Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 28 Maart t/m 3 April 2004


Geliefde broeders en zusters en andere lezers: Het spijt me heel erg dat ik niet op al jullie emails en vragen antwoord kan geven. Ik probeer bij te werken. Deze afgelopen week heb ik 400 extra Open Brieven en bijbehorende documentatie gestuurd naar 400 koninkrijkszalen in Canada. Het is een nogal tijdrovend project geweest. Heel veel dank aan de broeder in Canada die de mailing voorstelde en die de mailinglijst voor me heeft samengesteld. Tevens zou het ook zeer gewaardeerd worden wanneer iemand in de positie is de Open Brief te vertalen in andere talen. Bedankt voor al jullie ondersteuning.


Geachte E-watchman, hoe begrijp jij 1 Korinthiërs 13:8-13? Paulus wijst erop dat de wonderbaarlijke gaven zouden ophouden, maar dat ze zouden stoppen wanneer het "volledige" gekomen is, een tijd die hij beschrijft als het "van aangezicht tot aangezicht" zien van Christus en Hem "nauwkeurig kennen, evenals ik nauwkeurig gekend word". Dit "zien" en "kennen" wordt enkel tot stand gebracht wanneer de gezalfden verheerlijkt worden, toch? Hoe kan er worden gezegd dat dit volbracht is toen de "volledige" Bijbel beschikbaar werd? Wanneer dit het geval is, waarom zijn de gaven dan niet nog steeds zichtbaar onder de hedendaagse gezalfden? Komt het wellicht omdat ze sinds het eind van de 1ste eeuw worden afgekeurd door God?


De apostelen geloofden oorspronkelijk dat Christus zou terugkeren voordat de laatste apostel zou sterven. Toen hij de hemelse opstanding besprak, betrok Paulus zichzelf bij "de levenden, die in leven blijven tot de tegenwoordigheid van de Heer." Het moge echter duidelijk zijn dat noch Paulus noch enig andere discipel uit de 1ste Eeuw heeft geleefd tot de verwachte "tegenwoordigheid van de Heer."

Herinner je alsjeblieft dat de apostelen als gevolg van hun verkeerde begrip van Jezus' woorden een gerucht onder de broeders verspreidden dat Johannes zou blijven leven totdat Christus wederkwam. Jaren later zette Johannes de zaak in het laatste hoofdstuk van Johannes recht. Het is echter ironisch dat Johannes, als langs overlevende apostel, de terugkeer van Christus wél meemaakte - tenminste in een visioen. Dat komt omdat Johannes het voorrecht had het meeslepende openbaringvisioen mee te maken; wat het apostolische tijdperk afsloot, waarin de oude apostel een interactie met Christus had gedurende de Dag des Heren.

Het punt is echter dat de profetieën het apostolische tijdperk consequent verbinden aan de oogstperiode van de Dag des Heren. Vanuit Paulus' standpunt bezien verwachtte hij dat "het volledige", wat het tot rijpheid gegroeide lichaam van Christus betekent, in zijn leven zou komen. En, zoals opgemerkt, kwam Christus ook, symbolisch, toen hij de Apocalyps aan Johannes gaf. Kennelijk waren de gaven van de geest toen reeds weggedaan.

Het is ook een opmerkenswaardig feit dat Paulus niet specifiek zei dat praten in tongen zou blijven bestaan totdat gezalfde Christenen een ontmoeting van aangezicht tot aangezicht hebben met Jezus Christus. Hij zei enkel dat we, tot de tijd dat we hem ontmoeten "gedeeltelijke kennis [hebben] en gedeeltelijk profeteren." Het spreken in tongen en andere gaven van de geest waren karakteristiek voor de op een kind gelijkende Christelijke gemeente. Maar, zelfs zonder die gaven had de gemeente nog steeds enkel gedeeltelijke kennis van Christus. Dat is het punt: Of het nu met of zonder de gaven van de geest is, de gezalfde gemeente van Christus is nog steeds niet volwassen geworden in de volledige mate van Christus.

Dus, ondanks dat spreken in tongen en de gave van profeteren heden ten dage niet langer aanwezig zijn onder ware Christenen, zouden Jehovah's Getuigen zich bewust moeten zijn dat onze kennis van de waarheid en ons begrip van profetie nog maar gedeeltelijk is en dit ook zal blijven totdat Jezus uiteindelijk aankomt en zijn discipelen in zijn huis ontvangt.



Wat zul je doen ALS (sommigen zeggen WANNEER) je uitgesloten wordt? Zul je nog steeds naar de vergaderingen gaan? Zul je nog prediken? En wat te denken van broeders die hetzelfde denken als jij? Zal hun vriendschap onder voorbehoud zijn, ondanks dat ze hetzelfde denken? We weten allemaal dat we trouw moeten zijn aan Jehovah (vóór een aardse organisatie), maar jij neemt ook de leiding in een bepaald onderwerp en mensen bekijken je om te zien hoe jij met zaken omgaat.


Niemand kan met werkelijke zekerheid van tevoren zeggen hoe ze zullen reageren op een beproeving. Jezus waarschuwde zijn apostelen, en daarmee zijn huidige discipelen, dat "mannen u uit de synagoge zullen werpen." Als dat zal gebeuren, dan is dat wat sommigen van ons moeten verduren ter wille van Christus.

Het lijkt erop dat we de dag naderen waarop volgens Jezus het volgende zal gebeuren: "Dan zullen ook velen tot struikelen worden gebracht en elkaar verraden en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen misleiden; en wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen. Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden." (Mattheüs 24:10-13)

Het Wachttorengenootschap past Christus' profetie toe op de wereld in het algemeen. Ze wijst op misdaadstatistieken en dergelijke als een indicatie van de wijze waarop wetteloosheid zogenaamd toeneemt en mensen meer en meer liefdeloos worden. Jezus' gebruikte de uitdrukking "wetteloosheid" echter in verband met religieuze huichelarij. Bijvoorbeeld: "Gaat weg van mij, gij werkers der wetteloosheid." Paulus verwees ook naar een satanische mens der wetteloosheid die Gods tempel zou innemen.

De velen die zullen struikelen en elkaar zullen haten en bedriegen, heeft daarom kennelijk betrekking op Christus' eigen discipelen. Het moet ons ernstig stemmen dat volharden tot het einde niet zo eenvoudig zal zijn als enkel naar de vergaderingen en in de velddienst gaan. Volharden tot het einde zal vereisen dat Jehovah's ware getuigen de complete ineenstorting van de organisatie verduren. We zullen elk kleine beetje geloof dat we kunnen verzamelen heel hard nodig hebben.

In erkenning van het feit dat velen van Christus' oorspronkelijke discipelen gedood werden door wilde beesten in de Romeinse arena's, en veel van de hedendaagse Jehovah's Getuigen evenzo intensieve vervolging hebben moeten doorstaan in de handen van de Nazi's en de Sovjets, moeten we ons niet indenken dat het ons ook maar enigszins beter zal vergaan wanneer Satan werkelijk in grote woede neerdaalt. In vergelijking met zulk lijden, lijkt het erop dat uitgesloten worden voor het spreken van de waarheid een relatief lichte martelpaal is om te dragen.



In het wereldse rechtssysteem kan een persoon geen contract tekenen tenzij hij wat ouder is, in de meeste landen 18. Jezus werd gedoopt toen hij 30 was, de leeftijd die toentertijd als volwassen werd bezien. Vandaag de dag worden veel minderjarige jongeren gedoopt als gevolg van regelrechte druk of om te trachten hun ouders te verheugen, zelfs door druk vanuit de ouders zelf: 'Hé kleine John, je bent 14 en Billy is net gedoopt en hij is 10, wat is er mis met je?' Ondanks dat ouderlingen hun best doen het hart en de kennis van het kind te achterhalen door voor de doop met ze samen te komen, in redelijkheid: hoe kan een persoon werkelijk verbonden zijn aan Jehovah en de Organisatie door een beslissing (in essentie het ondertekenen van een contract) wanneer ze 10 jaar oud waren?


Dat zijn redelijke vragen. Het Wachttorengenootschap heeft er altijd op gewezen hoe onschriftuurlijk en onredelijk de Katholieke gewoonte van kinderdoop is, terwijl we zelf iets soortgelijks doen door onze jonge tieners tot de doop te pushen. Natuurlijk worden kinderen op verschillende leeftijden volwassen, maar over het algemeen lijkt het erop dat het dopen van kinderen een uitzondering zou moeten zijn in plaats van een gewoonte, zoals het nu geworden is.

Met betrekking tot de vraag of een vroegtijdige doop geldig is in Gods ogen is uiteindelijk iets wat door Jehovah zelf wordt bepaald. De doop is echter in essentie een gelofte aan God. We kunnen denken aan het vers in Prediker waar we worden gewaarschuwd tegen het lichtvaardig omgaan met geloften aan God - zelfs wanneer degene die de gelofte deed dit overhaast of bij vergissing heeft gedaan.

Prediker 5:4-6 luidt: "Telkens wanneer gij een gelofte aan God doet, aarzel niet die te betalen, want er is geen behagen in de verstandelozen. Wat gij plechtig belooft, betaal dat. Het is beter dat gij niet plechtig belooft, dan dat gij plechtig belooft en niet betaalt. Laat niet toe dat uw mond uw vlees doet zondigen, en zeg niet voor het aangezicht van de engel dat het een vergissing was. Waarom zou de ware God verontwaardigd worden wegens uw stem en het werk van uw handen teniet moeten doen?"



Je bent een HOER met de wereld, het is duidelijk dat je de geest van SATAN hebt. Je bent een leugenaar en onderwijst wat slecht is. Jehovah heeft deze organisatie gekozen en gemaakt. Je hebt kromme en verdraaide dingen gesproken. En geloof het of niet, je bent een afvallige. Bereid je voor op je vernietiging. Ik smeek je berouw te hebben! Jehovah werkt door middel van het Wachttorengenootschap en dat is volkomen duidelijk en eenvoudig. En enkel het feit dat het Wachttorengenootschap naar de VN is gegaan, betekent niet dat ze Gods woord gebroken heeft, daar de apostel Paulus [ook] naar koningen ging voor hulp. Deed hij daardoor iets verkeerds? NEE! Je bent een afvallige en Jezus zei dat zijn schapen zijn stem zouden horen en wanneer ze de stem van een vreemde hoorden ze zouden vluchten, en dat is wat ik ga doen. Jij OUDE HOER!!!!!!


"Gelukkig zijt gij wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als goddeloos verwerpen ter wille van de Zoon des mensen. Verheugt u op die dag en springt op, want ziet! Uw beloning is groot in de hemel, want precies dezelfde dingen deden hun voorvaders ten aanzien van de profeten." - Jezus Christus


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman