| Ondanks dat je al heel
wat aandacht hebt besteed aan de onderwerpen "Grote Verdrukking"
en "Armageddon," bestaat er toch nog wat verwarring van onze
kant. Er is ons geleerd dat het openen van het zesde zegel
synoniem is aan de grote verdrukking, en naar aanleiding van
wat jij hebt gepubliceerd over dit onderwerp lijk je het hier
mee eens te zijn. Mattheüs 24:21 luidt als volgt: "Want er
zal dan een grote verdrukking zijn zoals er sedert het begin
der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, neen, en ook niet
meer zal voorkomen." Vers 29 zegt: "Onmiddellijk na de verdrukking
van die dagen zal de zon worden verduisterd, en de maan zal
haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen,
en de krachten der hemelen zullen worden geschokt."
Jezus lijkt dus te zeggen dat de tekenen
in zon, maan en sterren gelinkt zijn aan Armageddon en niet
specifiek aan de verdrukking zelf, omdat de tekenen nadien
plaatsvinden. En dit lijkt in harmonie te zijn met Joël
2:10, 11. Daar worden de tekenen specifiek gelinkt aan "de
dag van Jehovah." Dit lijkt ook een verwijzing naar Armageddon
te zijn.
Openbaring hoofdstuk 6 vers 12 luidt: "En
ik zag, toen hij het zesde zegel opende, en er geschiedde
een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren
zak, en de gehele maan werd als bloed, en de sterren van
de hemel vielen naar de aarde…"
We lijken hier dus te maken te hebben met
een contradictie. Aan de ene kant zegt Jezus dat de tekenen
in zon, maan en sterren plaats zullen vinden NA de verdrukking,
terwijl Openbaring aan de andere kant deze tekenen in de
hemellichamen lijkt te verbinden met de verdrukking zelf
(opening van het zesde zegel). Wellicht hebben we wat over
het hoofd gezien?
En nog iets: Jezus zei in vers 29 "onmiddellijk
na de verdrukking van die dagen…" Vers 30 zegt verder: "En
dan zal het teken van de Zoon des mensen in de hemel verschijnen,
en dan zullen alle stammen der aarde zich in weeklacht slaan,
en zij zullen de Zoon des mensen op de wolken des hemels
zien komen met kracht en grote heerlijkheid." Is dit hetzelfde
teken als waarover de apostelen Jezus ondervroegen aan het
begin van Mattheüs 24, het teken van zijn tegenwoordigheid?
|
| Er zijn twee ogenschijnlijk tegenstrijdige
aspecten in Christus' profetie die we met elkaar in overeenstemming
moeten brengen. Aan de ene kant sprak Jezus over cataclysmische
gebeurtenissen die onmiddellijk volgen op de verdrukking,
wanneer de hemellichamen verduisterd zullen worden, en aan
de andere kant sprak hij over de verdrukking die verkort zal
worden ter wille van de uitverkorenen. De vraag is hoe we
deze twee zaken harmoniëren? Wat bedoelde Jezus bijvoorbeeld
toen hij zei dat de verdrukking verkort zou worden? Zou die
verkort worden omdat Armageddon zou komen? Dat is niet redelijk.
Om licht te werpen op Jezus' raadselachtige profetie is het
noodzakelijk andere verwante profetieën te beschouwen.
Je haalde Joël 2:10, 11 aan, dus dat is een goede plaats
om te beginnen. Die twee verzen luiden: "De stad stormen
zij binnen. Op de muur rennen zij. Op de huizen klimmen
zij. Door de vensters gaan zij naar binnen als de dief.
Voor hen uit is het land in beroering geraakt, de hemel
heeft geschud. De zon en de maan zelf zijn verduisterd geworden
en zelfs de sterren hebben hun glans ingetrokken. En Jehovah
zelf zal stellig voor zijn krijgsmacht uit zijn stem laten
weerklinken, want zijn kamp is zeer talrijk. Want hij die
zijn woord ten uitvoer brengt, is machtig; want de dag van
Jehovah is groot en zeer vrees inboezemend, en wie kan zich
daaronder staande houden?"
