Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 22 t/m 28 Februari 2004


 

Ondanks dat je al heel wat aandacht hebt besteed aan de onderwerpen "Grote Verdrukking" en "Armageddon," bestaat er toch nog wat verwarring van onze kant. Er is ons geleerd dat het openen van het zesde zegel synoniem is aan de grote verdrukking, en naar aanleiding van wat jij hebt gepubliceerd over dit onderwerp lijk je het hier mee eens te zijn. Mattheüs 24:21 luidt als volgt: "Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, neen, en ook niet meer zal voorkomen." Vers 29 zegt: "Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt."

Jezus lijkt dus te zeggen dat de tekenen in zon, maan en sterren gelinkt zijn aan Armageddon en niet specifiek aan de verdrukking zelf, omdat de tekenen nadien plaatsvinden. En dit lijkt in harmonie te zijn met Joël 2:10, 11. Daar worden de tekenen specifiek gelinkt aan "de dag van Jehovah." Dit lijkt ook een verwijzing naar Armageddon te zijn.

Openbaring hoofdstuk 6 vers 12 luidt: "En ik zag, toen hij het zesde zegel opende, en er geschiedde een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de gehele maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen naar de aarde…"

We lijken hier dus te maken te hebben met een contradictie. Aan de ene kant zegt Jezus dat de tekenen in zon, maan en sterren plaats zullen vinden NA de verdrukking, terwijl Openbaring aan de andere kant deze tekenen in de hemellichamen lijkt te verbinden met de verdrukking zelf (opening van het zesde zegel). Wellicht hebben we wat over het hoofd gezien?

En nog iets: Jezus zei in vers 29 "onmiddellijk na de verdrukking van die dagen…" Vers 30 zegt verder: "En dan zal het teken van de Zoon des mensen in de hemel verschijnen, en dan zullen alle stammen der aarde zich in weeklacht slaan, en zij zullen de Zoon des mensen op de wolken des hemels zien komen met kracht en grote heerlijkheid." Is dit hetzelfde teken als waarover de apostelen Jezus ondervroegen aan het begin van Mattheüs 24, het teken van zijn tegenwoordigheid?



Er zijn twee ogenschijnlijk tegenstrijdige aspecten in Christus' profetie die we met elkaar in overeenstemming moeten brengen. Aan de ene kant sprak Jezus over cataclysmische gebeurtenissen die onmiddellijk volgen op de verdrukking, wanneer de hemellichamen verduisterd zullen worden, en aan de andere kant sprak hij over de verdrukking die verkort zal worden ter wille van de uitverkorenen. De vraag is hoe we deze twee zaken harmoniëren? Wat bedoelde Jezus bijvoorbeeld toen hij zei dat de verdrukking verkort zou worden? Zou die verkort worden omdat Armageddon zou komen? Dat is niet redelijk. Om licht te werpen op Jezus' raadselachtige profetie is het noodzakelijk andere verwante profetieën te beschouwen.

Je haalde Joël 2:10, 11 aan, dus dat is een goede plaats om te beginnen. Die twee verzen luiden: "De stad stormen zij binnen. Op de muur rennen zij. Op de huizen klimmen zij. Door de vensters gaan zij naar binnen als de dief. Voor hen uit is het land in beroering geraakt, de hemel heeft geschud. De zon en de maan zelf zijn verduisterd geworden en zelfs de sterren hebben hun glans ingetrokken. En Jehovah zelf zal stellig voor zijn krijgsmacht uit zijn stem laten weerklinken, want zijn kamp is zeer talrijk. Want hij die zijn woord ten uitvoer brengt, is machtig; want de dag van Jehovah is groot en zeer vrees inboezemend, en wie kan zich daaronder staande houden?"

