Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 11 t/m 17 April 2004


 

Het Avondmaal des Heren zoals dat is ingesteld door Jezus, verschilt van de wijze waarop het door hedendaagse Jehovah's Getuigen gevierd wordt. Het is duidelijk dat de wijze waarop deze speciale gebeurtenis gevierd wordt de diepte van hun erkenning en waardering van het offer laat zien. Ik zie echter geen Bijbels indicatie dat degenen van de gezalfde klasse noodzakelijkerwijs in het openbaar gebruik moeten maken van de symbolen. Toen Jezus deze herdenking instelde, was het buiten het blikveld van het publiek en volgend op de wegsturing van Judas. De overgebleven loyale discipelen namen van de symbolen zoals door Jezus werd geïnstrueerd. Het is dus belangrijk dat degenen die deel nemen aan het avondmaal des Heren dit doen met het respect en de eerbied om in overeenstemming te blijven met het doel van een "verbond voor een koninkrijk." Het is duidelijk dat degenen die gebruik maken van de symbolen dit in afzondering kunnen doen, buiten het blikveld van het algemene publiek, zoals dat ook het geval was met Jezus en zijn getrouwe apostelen.

Overigens, het feestmaal dat Jozef voor zijn broers bereidde, werd ook dat niet gehouden in een privé setting? Deze redenering volgend, het is interessant om op te merken dat Jezus zijn discipelen uitnodigt geen openbare voorstelling van hun rechtvaardigheid te geven, door hen te instrueren in hun binnenkamers te gaan om in het verborgene tot de Vader te bidden. - Mattheüs 6:1-6



De viering van het Avondmaal, toen en nu, is geen openbare voorstelling van rechtvaardigheid. Het is een openbare bekendmaking van iemands hoop en geloof in Jezus. De vroegere Christenen vierden het avondmaal des Heren niet in afzondering. Ze kwamen als gemeenten samen. Toen Paulus bijvoorbeeld enkele problemen binnen de Korinthische gemeente besprak in het licht van de wijze waarop ze de gebeurtenis vierden, schreef hij: "Daarom kunt gij, wanneer gij op één plaats samenkomt, het avondmaal des Heren niet eten."

Voor geen enkele Christen bestaat er een schriftuurlijk precedent om afgezonderd, apart van de gemeentelijke setting, deel te nemen aan het avondmaal des Heren.



Je open brief van 5 april 2004 aan het WTG is zeer heftig. Hij zou echter nauwkeurig gebaseerd moeten zijn op Bijbels profetie. Kun je me alsjeblieft verwijzen naar de schriftplaats waarin dit geprofeteerd staat? De verwachtte reactie moet ook in de schrift genoemd worden. Wijs hier alsjeblieft ook op.


Er zitten twee kanten aan profetieën. De profeten profeteren en ze voorzien ook in een patroon. Laten we het ene aspect van het patroon dat de Hebreeuwse profeet Jeremia verschaft eens onder de loep nemen.

In het 36ste hoofdstuk van Jeremia droeg Jehovah zijn profeet op al Gods veroordelingen op te schrijven in een boek en het voor te laten lezen in het "huis van Jehovah" voor alle aanwezigen. Zoals Jehovah verder tegen Jeremia zei, was het doel daarvan: "Misschien zullen zij van het huis van Juda luisteren naar al de rampspoed die ik hun denk aan te doen, opdat zij terugkeren, een ieder van zijn slechte weg, en ik hun dwaling en hun zonde werkelijk vergeef." (vers 3)

Jeremia schreef dus zijn boek zoals Jehovah had opgedragen en zijn secretaris Baruch ging naar de tempel en las hem hardop voor toen de mensen voor aanbidding kwamen.

Jeremia's brief werd dus openlijk voorgelezen aan Jehovah's volk.

Wat was de reactie? Het veroorzaakte nogal een opschudding. Toen bepaalde vorsten van de heersende klasse de kwestie van een afschrijver, die de openbare voorlezing in de tempel had gehoord, vernamen, namen ze Baruch mee in het koninklijke paleis om de boekrol aan de secretaris van de koning te overhandigen, zodat Jeremia's boekrol aan de koning werd voorgelezen.