Zoals opgemerkt, gebruikt Joël dezelfde apocalyptische
taal als Christus deed toen hij de gebeurtenissen besprak
die direct voorafgaan aan de verdrukking. Maar, beschrijft
Joël 2:10, 11 Armageddon? Nee. De grote en vreesinboezemende
dag van Jehovah in die profetie, de tijd waarin de hemelen
schudden en de symbolische zon, maan en sterren verduisterd
worden, is verbonden aan een aanstormend op sprinkhanen
gelijkend leger van indringers. Jehovah's "krijgsmacht,"
zoals het wordt genoemd, is niet het leger van hemelse engelen,
die ingezet zullen worden gedurende de feitelijke oorlog
van Armageddon. Nee, Jehovah's grote en vreesinboezemende
krijgsmacht is een aards werktuig dat God gebruikt om zijn
oordelen over zijn volk en de wereld te voltrekken.
Het 13de hoofdstuk van Jesaja is een parallelle profetie
aan Joël. In Jesaja verwijst Jehovah naar zijn leger van
oordeelsvoltrekkende machten als "mijn geheiligden."
"Ikzelf heb mijn geheiligden het bevel gegeven. Ook heb
ik mijn sterke mannen geroepen tot het voltrekken van mijn
toorn, mijn in hoge mate uitgelatenen. Luister! Een menigte
op de bergen, iets als een talrijk volk! Luister! Het gedruis
van koninkrijken, van vergaderde natiën! Jehovah der legerscharen
monstert het oorlogsleger. Zij komen uit een ver land, van
het uiteinde des hemels, Jehovah en de wapens van zijn openlijke
veroordeling, om de gehele aarde te gronde te richten."
(Jesaja 13:3-5)
Wat betekent het dat Jehovah's leger "de gehele aarde
ten gronde zal richten"? Het betekent dat de gevestigde
orde van dingen op gewelddadige wijze omvergeworpen zal
worden. Het betekent dat de reeds lang heersende, stabiele
instellingen plotseling omvergehaald en verbrijzeld worden.
Jesaja zegt verder: "Jammert, want de dag van Jehovah
is nabij! Als een gewelddadige plundering van de Almachtige
zal hij komen. Daarom zullen zelfs alle handen verslappen,
en zelfs het ganse hart van de sterfelijke mens zal versmelten.
En de mensen zijn ontsteld geraakt. Ja, krampen en barensweeën
grijpen hen aan; als een barende vrouw hebben zij weeën.
Zij kijken elkaar verbaasd aan. Hun gezichten zijn vlammende
gezichten. Zie! De dag van Jehovah komt, wreed, zowel met
verbolgenheid als met brandende toorn, om het land tot een
voorwerp van ontzetting te maken, en om de zondaars van
het land eruit te verdelgen. Want zelfs de sterren des hemels
en zijn sterrenbeelden van Kesil zullen hun licht niet laten
stralen; de zon zal werkelijk duister worden wanneer ze
te voorschijn komt, en de maan zelf zal haar licht niet
laten schijnen." (Jesaja 13:6-10)
Merk alsjeblieft op dat de dag van Jehovah's aanstormende
krijgsmacht net als in Joël gepaard gaat met de hemellichamen
die verduisterd worden.
Beschouw nog een andere verwante profetie: Ezechiël hoofdstuk
29-32 voorzegt de ineenstorting van het vroegere Egyptische
rijk. De profetie is echter een passende voorafschaduwing
van de Verenigde Staten van Amerika. (Zie Ondergang
van de Anglo-Amerikaanse Diade) "En wanneer gij wordt
uitgeblust, wil ik de hemel bedekken en zijn sterren verduisteren.
Wat de zon betreft, met wolken zal ik ze bedekken, en de
maan zelf zal haar licht niet laten schijnen. Alle lichtende
lichten aan de hemel - ik zal ze vanwege u verduisteren,
en ik wil duisternis over uw land brengen", is de uitspraak
van de Soevereine Heer Jehovah. "En ik wil het hart van
vele volken krenken wanneer ik uw gevangenen onder de natiën
breng, naar landen die gij niet hebt gekend. En om u zal
ik stellig vele volken in ontzetting brengen, en zelfs hun
koningen zullen vol huivering om u sidderen wanneer ik mijn
zwaard voor hun aangezicht zwaai, en zij zullen elk ogenblik
moeten beven, ieder voor zijn eigen ziel, op de dag van
uw val." (Ezechiël 32:7-10)
Het is interessant dat Ezechiël 30:3 zegt dat Jehovah's
Dag van Oordeel over Egypte "een dag van wolken [is],
een bestemde tijd van natiën zal het blijken te zijn."
Terwijl Joël en Jesaja beschrijven hoe Jehovah's krijgsmacht
de wereld zal verbrijzelen, wijst Jehovah in deze profetie
naar de ineenstorting van een specifiek koninkrijk, namelijk
de tegenbeeldige Egyptische macht, wat een tijd van wereldwijde
angst over alle koninkrijken der aarde zal brengen.
De overeenkomst tussen de drie profetieën die we in het
kort bestudeerd hebben, is dat Jehovah's Dag van Oordeel
begint met de omverwerping van gevestigde koninkrijken,
wat een duistere tijd van verderf en voortekenen zal inluiden
- in de Schrift gesymboliseerd door de hemellichamen die
verduisterd worden. Het moge duidelijk zijn dat deze profetieën
in harmonie zijn met wat Jezus voorzei met betrekking tot
mensen die mat van vrees worden als gevolg van de krachten
der hemelen die geschokt worden. De val van Egypte in de
handen van een tiran, is zonder twijfel in overeenstemming
met het 13de hoofdstuk van Openbaring aangaande het beest
dat de dodelijke zwaardslag aan één van zijn zeven koppen
ontvangt.
Beschouw tot slot nauwkeuriger wat er precies wel
en niet plaatsvindt bij het openen van het 6de zegel.
Na beschreven te hebben dat de zon zo zwart wordt als een
haren zak en de maan in bloed verandert en de sterren van
de hemel naar de aarde vallen, zegt Openbaring 6:15-17:
"En de koningen van de aarde en de hooggeplaatste personen
en de militaire bevelhebbers en de rijken en de sterken
en iedere slaaf en iedere vrije verborgen zich in de holen
en in de rotsen van de bergen. En zij blijven tot de bergen
en tot de rotsen zeggen: "Valt op ons en verbergt ons voor
het aangezicht van Degene die op de troon zit en voor de
gramschap van het Lam, want de grote dag van hun gramschap
is gekomen, en wie kan dan standhouden?""
Het is duidelijk dat het openen van het 6de zegel niet
onmiddellijk resulteert in Armageddon? Hoe weten
we dat? Omdat de cataclysmische ineenstorting van het samenstel
niet het einde van de wereld is. Het feit dat mensen hun
toevlucht zoeken in de "holen" en "rotsen" geeft aan dat
er een interim periode is, een verkorting van de verdrukking
zo je wilt, wanneer mensen het samenstel dat onder de hitte
van Jehovah's woede is komen te staan, willen laten voortbestaan,
door voor bescherming en redding naar alternatieve instellingen
op te kijken. Dat is in feite waar het gedurende de Oordeelsdag
om draait. Het is een periode van extreme smart wanneer
de gehele mensheid gedwongen wordt te beslissen naar wie
ze opkijken voor redding. De twee keuzes zijn: Het koninkrijk
van Christus, of het opgeleefde beest in de vorm van de
8ste koning. Dan worden mensen permanent gemerkt met het
symbolische 666 merkteken van het beest, wanneer ze niet
hun volledige steun geven aan Christus' koninkrijk. Het
is daarom logisch dat er een interval moet zijn nadat het
samenstel ineen is gestort, na de verdrukking, wanneer Satan
zijn vijandige redder naar voren schuift, totdat Jehovah
het beest volledig vernietigt.
Iets anders om in gedachte te houden is dat één van de
hoofdkenmerken van de grote verdrukking is dat het politieke
walgelijke ding Gods heilige plaats verwoest. Wanneer het
walgelijke ding de 8ste koning voorstelt na zijn bijna dood
ervaring, dan betekent dit dat de 7de koning reeds plaats
heeft gemaakt voor de 8ste koning voordat die fase van de
verdrukking is bereikt. Zoals we dus hebben gezien door
verschillende Hebreeuwse profetieën te vergelijken, moeten
de hemellichamen eerst vallen voordat de grote verdrukking
zijn climax bereikt.
Uiteindelijk zullen Jehovah's oordelen niet volledig duidelijk
worden totdat we het feitelijke besluit van het samenstel
binnengaan.
|