Zoals opgemerkt, gebruikt Joël dezelfde apocalyptische taal als Christus deed toen hij de gebeurtenissen besprak die direct voorafgaan aan de verdrukking. Maar, beschrijft Joël 2:10, 11 Armageddon? Nee. De grote en vreesinboezemende dag van Jehovah in die profetie, de tijd waarin de hemelen schudden en de symbolische zon, maan en sterren verduisterd worden, is verbonden aan een aanstormend op sprinkhanen gelijkend leger van indringers. Jehovah's "krijgsmacht," zoals het wordt genoemd, is niet het leger van hemelse engelen, die ingezet zullen worden gedurende de feitelijke oorlog van Armageddon. Nee, Jehovah's grote en vreesinboezemende krijgsmacht is een aards werktuig dat God gebruikt om zijn oordelen over zijn volk en de wereld te voltrekken.

Het 13de hoofdstuk van Jesaja is een parallelle profetie aan Joël. In Jesaja verwijst Jehovah naar zijn leger van oordeelsvoltrekkende machten als "mijn geheiligden." "Ikzelf heb mijn geheiligden het bevel gegeven. Ook heb ik mijn sterke mannen geroepen tot het voltrekken van mijn toorn, mijn in hoge mate uitgelatenen. Luister! Een menigte op de bergen, iets als een talrijk volk! Luister! Het gedruis van koninkrijken, van vergaderde natiën! Jehovah der legerscharen monstert het oorlogsleger. Zij komen uit een ver land, van het uiteinde des hemels, Jehovah en de wapens van zijn openlijke veroordeling, om de gehele aarde te gronde te richten." (Jesaja 13:3-5)

Wat betekent het dat Jehovah's leger "de gehele aarde ten gronde zal richten"? Het betekent dat de gevestigde orde van dingen op gewelddadige wijze omvergeworpen zal worden. Het betekent dat de reeds lang heersende, stabiele instellingen plotseling omvergehaald en verbrijzeld worden. Jesaja zegt verder: "Jammert, want de dag van Jehovah is nabij! Als een gewelddadige plundering van de Almachtige zal hij komen. Daarom zullen zelfs alle handen verslappen, en zelfs het ganse hart van de sterfelijke mens zal versmelten. En de mensen zijn ontsteld geraakt. Ja, krampen en barensweeën grijpen hen aan; als een barende vrouw hebben zij weeën. Zij kijken elkaar verbaasd aan. Hun gezichten zijn vlammende gezichten. Zie! De dag van Jehovah komt, wreed, zowel met verbolgenheid als met brandende toorn, om het land tot een voorwerp van ontzetting te maken, en om de zondaars van het land eruit te verdelgen. Want zelfs de sterren des hemels en zijn sterrenbeelden van Kesil zullen hun licht niet laten stralen; de zon zal werkelijk duister worden wanneer ze te voorschijn komt, en de maan zelf zal haar licht niet laten schijnen." (Jesaja 13:6-10)

Merk alsjeblieft op dat de dag van Jehovah's aanstormende krijgsmacht net als in Joël gepaard gaat met de hemellichamen die verduisterd worden.

Beschouw nog een andere verwante profetie: Ezechiël hoofdstuk 29-32 voorzegt de ineenstorting van het vroegere Egyptische rijk. De profetie is echter een passende voorafschaduwing van de Verenigde Staten van Amerika. (Zie Ondergang van de Anglo-Amerikaanse Diade) "En wanneer gij wordt uitgeblust, wil ik de hemel bedekken en zijn sterren verduisteren. Wat de zon betreft, met wolken zal ik ze bedekken, en de maan zelf zal haar licht niet laten schijnen. Alle lichtende lichten aan de hemel - ik zal ze vanwege u verduisteren, en ik wil duisternis over uw land brengen", is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah. "En ik wil het hart van vele volken krenken wanneer ik uw gevangenen onder de natiën breng, naar landen die gij niet hebt gekend. En om u zal ik stellig vele volken in ontzetting brengen, en zelfs hun koningen zullen vol huivering om u sidderen wanneer ik mijn zwaard voor hun aangezicht zwaai, en zij zullen elk ogenblik moeten beven, ieder voor zijn eigen ziel, op de dag van uw val." (Ezechiël 32:7-10)

Het is interessant dat Ezechiël 30:3 zegt dat Jehovah's Dag van Oordeel over Egypte "een dag van wolken [is], een bestemde tijd van natiën zal het blijken te zijn." Terwijl Joël en Jesaja beschrijven hoe Jehovah's krijgsmacht de wereld zal verbrijzelen, wijst Jehovah in deze profetie naar de ineenstorting van een specifiek koninkrijk, namelijk de tegenbeeldige Egyptische macht, wat een tijd van wereldwijde angst over alle koninkrijken der aarde zal brengen.