Een gevoel van angst kwam over de vorsten toen ze de inhoud van de boekrol hoorden, wat ook de gepaste reactie was. Ze zeiden Baruch en Jeremia vervolgens zich een tijd te verschuilen. Het verslag zegt: Nu gebeurde het dat zodra zij al de woorden hoorden, zij elkaar vol angst aankeken, waarop zij tot Baruch zeiden: "Wij zullen zonder mankeren al deze woorden aan de koning vertellen." En Baruch vroegen zij en zeiden: "Vertel ons alstublieft: Hoe hebt gij al deze woorden uit zijn mond opgeschreven?" Toen zei Baruch tot hen: "Uit zijn mond bleef hij mij al deze woorden bekendmaken, en ik schreef met inkt in het boek." Ten slotte zeiden de vorsten tot Baruch: "Ga, verberg u, gij en Jeremia, zodat absoluut niemand zal weten waar gijlieden zijt." (vers 16-19)

De koning tolereerde het voorlezen van de profetie van Jeremia echter niet. Het verslag vermeldt verder: "Toen las Jehudi haar voor, ten aanhoren van de koning en ten aanhoren van al de vorsten die bij de koning stonden. En de koning was gezeten in het winterhuis, in de negende maand, met een brandend kolenbekken voor zich. Toen gebeurde het dat zodra Jehudi drie of vier bladzijden-kolommen had gelezen, hij ze terstond met het mes van de secretaris afscheurde en ze vervolgens in het vuur wierp dat in het kolenbekken was, totdat ten slotte de gehele rol was terechtgekomen in het vuur dat in het kolenbekken was. En zij gevoelden geen angst, noch scheurden de koning en al zijn dienaren, die naar al deze woorden luisterden, hun klederen." (vers 21-24)

Er waren dus verschillende reacties op het aanhoren van de boekrol van Jeremia. Terwijl sommigen erkenden dat de veroordelingen van Jehovah afkomstig waren, weigerde de koning dit te doen.

Het is ook opmerkenswaardig dat Jeremia niet anoniem schreef; daarom adviseerden de vorsten Jeremia en Baruch om zichzelf te verbergen. Ze wisten dat de boodschap waarschijnlijk niet erg goed ontvangen zou worden door de koning. Het was voorspelbaar dat de koning verordende dat Jeremia en Baruch gevangen genomen moesten worden. Jeremia 36:26 luidt: "Voorts gebood de koning Jerahmeël, de zoon van de koning, en Seraja, de zoon van Azriël, en Selemja, de zoon van Abdeël, om de secretaris Baruch en de profeet Jeremia te halen. Maar Jehovah hield hen verborgen."

Het patroon dat door Jeremia de profeet wordt gesteld is daarom opmerkenswaardig. Eerst schrijft Jeremia Jehovah's veroordeling op. Dan wordt hij voorgelezen aan Jehovah's volk - als een open brief. Vervolgens wordt hij respectvol aangeboden aan de koning en de heersende klasse, zij gooien hem echter in het vuur. Dan worden Jeremia en zijn secretaris vervolgd omdat ze het waagden Jehovah's veroordeling uit te vaardigen aan degenen die dachten dat ze boven onderricht van God stonden.

Jeremia werd later natuurlijk gerehabiliteerd als een ware profeet van Jehovah toen de Babyloniërs het Judeese koninkrijk samen met het huis van Jehovah vernietigden.



Ik vroeg me af wat jouw begrip is van het 37ste hoofdstuk van Ezechiël aangaande de dorre beenderen die tot leven komen. Het Wachttorengenootschap heeft dit toegepast als een profetische beschrijving van wat er is gebeurd rond 1918-1919, toen de activiteit van de broeders als het ware vrijwel stierf en weer tot leven kwam.


Het is werkelijk verbazingwekkend hoeveel Bijbelse profetieën het Wachttorengenootschap van toepassing heeft gebracht op de periode van 1914-1919. En wat nog verwonderlijker is, is dat ze er een aardig overtuigend verhaal bij hebben. Echter, na jaren van onderzoek van diverse profetieën ben ik er nu van overtuigd dat de vele gebeurtenissen die door Jehovah's Getuigen worden aangenomen als de authentieke vervulling van Bijbelse profetieën, waarin aangegeven wordt dat Jezus' tegenwoordigheid in 1914 begon, in werkelijkheid een misvatting is!

Het is paradoxaal dat onze aanvaarding van de leerstelling omtrent 1914, en alles wat daarbij hoort, een vervulling is van Paulus' profetie aangaande de afgrijselijke activiteiten van de Duivel.

Over de mens der wetteloosheid schreef Paulus het volgende in 2 Thessalonicenzen 2:9-12: "Maar de tegenwoordigheid van de wetteloze is overeenkomstig de werking van Satan met elk krachtig werk en leugenachtige tekenen en wonderen en met elk onrechtvaardig bedrog voor degenen die vergaan, als een vergelding omdat zij de liefde voor de waarheid niet hebben aanvaard, opdat zij gered zouden worden. Daarom laat God dus een werking van dwaling tot hen gaan, zodat zij geloof gaan hechten aan de leugen, opdat zij allen geoordeeld worden omdat zij de waarheid niet hebben geloofd maar behagen hebben geschept in onrechtvaardigheid."

Ook al geloven we niet dat Christus in 1914 gekomen is, moeten we toegeven dat het bewijs wat het Wachttorengenootschap overlegt zeer overtuigend is. Hoe geforceerd de chronologie van de zeven tijden bijvoorbeeld ook is, de gebeurtenissen van 1914 lijken zeker in overeenstemming te zijn met het teken van Christus' tegenwoordigheid. Maar, wanneer we de uitbraak van de Grote oorlog nauwkeurig beschouwen, alsook het opzetten van de Volkerenbond en de identificatie ervan als het "walgelijke ding" uit profetie, de verwoestende Spaanse Griep die de aarde verwoestte - ogenschijnlijk precies op het juiste moment, de arrestatie van de acht Wachttorenfunctionarissen in 1918 en hun ogenschijnlijk wonderbaarlijke vrijlating uit de gevangenis en daarbij nog vele andere dingen, zou dit in werkelijkheid een deel van de "krachtige werken en leugenachtige tekenen en wonderen" en "onrechtvaardig bedrog" kunnen zijn die Satan mag verrichten.

Zou Satan zoiets doen? Ja, natuurlijk. De overtuiging dat Jezus in 1914 gekomen is, lijkt een "onrechtvaardig bedrog te zijn" dat in de eigen gemeente van Christus is ingebracht om ze van binnenuit te controleren.

Hoe verwarrend dat op het eerste gezicht ook mag lijken, merk alsjeblieft op dat Jehovah een "werking van dwaling" toelaat onder degenen die enige kennis van de waarheid hebben. Waarom kunnen we dat zeggen? Dat komt omdat God toelaat dat sommigen de leugen geloven, "omdat zij de liefde voor waarheid niet hebben aanvaard". En als gevolg daarvan geloven ze de waarheid niet echt. Redelijkerwijs moet een persoon echter op zijn minst iets van de waarheid kennen om de "liefde voor de waarheid" te kunnen aanvaarden.

We moeten ons realiseren dat veel van wat het Wachttorengenootschap leert de waarheid is. Maar, het is bijna alsof er twee organisaties in één bestaan - een tweepolig genootschap als het ware. Dat komt omdat er twee verschillende goden aan het werk zijn - Jehovah en de god van dit samenstel. Aan de ene kant verschaft het Wachttorengenootschap namelijk zulke schitterende inzichten in de Bijbel. Het Wachttorengenootschap is in vele zaken onvergelijkelijk en dat geldt ook voor Jehovah's Getuigen. Maar, aan de andere kant, wanneer het aankomt op het juist interpreteren van profetieën, lijkt er een ondoorzichtige sluier over hun ogen getrokken te zijn. Het is niet overdreven te zeggen dat vrijwel elke interpretatie van profetie door het Wachttorengenootschap, zoals die van toepassing is op het hedendaagse tijdperk, onjuist is. De vraag is: Hoe kunnen Jehovah's Getuigen leerstellig bezien zo solide zijn en tegelijkertijd zo fout zitten wanneer het aankomt op profetieën?

De enige redelijke verklaring is dat Jehovah het Satan kennelijk heeft toegestaan zijn misleiding over ons te brengen met deze hele 1914 kwestie, zodat het op het moment van waarheid, wanneer Christus werkelijk komt, een beslissende beproeving op ons geloof zal vormen. Zullen we echt vertrouwen hebben in Jehovah en geloof oefenen in Christus op dit cruciale tijdstip, of zullen we vast blijven houden aan misleidende leerstellingen? Op dat kritieke uur zullen we het waanidee omtrent 1914 en alle bijkomende zaken snel moeten loslaten of een organisatorische mens der wetteloosheid blind volgen tot onze ondergang. (Meer over dit onderwerp in een komend essay getiteld: "De Afval Komt Eerst".)

Maar, met betrekking tot je vraag over de vallei met dorre beenderen, beschouw alsjeblieft nauwkeurig de details van de profetie. De laatste verzen van Ezechiël hoofdstuk 37 luiden bijvoorbeeld: "En ik wil met hen een vredesverbond sluiten; een voor onbepaalde tijd durend verbond zal er met hen tot stand komen. En ik wil hun een plaats geven en hen vermenigvuldigen en mijn heiligdom tot onbepaalde tijd in hun midden plaatsen. En mijn tabernakel zal zich werkelijk over hen bevinden, en ik zal stellig hun God worden en zijzelf zullen mijn volk worden. En de natiën zullen moeten weten dat ik, Jehovah, Israël heilig wanneer mijn heiligdom zich tot onbepaalde tijd in hun midden bevindt."

De geestelijke opstanding die door Ezechiël werd voorzien, beëindigt ook direct Jehovah's betrekkingen met het gezalfde huis van Israël. In de tijd van de geestelijke vernieuwing is Jehovah's voornemen in relatie tot zijn volk volbracht. Als gevolg van Gods terugkoping van zijn geestelijk dode volk, komen de natiën te weten dat Jehovah God is. Het is duidelijk dat de natiën in 1919, toen de Bijbelonderzoekers met nieuwe energie aan de slag gingen, niet erkenden dat Jehovah God is.

Hoe kunnen we er zeker van zijn dat de profetie een toekomende vervulling heeft?

Ezechiël 36:22-28 beschrijft verder hoe Jehovah zijn berouwvolle volk terugkoopt en reinigt. Er staat: "Daarom, zeg tot het huis van Israël: 'Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: "Niet ter wille van u doe ik het, o huis van Israël, maar voor mijn heilige naam, die gij ontheiligd hebt onder de natiën waar gij zijt gekomen."' 'En ik zal mijn grote naam stellig heiligen, die onder de natiën werd ontheiligd, die gij in hun midden hebt ontheiligd; en de natiën zullen moeten weten dat ik Jehovah ben', is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah, 'wanneer ik voor hun ogen onder u word geheiligd. En ik wil u uit de natiën halen en u bijeenbrengen uit alle landen en u brengen op uw grond. En ik wil rein water op u sprenkelen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal ik u reinigen. En ik wil u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal ik in uw binnenste leggen, en ik wil het stenen hart uit uw vlees wegnemen en u een hart van vlees geven. En mijn geest zal ik in uw binnenste leggen, en ik wil dusdanig handelen dat gij in míjn voorschriften zult wandelen en míjn rechterlijke beslissingen zult onderhouden en werkelijk zult uitvoeren. En gij zult stellig wonen in het land dat ik aan uw voorvaders heb gegeven, en gij moet mijn volk worden en ikzelf zal uw God worden.'"

Om te bepalen of de profetie wel of niet reeds in vervulling is gegaan, hoeven we enkel de volgende vraag te stellen: Hebben Jehovah's Getuigen de naam van Jehovah voor de wereld ontheiligd? Helaas is het antwoord ja - en fors ook! Zonder hier in details te treden, is het genoeg om te zeggen dat het Wachttorengenootschap en Jehovah's Getuigen geweldige schande over de naam van Jehovah hebben gebracht. Het onontkoombare gevolg daarvan is dat er een pijnlijke dag van afrekening opdoemt, een dag waarop Jehovah moet handelen om zijn naam te zuiveren van de schande die wij hebben veroorzaakt. Nadien worden we er echter van verzekerd dat Jehovah een geestelijke genezing zal bewerkstelligen - die zijn gelijke niet kent - voor de getrouwen die zijn tuchtiging verduren. Dan komen de dorre beenderen uit Ezechiëls visioen tot leven.



Watchman, ik weet dat ik geen goede leraar of prediker ben, maar ik kan goed omgaan met mensen en hen op een persoonlijk niveau helpen wanneer ze hulp nodig hebben. Ik kan niet goed omgaan met vreemden. De Bijbel zei dat Jehovah gaven in mensen gaf als predikers, onderwijzers, ouderlingen…enz (parafrase natuurlijk), en zelfs dat sommigen GEEN leraren zouden moeten zijn. Ik heb de "formele" bediening al zo'n beetje opgegeven. Ik ben beter in het ondersteunen en helpen van mensen dan hen voor het eerst te laten luisteren naar een boodschap. Ik weet niet in welke positie me dat brengt met betrekking tot Jehovah en de bediening.


