| |
Week van: 4 t/m 10 April 2004
|
|
Ik ben als Katholiek opgevoed en vanaf jonge
leeftijd heb ik gedacht dat dit niet de religie van de ware
God kon zijn, dus toen ik voor het eerst de bijbel met JG's
begon te studeren in mijn vroege 20'er jaren, was ik enthousiast
en was ik er zeker van de waarheid te hebben gevonden. Toen
mijn studie echter vorderde, vond ik het zeer moeilijk een
liefde voor en vooral geloof en vertrouwen in Jehovah te
ontwikkelen als gevolg van zaken uit mijn jeugd, maar ik
bad voortdurend tot Jehovah me te helpen hem volledig te
vertrouwen. Ik dacht dat ik Hem liefhad, maar misschien
loog ik mezelf voor omdat ik uiteindelijk twijfels kreeg
met betrekking tot de organisatie die niemand kon of wilde
beantwoorden, en ik had niet het gevoel dat ik paste binnen
één van de verschillende groepjes binnen de gemeente. Ik
ben nooit gedoopt en dreef langzaam af. Na het lezen van
veel anti-JG materiaal op het Internet voelde ik me volkomen
bedrogen door deze organisatie waar ik bijna lid van was
geworden en ik werd agnosticus. Ik loop nu tegen de 40.
Ik heb je site enkele maanden geleden gevonden en heb vrijwel
alles wat je geschreven hebt gelezen, en de dingen die je
schrijft lijken logisch.
Mijn vraag aan jou is: WAT MOET IK DOEN
OM JEHOVAH LIEF TE HEBBEN, TE VERTROUWEN EN GELOOF IN HEM
TE HEBBEN? Jaren geleden vond ik het zo moeilijk liefde
en vertrouwen in Jehovah te ontwikkelen, omdat ik altijd
het vervelende gevoel heb gehad dat een liefdevolle God
en een paradijsaarde te mooi waren om waar te zijn, gebaseerd
op wat ik heb doorstaan als kind en toen ik voor het eerst
begon te lezen over al de fouten en tekortkomingen van de
organisatie, was dit feitelijk een bevestiging dat het inderdaad
te mooi was om waar te zijn. Je hebt werkelijk mijn ogen
geopend voor zovele zaken en ik kan zien dat Jehovah niet
de schuld mag krijgen van de fouten van de organisatie.
Maar wanneer ik nu bid en Jehovah vraag om me te helpen
die liefde en dat vertrouwen weer te ontsteken, heb ik het
gevoel dat mijn gebeden niet beantwoord worden. Worden mijn
gebeden niet beantwoord omdat Jehovah kan zien dat ik niet
het type persoon ben die hem kan dienen (te zelfzuchtig,
zwak in geloof, enz.)?
|
|
|
| Geloof stellen in een God die we nooit hebben
gezien is niet altijd eenvoudig om te doen. Het wordt nog
problematischer wanneer ons geloof in God afhankelijk wordt
van anderen. Zoals in het geval van het Wachttorengenootschap,
wanneer degenen die we vertrouwen in het spreken van de waarheid
over God ons vertrouwen beschamen, vallen we ten slachtoffer
aan iets wat de Bijbel "struikelen" noemt. Helaas heeft het
Wachttorengenootschap juist dat gedaan. Ze hebben duizenden,
wellicht miljoenen personen zoals jij laten struikelen. Onze
uitdaging is voldoende geloof bij elkaar te sprokkelen om
alle struikelblokken te overwinnen.
Wat is de oplossing? Hoe kunnen we ons breekbare geloof
beveiligen tegen verbrijzeling door teleurstelling? Hoe
kunnen we überhaupt geloof hebben in God? Hoe kunnen we
er zeker van zijn dat God zelf betrouwbaar is? Eerst de
vraag hoe we kunnen geloven dat een paradijs van Gods makelij
niet te mooi is om waar te zijn.
Geloof is zodanig dat het een daad van verlangen is. We
moeten God willen geloven. Onze eigen motieven en
beweegredenen zijn dus de basis voor ons geloof. Paulus
zei dat hetgeen omtrent God bekend is vanaf de Schepping
duidelijk gezien wordt, maar dat mannen zonder geloof de
kennis van God trachten te onderdrukken. Romeinen 1:18-21
verwoordt het als volgt: "Want Gods gramschap wordt van
de hemel uit geopenbaard tegen alle goddeloosheid en onrechtvaardigheid
van mensen die de waarheid op onrechtvaardige wijze onderdrukken,
omdat hetgeen omtrent God bekend kan zijn, openbaar is onder
hen, want God heeft het hun openbaar gemaakt. Want zijn
onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld
af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel
van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht
en Godheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn; want,
hoewel zij God kenden, hebben zij hem niet als God verheerlijkt,
noch hebben zij hem gedankt, maar zij zijn leeghoofdig geworden
in hun overleggingen en hun onverstandig hart werd verduisterd."
Wanneer datgene wat bekend is omtrent Gods onzichtbare
hoedanigheden zichtbaar is voor de gehele schepping, waarom
erkent dan niet iedereen openlijk de waarheid? Bijvoorbeeld:
Ondanks dat er geen spoortje bewijs voor is dat het universum
en de complexe levensstructuur op aarde zichzelf geschapen
heeft door middel van miljoenen toevalligheden van ondoordachte
evolutie, waarom accepteren vermeend onderwezen personen
evolutie dan onnadenkend als een vastgesteld feit? Het is
duidelijk dat er meer werkzaam is dan hetgeen enkel door
het oog gezien wordt. Zoals Paulus zei, spannen goddeloze
mensen zich vastbesloten in de waarheid omtrent God te onderdrukken.
We moeten daarom erkennen dat onze eigen geesten en harten
onderworpen kunnen worden aan duisternis door de waarheidverdraaiende
kwade machten. We moeten het feit accepteren dat de meeste
mensen God niet werkelijk willen kennen of aan hem onderworpen
willen zijn. De vraag is: Willen wij dat wel? Willen
we God geloven?
In het eerder geciteerde vers zegt Paulus dat hetgeen
omtrent God bekend kan zijn openbaar is, of waarneembaar
is - zelfs duidelijk. Zoals?
Neem bijvoorbeeld de seizoensverandering die we nu in
het noordelijke halfrond meemaken, wanneer de winter plaats
maakt voor de lente. Wat kan dat ons vertellen over God?
We kunnen bijvoorbeeld waarnemen dat de aarde grote regeneratieve
levenskrachten ingebouwd heeft gekregen. Het kleurloze en
ogenschijnlijk levenloze winterlandschap is aan het ontwaken.
De sneeuw heeft plaatsgemaakt voor zachte regens. Insecten
ontwaken plotseling uit een levenloze toestand. Bomen die
enkele weken geleden dood leken, komen nu tot leven. De
eerste bloemen rijzen op uit de ontdooiende aarde. Vogels
zingen weer. Leven wordt vernieuwd!
Deze jaarlijkse levenscyclus moet ons eraan herinneren
dat Jehovah de Levengever is. Het zou ons geloof dat God
zijn belofte van leven kan vervullen moeten hernieuwen -
net zoals hij de aarde elk jaar vernieuwd.
De wereld waarin we nu leven kan worden vergeleken met
het winterseizoen. Zaken lijken bleek en levenloos te zijn.
De wereld is koud en hard. Maar, volgens Jehovah's belofte
zal de huidige wereld voorbijgaan en vervangen worden door
een nieuwe wereld, net zo zeker als de winter die plaatsmaakt
voor de lente. Is dat zo moeilijk te geloven? Geloof je
in de Lente?
Jehovah vergelijkt zijn Woord met regen die uit de hemel
valt, waardoor planten worden bewaterd, die vervolgens voedsel
voortbrengen voor alle schepselen; waarna de regen verdampt
om vervolgens weer neer te vallen. Jesaja 55:9-11 zegt:
"Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn
mijn wegen hoger dan uw wegen, en mijn gedachten dan uw
gedachten. Want net zoals de stromende regen, alsook de
sneeuw, van de hemel neerdaalt en naar die plaats niet terugkeert,
tenzij hij de aarde werkelijk drenkt en haar doet voortbrengen
en uitspruiten, en er werkelijk zaad aan de zaaier en brood
aan de eter wordt gegeven, zo zal mijn woord dat uit mijn
mond uitgaat, blijken te zijn. Het zal niet zonder resultaten
tot mij terugkeren, maar het zal stellig datgene doen waarin
ik behagen heb geschept, en het zal stellig succes hebben
in dat waarvoor ik het heb gezonden."
Wanneer we de wijsheid en geweldige kracht die zichtbaar
is in de natuurlijk watercyclus waarderen, zouden we een
diepere waardering moeten hebben voor de betrouwbaarheid
van Gods Woord. God heeft gezegd dat er een nieuwe wereld
zal komen, met dezelfde zekerheid waarmee de lenteregen
het gras laat groeien - de aarde zal een paradijs worden.
|
|
| Kun je ons allen op
deze website vertellen waar er in de Bijbel expliciet wordt
gezegd dat Christus de aartsengel Michael is? Ik wil een vers
dat uitdrukkelijk zegt 'Jezus is de Aartsengel Michael.' Ik
heb gezocht, maar kan er geen vinden. |
|
|
| Je zult geen vers vinden dat zegt waarnaar
je zoekt. Er zijn echter vele plaatsen waar geïmpliceerd
wordt dat Jezus en Michael de aartsengel één en dezelfde zijn.
Dat betekent dat we ons redenatievermogen moeten gebruiken
om Jehovah's heilige geheimen te ontrafelen en niet moeten
verwachten dat alles eenvoudig uitgespeld staat.
Er dient te worden opgemerkt dat Trinitariërs zeer vreemde
manieren hebben om te redeneren over de Schrift. Ondank
dat ze volhouden dat Jezus onmogelijk Michael de aartsengel
kan zijn omdat de Bijbel dit niet specifiek zegt, houden
ze tegelijkertijd vol dat Jezus God is, ondanks dat er niet
eens één vers in de Bijbel bestaat waarin Jezus beweerde
dat hij God is - niet één!
Probeer het zelf maar eens. Vraag een Trinitariër je één
zo'n vers aan te wijzen. Ik kan je verzekeren dat ze dat
niet kunnen.
De reden waarom we weten dat Jezus Michael is,
is omdat er aan Michael, of een aartsengel, handelingen
worden toegeschreven waarop Jezus Christus het alleenrecht
heeft. Christus gaat bijvoorbeeld de opstanding van de 144.000
uitvoeren. In 1 Thessalonicenzen 4:16 wordt er van Jezus
gezegd dat hij de bevelende roep van een aartsengel heeft.
Er staat: "Want de Heer zelf zal uit de hemel neerdalen
met een bevelende roep, met de stem van een aartsengel
en met Gods trompet, en zij die dood zijn in eendracht met
Christus zullen eerst opstaan."
Op een andere plaats, in Openbaring, wordt Michael afgeschilderd
als degene die al Gods engelen in oorlogvoering tegen Satan
en zijn demonen leidt. In het 19de hoofdstuk van Openbaring
wordt Jezus Christus, het Woord, echter afgebeeld als degene
die het engelenleger leidt tegen de demonische krachten
die zich te Armageddon hebben opgesteld tegen God.
Het boek Daniël bevat tevens een serie visioenen die allen
op dezelfde wijze eindigen - met Gods koninkrijk dat de
controle overneemt. In het tweede hoofdstuk van Daniël wordt
ons bijvoorbeeld verteld dat Gods koninkrijk alle vijandige
koninkrijken van de wereld zal verbrijzelen en het tot onbepaalde
tijd zal heersen. In het 7de hoofdstuk wordt ons een meer
gedetailleerd visioen gegeven, waarin "iemand gelijk
een mensenzoon" de autoriteit over alle natiën gegeven
wordt - een profetie die Jezus op zichzelf van toepassing
bracht.
In het 8ste hoofdstuk wordt ons wederom een ander visioen
van Gods overwinnende koninkrijk gegeven. Die profetie eindigt
met de Vorst der Vorsten die de koning met bars gelaat vernietigt.
Tot slot, in het laatste hoofdstuk van Daniël, komt de koning
van het noorden, die duidelijk dezelfde politieke entiteit
is als in andere visioenen wordt afgebeeld, volledig tot
zijn einde wanneer de grote Vorst Michael opstaat als regeerder
en hem vernietigt.
Volgens de overlappende profetieën van Daniël is het duidelijk
dat de Mensenzoon, de Vorst der vorsten en Michael, de grote
vorst, één en dezelfde persoon zijn.
|
|
| De meeste mensen die
met Jehovah's Getuigen studeren kunnen gemakkelijk onderscheiden
dat hun begrip van de Bijbel progressief voorwaarts gaat in
de juiste richting. Daarom horen we dikwijls de uitdrukking
"de waarheid" in hun conversaties. Ik kan het echter niet
helpen dat ik me realiseer dat sommige tradities of regels
die onderdeel zijn geworden van hun organisatorische constructie
"leringen van mensen" zijn. Ik snap de redenering bijvoorbeeld
niet helemaal dat iemand eerst een verkondiger moet worden
om te kunnen worden gedoopt. Heeft Jezus ons geen "model gegeven
dat we moeten volgen," ook in dit opzicht, dat hij zijn bediening
begon na zijn doop? Wanneer iemand gedoopt wil worden, impliceert
dit dan niet dat hij zijn leven reeds aan Jehovah heeft opgedragen,
met volledige wetenschap wat er van hem verlangd wordt? Welk
bewijs willen de ouderlingen daarom hebben met het stellen
van deze regel - eerst verkondiger, dan pas doopkandidaat?
Wijst eerst verkondiger worden erop dat een persoon zijn leven
werkelijk aan Jehovah heeft opgedragen? Is deze regel gebaseerd
op liefde of is er een ander motief? Meent het WTG dat deze
praktijk het potentiële aantal personen dat inactief zou kunnen
worden of uitgesloten vanwege ernstige zonden terugdringt;
deze opvatting aldus aannemend op basis van organisatorische
gronden dan voor een onzelfzuchtige liefde voor de naaste?
Wanneer men een persoon het gevoel geeft dat ze eerst een
verkondiger moeten worden voordat ze gedoopt kunnen worden,
terwijl ze reeds weten dat de bediening een verplichting is
voor elke ware Christen, wordt hun voortgang dan niet vertraagd,
daar liefde de motiverende factor dient te zijn bij alles
wat de Christelijke Gemeente doet? Kan deze regel iets te
maken hebben met het lage aantal dopelingen op congressen?
En belangrijker, is dit gebruik in overeenstemming met de
Bijbel? |
|
|
| Dat zijn interessante vragen. Jezus stelde
zeker het voorbeeld door gedoopt te worden voordat hij van
start ging met zijn bediening. Kennelijk waren de apostelen
ook reeds gedoopt door Johannes voordat Christus hen uitzond
in de prediking.
De andere kant van de medaille is echter de onverantwoordelijke
wijze waarop fundamentalistische religies iedereen dopen
die van de straat geplukt wordt. Wil de doop echter enige
waarde hebben in Gods ogen, moet de persoon die gedoopt
wordt een fundamentele kennis van de waarheid hebben.
Anders is de doop een betekenisloos ritueel. Er moet dus
een bepaald evenwicht zijn. We willen niet personen dopen
die niet volledig begrijpen wat ze doen en wat er van ze
verwacht wordt wanneer ze Jehovah's Getuigen worden.
Maar, dan is er de starheid in organisatorische principes
- zoals je opmerkt.
Jesaja 28:9, 10 spreekt kennelijk vanuit Jehovah's standpunt
over de formulaire en kinderachtige manier waarop de organisatie
Gods geboden onderwijst; alsof het een kinderliedje is.
"Wie zal men in kennis onderrichten, en wie zal men het
gehoorde te verstaan geven? Degenen die van de melk gespeend
zijn, die van de borst weggenomen zijn? Want het is "gebod
op gebod, gebod op gebod, meetsnoer op meetsnoer, meetsnoer
op meetsnoer, hier een weinig, daar een weinig".
Wellicht moeten we de realiteit aanvaarden dat onvolmaakte
mensen nimmer iets anders kunnen opbouwen dan onvolmaakte
organisaties. Ondanks dat we altijd trachten het juiste
te doen, blijkt dat het onontkoombaar is dat we altijd tekort
schieten.
|
|
| Op het ene moment ondersteun
je het WTG en Jehovah's Getuigen sterk en het andere moment
ben je heel boos en vrij in je moedige veroordelingen van
het WTG. Je lijkt heen en weer te switchen tussen deze twee
tonen en ik heb bemerkt dat je de neiging hebt beweringen
te doen die elkaar tegenspreken. In de ene adem zeg je dat
het WTG de waarheid heeft geruïneerd en op een ander
moment zeg je dat je reeds lang de WT bestudeerd hebt en dat
het WTG verantwoordelijk is voor de basiswaarheden die je
nu kent. Wat betekent dat allemaal? |
|
|
| De echte wereld kent vele contradicties.
De zondige menselijke natuur van zelfs de meest godvrezende
Christenen resulteert in een vrijwel constant innerlijk conflict
tussen twee vijandige krachten. Daarom schreef Paulus in Romeinen
7:21-25 het volgende: "Ik bemerk in mijn geval dan deze
wet: dat wanneer ik het juiste wens te doen, het slechte bij
mij aanwezig is. Naar de innerlijke mens schep ik werkelijk
behagen in de wet van God, maar in mijn leden zie ik een andere
wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij
in gevangenschap voert aan de wet der zonde, die in mijn leden
is. Ellendig mens die ik ben! Wie zal mij verlossen van het
lichaam dat deze dood ondergaat? God zij gedankt door bemiddeling
van Jezus Christus, onze Heer! Zo ben ikzelf dan met mijn
verstand een slaaf van Gods wet, maar met mijn vlees van de
wet der zonde."
Dezelfde tegenstrijdigheid wordt in de Schrift weerspiegeld.
Jezus zei bijvoorbeeld dat zijn discipelen het licht der
wereld waren en hij zei de apostelen dat ze gezegend waren
door de geheimen van het koninkrijk te kennen. Echter, kort
na zijn opstanding zei Christus het volgende tot de apostelen:
"O onverstandigen, die traag van hart zijt om alle
dingen te geloven die de profeten hebben gesproken!
Moest de Christus deze dingen niet lijden en in zijn heerlijkheid
binnengaan?"
Jezus zelf was lankmoedig en van nature zeer zachtaardig,
toch wierp hij de tafels van de geldwisselaars omver en
joeg hen en hun dieren met een zweep de tempel uit.
Ja, door de gehele Schrift onthult God zijn liefde voor
zijn volk en toch stelt hij hen dikwijls aan de kaak.
Als een van Jehovah's Getuigen erken ik dat we de fundamentele
leerstellige waarheden van de Bijbel onderwijzen. Aan de
andere kant moeten we ons echter ook realiseren dat het
Wachttorengenootschap de profetieën niet begrijpelijk
heeft geïnterpreteerd.
We moeten daarom niet veronderstellen dat alles helemaal
pasklaar is. Net zoals er binnen een ieder van ons zoveel
tegenstrijdigheden aanwezig zijn, zijn er ook contradicties
binnen onze organisatie. We kunnen er bijvoorbeeld trots
op zijn dat Jehovah's Getuigen niet delen in de bloedschuld
van de Christenheid door deel te hebben aan oorlogvoering,
echter, dezelfde broeders die resoluut weigeren in dienst
te gaan, zouden het kunnen rechtvaardigen dat ze op subtiele
wijze samenwerken met de Verenigde Naties.
Of, dezelfde organisatie kan vele schitterende boeken
met Bijbelverhalen schrijven voor kinderen en tegelijkertijd
de plaatselijke ouderlingen verbieden bekende seksuele roofdieren
die wellicht binnen onze gemeente loeren te ontmaskeren.
Ik hoop dat je vraag hiermee beantwoord is.
|
|
| Ik las recent enkele
"aantekeningen" in een e-mail die circuleerde binnen
mijn gemeente, afkomstig van een lid van het Besturend Lichaam,
Garrett Losch. Er werd geïmpliceerd dat de "aantekeningen"
van Br. Losch waarschijnlijk binnenkort in een Wachttorenartikel
terecht zouden komen. In zijn "aantekeningen" beweerde
hij dat de vervulling van Mattheüs 24:14 zich ook uit
kon strekken tot de tijd van de duizend jarige regering, en
dat we ons predikingswerk aan ALLE natiën gedurende de
duizend jaar nog steeds zouden doen. Het klinkt als wederom
een poging de zaken te verdraaien, vanwege het feit dat er
nu nog niet tot ALLE natiën is gepredikt en dat ze voortdurend
hebben volgehouden dat het einde om de hoek ligt. Nogal grote
hoek dan. Waarom voelt het WTG constant de noodzaak dit te
doen? Begrijpen ze dat de meeste nadenkende broeders hier
zo doorheen prikken en dat het vervelend is, niet aanmoedigend?
|
|
|
| Het probleem is dat het Wachttorengenootschap
zo lang heeft vastgehouden aan de leerstelling, dat ze nu
opgescheept zit met 1914. Ook al zouden enkele broeders
met inzicht op Bethel het hele ding op dit moment willen schrappen,
dan zouden broeders die een hardere lijn willen volgen dit
tegenstaan met als reden dat het een massale exodus uit de
organisatie zou betekenen. En waarschijnlijk zouden ze gelijk
hebben. De broeders worden dus gedwongen de ene lap op de
andere lap te naaien op wat nu een lapwerk van profetische
interpretatie is geworden.
Jehovah illustreert het dilemma van het Wachttorengenootschap
in profetie in Ezechiël 13:8-12. Daarin wordt het huidige
fenomeen beschreven waarbij de ene laag pleisterwerk met
witkalk over andere laag wordt aangebracht op een afbrokkelende
muur die zal instorten. "'Daarom, dit heeft de Soevereine
Heer Jehovah gezegd: "'Omdat gijlieden onwaarheid hebt gesproken
en gij een leugen hebt geschouwd, daarom, ziet, ben ik tegen
u', is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah." En
mijn hand is gekomen tegen de profeten die onwaarheid schouwen
en die een leugen waarzeggen. In
de intieme groep van mijn volk zullen zij niet blijven,
en in het register van het huis van Israël zullen zij niet
geschreven worden, en op Israëls bodem zullen zij niet komen;
en gijlieden zult moeten weten dat ik de Soevereine Heer
Jehovah ben, omdat, ja, omdat zij mijn volk op een dwaalspoor
gebracht hebben, door te zeggen: "Er is vrede!" terwijl
er geen vrede is, en er is iemand die een scheidsmuur bouwt,
maar tevergeefs zijn er die hem met witkalk bepleisteren.'
Zeg tot degenen die met witkalk pleisteren, dat hij zal
vallen. Een overstromende stortregen zal stellig plaatsvinden
en gij, o hagelstenen, zult vallen, en zelfs het geblaas
van stormwinden zal hem doen splijten. En zie! de muur moet
vallen. Zal niet tot ulieden worden gezegd: 'Waar is de
pleisterlaag waarmee gij gepleisterd hebt?'"
Merk de met geel benadrukte zinsnede alsjeblieft op: "In
de intieme groep van mijn volk zullen zij niet blijven."
In plaats dat de valse visionairs een afbeelding zijn van
de geestelijken van de Christenheid, plaatst Jehovah's woord
hen zonder meer binnen de "intieme groep van mijn volk."
In dat geval luidt de vraag als volgt: Wanneer verwijdert
God hen uit de intieme groep van zijn volk? Het antwoord
is de tijd waarin Jehovah veroorzaakt dat de witgepleisterde
muur ineenstort.
Met andere woorden, Jehovah's dag van oordeel zal komen
op een manier die onze visionairs niet hebben voorzien
en zal tot gevolg hebben dat de gepleisterde muur ter aarde
stort. Denk hier eens over na: Vrijwel elk detail
van de profetische interpretaties van het Wachttorengenootschap
is op één of andere wijze verbonden met 1914.
Er is ons laten geloven dat Jezus toen over de wereld
begon te regeren.
We geloven dat Satan in 1914 uit de hemel geworpen is
en vanaf toen zijn rooftocht begonnen is gedurende zijn
"korte tijd".
We geloven dat het oordeel over het huis van God in 1918
begonnen is. En dat de voorzegde loutering reeds volbracht
is.
We geloven dat de getrouwe slaaf toen over alle bezittingen
van de meester is aangesteld - waardoor het Wachttorengenootschap
vrijwel carte blanche is gegeven.
We geloven dat de deur naar de hemel in 1935 dichtgesmeten
is.
En zo gaat het maar door; laag na laag wordt de
witkalk op de leerstellige muur van 1914 gepleisterd.
Wat gebeurt er echter wanneer Christus werkelijk
aankomt? Wat gebeurt er wanneer Satan de Duivel werkelijk
neergeslingerd wordt vanuit de hemel? Wat gebeurt er wanneer
Christus het oordeel over het Huis van God werkelijk
begint? Wat gebeurt er wanneer Jehovah zijn volk werkelijk
onderwerpt aan het vuur van de smeltoven?
Dan zal de met witkalk gepleisterde muur van het Wachttorengenootschap
met een slag ineenstorten.
In de tussentijd kunnen we enkel medelijden hebben met
degenen die wederom een laag witkalk willen aanbrengen op
een muur die bij Jehovah op de slooplijst staat.
|
|
|
|
|