De overeenkomst tussen de drie profetieën die we in het kort bestudeerd hebben, is dat Jehovah's Dag van Oordeel begint met de omverwerping van gevestigde koninkrijken, wat een duistere tijd van verderf en voortekenen zal inluiden - in de Schrift gesymboliseerd door de hemellichamen die verduisterd worden. Het moge duidelijk zijn dat deze profetieën in harmonie zijn met wat Jezus voorzei met betrekking tot mensen die mat van vrees worden als gevolg van de krachten der hemelen die geschokt worden. De val van Egypte in de handen van een tiran, is zonder twijfel in overeenstemming met het 13de hoofdstuk van Openbaring aangaande het beest dat de dodelijke zwaardslag aan één van zijn zeven koppen ontvangt.

Beschouw tot slot nauwkeuriger wat er precies wel en niet plaatsvindt bij het openen van het 6de zegel. Na beschreven te hebben dat de zon zo zwart wordt als een haren zak en de maan in bloed verandert en de sterren van de hemel naar de aarde vallen, zegt Openbaring 6:15-17: "En de koningen van de aarde en de hooggeplaatste personen en de militaire bevelhebbers en de rijken en de sterken en iedere slaaf en iedere vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen. En zij blijven tot de bergen en tot de rotsen zeggen: "Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Degene die op de troon zit en voor de gramschap van het Lam, want de grote dag van hun gramschap is gekomen, en wie kan dan standhouden?""

Het is duidelijk dat het openen van het 6de zegel niet onmiddellijk resulteert in Armageddon? Hoe weten we dat? Omdat de cataclysmische ineenstorting van het samenstel niet het einde van de wereld is. Het feit dat mensen hun toevlucht zoeken in de "holen" en "rotsen" geeft aan dat er een interim periode is, een verkorting van de verdrukking zo je wilt, wanneer mensen het samenstel dat onder de hitte van Jehovah's woede is komen te staan, willen laten voortbestaan, door voor bescherming en redding naar alternatieve instellingen op te kijken. Dat is in feite waar het gedurende de Oordeelsdag om draait. Het is een periode van extreme smart wanneer de gehele mensheid gedwongen wordt te beslissen naar wie ze opkijken voor redding. De twee keuzes zijn: Het koninkrijk van Christus, of het opgeleefde beest in de vorm van de 8ste koning. Dan worden mensen permanent gemerkt met het symbolische 666 merkteken van het beest, wanneer ze niet hun volledige steun geven aan Christus' koninkrijk. Het is daarom logisch dat er een interval moet zijn nadat het samenstel ineen is gestort, na de verdrukking, wanneer Satan zijn vijandige redder naar voren schuift, totdat Jehovah het beest volledig vernietigt.

Iets anders om in gedachte te houden is dat één van de hoofdkenmerken van de grote verdrukking is dat het politieke walgelijke ding Gods heilige plaats verwoest. Wanneer het walgelijke ding de 8ste koning voorstelt na zijn bijna dood ervaring, dan betekent dit dat de 7de koning reeds plaats heeft gemaakt voor de 8ste koning voordat die fase van de verdrukking is bereikt. Zoals we dus hebben gezien door verschillende Hebreeuwse profetieën te vergelijken, moeten de hemellichamen eerst vallen voordat de grote verdrukking zijn climax bereikt.

Uiteindelijk zullen Jehovah's oordelen niet volledig duidelijk worden totdat we het feitelijke besluit van het samenstel binnengaan.


Excuses voor de korte postzak van deze week

 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman