezicht over veel heeft gegeven, zal men meer dan gebruikelijk is eisen."

Er staan twee essentiële aanwijzingen in het bovenstaande vers die ons kunnen helpen bij het beantwoorden van de vraag: "Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf?" Eén is het nogal duidelijke feit dat de slaaf verantwoordelijk wordt gehouden, omdat hem toevertrouwd is dat hij het toezicht heeft. Het lijkt daarom redelijk te concluderen dat de getrouwe slaaf een verantwoordelijke positie heeft in Christus' gemeente. Dat zou gezalfde zusters uitsluiten van het onderdeel uitmaken van de zogenoemde slaafklasse.

Op een andere plaats, bijvoorbeeld in het 25ste hoofdstuk van Mattheüs, illustreerde Jezus op soortgelijke wijze hoe al zijn gezalfde volgelingen geoordeeld zullen worden overeenkomstig de wijze waarop zij omgegaan zijn met het geld van de meester dat aan hen is toevertrouwd. En niet alleen dat, zoals eerder vermeld worden degenen die als getrouw worden geoordeeld in het gebruiken van de talenten van de meester, ook aangesteld en krijgen ze grotere voorrechten - net als de getrouwe en beleidvolle slaaf. Maar, in de illustratie van de getrouwe en beleidvolle slaaf wees Jezus erop dat er zelfs een grotere verantwoording geëist wordt van de slaven "het toezicht" hebben. Dat is in overeenstemming met het beginsel dat leraren een "zwaarder oordeel" ontvangen.

Terwijl uiteindelijk van alle Christenen vereist wordt dat ze voor Christus verantwoording afleggen voor zichzelf, draagt de getrouwe slaaf de last om verantwoording af te leggen voor de gehele organisatie, net zoals Paulus in Hebreeën 13:17 zei over degenen die de leiding nemen: "Weest gehoorzaam aan hen die onder u de leiding nemen en weest onderdanig, want zij waken over uw ziel als mensen die rekenschap zullen afleggen."

Terugkerend naar de eerder geciteerde illustratie van Christus; in overeenstemming met Jehovah's duidelijke beginsel van rekenschap, zal zelfs de getrouwe slaaf in aanmerking komen voor enkele welverdiende disciplinaire slagen, omdat hij de wil van zijn meester niet volledig begrepen heeft. Dat staat in contrast met de boze slaaf die gestraft wordt met grootste strengheid en zijn erfdeel samen met de veroordeelde hypocrieten toegewezen krijgt.

Maar, het feit dat de gewoonlijk getrouwe slaaf gestraft wordt voor het niet begrijpen van de wil van zijn meester, lijkt veel van de tekortkomingen van het Wachttorengenootschap te verklaren - doch niet alle.

Bedenk echter dat de boze slaaf gestraft wordt omdat hij zijn medeslaven slaat en deelneemt aan dronkenschap. En niet allen dat, maar Jezus zei in de illustratie: "Dan zal de slaaf die de wil van zijn meester heeft begrepen, maar zich niet heeft gereedgemaakt of niet volgens zijn wil heeft gehandeld, veel slagen ontvangen." (Lukas 12:46) Er komt dus meer bij kijken dan enkel onwetendheid. Er is ook een element van weerspannige onverschilligheid van de zijde van de boze slaaf. De invloed van de boze slaaf blijkt duidelijk uit de schaamteloze geestelijke immoraliteit van het Wachttorengenootschap in verband met bijvoorbeeld het NGO schandaal.

Tot slot, met betrekking tot niet-gezalfde personen die dienen op de schrijversafdeling en de huisknechten voeden, is het interessant dat Jehovah in het 44ste hoofdstuk van Ezechiël, wat in de context volledig gaat over God die uiteindelijk zijn geestelijke huis op orde maakt, zijn priesters berispt omdat ze toestaan dat niet-priesterlijke personen in Gods heiligdom dienen.

De verzen 6-9 luiden: "Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: "Ik heb genoeg van u wegens al uw verfoeilijkheden, o huis van Israël, wanneer gij de buitenlanders onbesneden van hart en onbesneden van vlees binnenbrengt, opdat die zich in mijn heiligdom bevinden om het te ontheiligen, ja, mijn huis; wanneer gij mijn brood, vet en bloed, aanbiedt, terwijl zij mijn verbond blijven verbreken wegens al uw verfoeilijkheden. Gij hebt noch de plicht ten opzichte van mijn heilige dingen waargenomen, noch placht gij anderen voor u als waarnemers van mijn plicht in mijn heiligdom aan te stellen.""



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman