| Ten eerste is het belangrijk op te merken
dat mensen niet noodzakelijkerwijs positief hoeven te reageren
op Gods boodschap wil de profetie in vervulling gaan. Wanneer
we de 1ste eeuw als graadmeter nemen: ondanks dat veel mensen
religieus waren, was de meerderheid er eenvoudig niet in geïnteresseerd
God in geest en waarheid te aanbidden. En dat zijn degenen
naar wie God op zoek is. Dus, het feit dat de meeste mensen
het niet begrijpen is niet belangrijk - velen doen dat wel.
Maar, met betrekking tot het wereldwijde aspect van onze
prediking: Het is ironisch dat de broeders vóór 1914 geen
mogelijkheid zagen om vóór het einde over
de hele wereld te prediken - zoals Christus' profetie beschrijft.
Maar, met volledig geloof in God gingen ze stap voor stap
aan het werk en kregen enkele zeer innovatieve ideeën, zoals
het Fotodrama der Schepping alsook het gebruik van kranten
en radio-uitzendingen.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog, toen het voor de broeders
leek alsof de wereld zich in Armageddon zou storten, maakte
de president van het Wachttorengenootschap een opmerking
die het citeren waard is, namelijk dat het er toch niet
op leek dat de grote schare zo heel groot zou worden.
Nu, meer dan 50 jaar later, heeft het Wachttorengenootschap
zeer zeker de middelen om massa's mensen over de gehele
wereld te bereiken in meer dan 100 talen.
De vraag is echter of hetgeen we nu doen werkelijk
de volledige vervulling is van de profetie die zegt:
"En dit goede nieuws zal over de gehele bewoonde aarde
worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en
dan zal het einde komen."
Gedurende de afgelopen jaren heeft het Genootschap dan
weer wel en dan weer niet aangegeven dat Jehovah's Getuigen
op een bepaald moment een scherpe, veroordelende ondergangsboodschap
aan de wereld zullen brengen. Helaas zijn we nu blijven
steken bij de gedachte dat we de ondergang van de wereld
reeds hebben aangekondigd.
Om dit punt te illustreren: Het Openbaring Climax
boek van het Genootschap houdt nog steeds vast aan het absurde
idee dat diverse congressen in de 1920'er jaren samenvielen
met de op trompetten blazende engelen die Jehovah's geweldige
oordeel aankondigen. De Wachttoren van 15 maart 1982
wees echter vooruit naar de verdrukking wanneer Gods
oordeelsboodschappen verkondigd zullen worden. Er staat:
"Thans,
nu het hoogtepunt der tijden is bereikt, kunnen wij een
overeenkomstige expansie van onze predikingsactiviteit verwachten.
Voordat de "grote verdrukking" is geëindigd, zullen wij
ongetwijfeld met eigen ogen zien dat met betrekking tot
Gods naam en koninkrijk het allergrootste getuigenis in
de gehele geschiedenis van deze wereld zal worden gegeven.
En hoewel het getuigenis thans de uitnodiging omvat om voor
redding naar Jehovah's organisatie te komen, zal de tijd
ongetwijfeld komen dat de boodschap een hardere klank krijgt,
als een "luide strijdkreet". Openbaring 16:21 toont aan
dat "een grote hagel, waarvan elke steen ongeveer het gewicht
van een talent [tegen de honderd pond] had, . . . uit de
hemel op de mensen [neerviel], en de mensen lasterden God
wegens de plaag van de hagel, want de plaag ervan was ongewoon
groot". Hagel is hard omdat het bevroren water is. Dit beeldt
derhalve af hoe Jehovah's oordeelsboodschap die ten slotte
aan de ongehoorzame mensheid moet worden bekendgemaakt,
als een spervuur van hard aankomende hagel zal zijn. Dat
de plaag van de hagelstenen "ongewoon groot" wordt genoemd,
duidt erop dat Jehovah's dienstknechten vlak voordat dit
samenstel zijn einde bereikt een harde bekendmaking van
Jehovah's "dag der wraak" zullen doen."
Dus, wat is het? Staat er een toekomstige periode van
een intensiever getuigenis op stapel voor Jehovah's Getuigen
of hebben we Gods werk reeds volbracht?
Het antwoord is dat er een veel intensievere fase van
koninkrijksprediking komt gedurende het feitelijke besluit
van het samenstel van dingen. Het 10de hoofdstuk van Openbaring
bevat waarschijnlijk de meest relevante en essentiële profetie
die licht laat schijnen op het toekomstige predikingwerk.
Wanneer het Wachttorengenootschap profetieën bestempelt
als reeds vervuld, wanneer ze dit in werkelijkheid niet
zijn, maakt dit Jehovah's Getuigen enkel maar blind in plaats
van geestelijk verlicht. Helaas is dat het geval met het
10de hoofdstuk van Openbaring.
De profetie in kwestie geeft een beeld van een "sterke
engel" die uit de hemel neerdaalt, "getooid met een wolk,
en er was een regenboog boven zijn hoofd, en zijn aangezicht
was als de zon, en zijn voeten waren als vuurzuilen, en
in zijn hand had hij een kleine geopende boekrol." (Openbaring
10:1, 2) De engel staat in het visioen wijdbeens op de aarde
en de zee - alsof hij beslag legt op de planeet. Het Wachttorengenootschap
identificeert de engel correct als Christus Jezus op de
tijd dat hij komt om zijn koninkrijk over de aarde op te
eisen. Heeft een dergelijke heugelijke gebeurtenis echter
plaatsgevonden in 1914 zoals we nu veronderstellen? Beschouw
eens nauwkeurig wat de grote engel met donderstem tegen
Johannes zei: En de engel die ik op de zee en op de aarde
zag staan, hief zijn rechterhand op naar de hemel, en hij
zwoer bij Degene die tot in alle eeuwigheid leeft, die de
hemel en wat daarin is en de aarde en wat daarop is en de
zee en wat daarin is, heeft geschapen: "Er zal geen uitstel
meer zijn; maar in de dagen waarin de zevende engel zich
laat horen, wanneer hij op het punt staat op zijn trompet
te blazen, wordt het heilige geheim van God overeenkomstig
het goede nieuws dat hij aan zijn eigen slaven, de profeten,
heeft bekendgemaakt, inderdaad tot een einde gebracht."
(Openbaring 10:5-7)
Redenerend over de interpretatie waaraan het Wachttorengenootschap
al zo lang aan vasthoudt: Als Christus in 1914 terugkeerde,
hoe kan er dan redelijkerwijs worden gezegd dat "er geen
uitstel meer zal zijn"? Zijn de personen uit die generatie
niet vrijwel allen reeds gestorven? In elke redelijke
berekening is een periode van 80 jaar een uitstel. Verder,
als Christus in 1914 kwam, hoe kan het dan mogelijkerwijs
waar zijn dat het goede nieuws toen "inderdaad tot een
einde gebracht" is? Was dat jaar, volgens de eigen leerstelling
van het Wachttorengenootschap, niet het begin van
het hedendaagse predikingwerk? Hoe kan die profetie dan
in 1914 in vervulling zijn gegaan, wanneer het juist de
aandacht vestigt op een moment waarop het heilige geheim
en het goede nieuws tot een einde komen?
Het is belangrijk vast te stellen dat het visioen nog
niet in vervulling is gegaan, omdat het besluit van het
visioen erop wijst dat er een definitief predikingwerk zal
worden gedaan nadat het heilige geheim en het goede nieuws
tot hun einde zijn gebracht. Openbaring 10:8-11 voorzegt
dit: En de stem die ik uit de hemel hoorde, spreekt wederom
met mij en zegt: "Ga, neem de geopende boekrol welke zich
in de hand bevindt van de engel die op de zee en op de aarde
staat." En ik ging naar de engel toe en zei hem de kleine
boekrol aan mij te geven. En hij zei tot mij: "Neem ze en
eet ze op, en ze zal uw buik bitter maken, maar in uw mond
zal ze zoet zijn als honing." En ik nam de kleine boekrol
uit de hand van de engel en at ze op, en in mijn mond was
ze zoet als honing; maar toen ik ze opgegeten had, werd
mijn buik bitter. En zij zeggen tot mij: "Gij moet wederom
profeteren met betrekking tot volken en natiën en talen
en vele koningen."
De instructie om "wederom te profeteren" heeft
zonder twijfel te maken met een intensieve koninkrijksgetuigenis
gedurende de verdrukkingperiode. Hoe dat precies
tot stand zal worden gebracht is nog niet duidelijk, maar
we moeten niet twijfelen aan Jehovah's vermogen het tot
stand te brengen, zodat alle dingen vervuld mogen worden.
|