Er is een interessant verslag uit het leven van David dat je wellicht aanmoedigend zult vinden. De Amalekieten hadden een inval in Ziklag gedaan en de stad geplunderd en de vrouwen en kinderen gevangen genomen. Twee van Davids vrouwen werden zelfs als slaven meegenomen. David verzamelde daarom 600 man en joeg achter de Amalekieten aan. Tijdens de achtervolging werden 200 man moe en konden niet meer verder. David en de anderen vervolgden hun achtervolging, haalden hen in en namen de gevangenen terug en plunderden de plunderaars. Toen David en de 400 mannen terugkeerden in het kamp van de 200 die achtergebleven waren, zeiden sommige nietswaardige mannen dat degenen die achtergebleven waren geen deel mochten hebben aan de buit.

David sprak echter en zei: "Zo moet gij niet doen, mijn broeders, met wat Jehovah ons heeft gegeven, doordat hij ons heeft beveiligd en de roversbende die tegen ons opkwam, in onze hand heeft gegeven. En wie zal in deze zaak naar u luisteren? Want het deel van degene die ten strijde is getrokken, zal hetzelfde zijn als het deel van degene die bij de legertros is gebleven. Allen zullen samen delen." (Je kunt het verslag lezen in 1 Samuël hoofdstuk 30)

De belangrijkheid van het verslag ligt het in het feit dat het volgende vers zegt: "Nu geschiedde het vanaf die dag en voortaan dat hij het bleef handhaven als een voorschrift en rechterlijke beslissing voor Israël, tot op deze dag." (vers 25)

Wees eraan herinnerd dat Jezus een Grotere David is. Hij heeft ook voorschriften en rechterlijke beslissing gegeven, net zoals David dat deed. Net als David is Jezus een groots strijder voor Jehovah - de grootste zelfs. Maar, deelt Jezus, als de Aanvoerder van Jehovah's leger, in de houding dat iedereen een prediker en een leraar moet zijn om een beloning te ontvangen? Nee, één van de voorschriften en rechterlijke beslissingen die Jezus stelde toen hij op aarde was, is dat "al wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar, ik zeg u, zijn beloning zal hem geenszins ontgaan." (Mattheüs 10:42)

Wees ervan verzekerd dat Jehovah alles wat we doen om degenen die we herkennen als Jezus' discipelen te helpen en aan te moedigen, waardeert.



Het Wachttorengenootschap legt uit dat "De koning met bars gelaat," genoemd in het boek Daniël, de zevende wereldmacht is, de Anglo-Amerikaanse Wereldmacht. Ze beweert verder dat dit de koning is die Jehovah's terechtstellende machten te Armageddon zal treffen (corrigeer me wanneer ik het verkeerd heb). Nu zeg jij dat er een achtste koning zal zijn, die de enige koning zal zijn die op het wereldtoneel is als de onbetwiste koning van het noorden en dat deze koning te Armageddon tegenover de "Vorst der vorsten" zal staan. Duw je de Laatste Dagen van dit samenstel daarmee verder in de toekomst, waarbij je de Getuigen in een toestand van geestelijke slaperigheid tracht te sussen? Het WTG zegt dat we niet moeten speculeren over de identiteit van degene die als volgende de rol van de koning van het noorden op zich zal nemen. Het WTG spreekt ook over een achtste koning, maar niet precies in dezelfde context als jij dat doet. Verklaar dit alsjeblieft.


Integendeel, in plaats van een toestand van geestelijke slaperigheid te bevorderen, is het mijn doel om alle Jehovah's Getuigen wakker te schudden - vooral het Wachttorengenootschap. Met betrekking tot het speculeren over deze zaken, dat lijkt meer dan een klein beetje huichelachtig en oneerlijk te zijn. Het komt erop neer mensen te vragen niet na te denken. Klinkt dat als iets wat Jehovah van ons zou vragen?

De koning met bars gelaat identificeren als Britannië en de Verenigde Staten creëert vanaf het begin problemen met betrekking tot de interpretatie. Hier volgt bijvoorbeeld de interpretatie van de engel over datgene wat er wordt gesymboliseerd door de kleine horen: "En in het laatst van hun koninkrijk, naarmate de overtreders hun daden tot voltooiing brengen, zal er een koning opstaan met bars gelaat en die dubbelzinnige gezegden verstaat." (Daniël 8:23)

Wat betekent de uitdrukking "in het laatst van hun koninkrijk"? Er bestaat geen reden om te speculeren. Gedurende Daniël's angstaanjagende ontmoeting met Gabriël, legde de engel het volgende aan Daniël uit: "Versta, o mensenzoon, dat het visioen voor de tijd van het einde is." En terwijl hij met mij sprak, was ik met mijn aangezicht ter aarde in een diepe slaap gevallen. Hij raakte mij daarom aan en deed mij opstaan waar ik gestaan had. En hij zei verder: "Zie, ik doe u weten wat er op het laatst van de openlijke veroordeling zal geschieden, want het is voor de bestemde tijd van het einde." (Daniël 8:17-19)

In de Schrift is de "tijd van het einde" een centrale tijdsmarkering. De profetie van de koning van het noorden en zuiden gebruikt ook precies dezelfde uitdrukking. De koning van het noorden maakt zijn laatste grootscheepse beweging tot wereldoverheersing gedurende de tijd van het einde. Willen we onszelf daarom situeren met betrekking tot deze ontwikkelingen, is het cruciaal vast te stellen of de tijd van het einde reeds begonnen is of nog moet gaan beginnen.

Volgens de LXX (Septuaginta) is de tijd van het einde hetzelfde als het besluit van het samenstel. En volgens Jezus is het besluit de oogst, wanneer de engelen definitief alle goddeloosheid uit Christus' koninkrijk verwijderen. Het is duidelijk dat dit nog niet is gebeurd. (Zie het essay: Wat en Wanneer is de Tijd van het Einde?)

Nu, als de koning met bars gelaat oorspronkelijk het Britse Rijk was, hoe kan het dan dat Gabriël zegt dat de koning pas op zal staan in het laatst van hun koninkrijk - gedurende de tijd van het einde? De geschiedenis leert ons dat het Britse Rijk haar hoogtijdagen bereikte in de 19de Eeuw onder Koning Victoria. Volgens het Wachttorengenootschap begon de tijd van het einde echter in 1914. Dus, zelfs volgens de interpretatie van het Wachttorengenootschap stond de koning lang voor het tijdstip waarop de tijd van het einde naar men aanneemt begon op. Dat is een probleem.

Er zijn echter nog andere problemen.

Volgens de profetie vertreedt de koning met bars gelaat Gods zonen en brengt hij verwoesting over Jehovah's heiligdom. Daarna komt de Vorst der vorsten tussenbeide en herstelt hij zijn gemeente. Daniël luidt:

En zelfs tegen de Vorst van het heerleger nam hij een groot air aan, en hem werd het bestendige kenmerk ontnomen, en de vaste plaats van zijn heiligdom werd omvergehaald. En een heerleger zelf werd geleidelijk overgegeven, te zamen met het bestendige kenmerk, wegens overtreding; en hij bleef waarheid ter aarde werpen, en hij handelde en had succes. En ik kreeg een zekere heilige te horen die sprak, en een andere heilige zei vervolgens tot die ene die sprak: "Hoe lang zal het visioen duren van het bestendige kenmerk en van de overtreding die verwoesting veroorzaakt, om zowel de heilige plaats als het heerleger tot dingen te maken om te vertrappen?" (Daniël 8:11-13)

Wanneer is Jehovah's geestelijke heiligdom in deze toestand gebracht? Volgens de interpretatie van het Wachttorengenootschap gebeurde het gedurende de Tweede Wereldoorlog. Het was naar men aanneemt het gevolg van een beetje organisatorisch geklungel. Dit is wat het laatste commentaar op Daniël zegt:

"Indien de "heilige plaats" "gebracht" of hersteld wordt tot wat ze zou moeten zijn, moeten de 2300 dagen een aanvang hebben genomen toen ze zich voordien vanuit Gods standpunt in de "juiste toestand" bevond. Op zijn vroegst was dit op 1 juni 1938, toen The Watchtower deel 1 publiceerde van het artikel "Organisatie". Deel 2 verscheen in de uitgave van 15 juni 1938. Als wij 2300 dagen (6 jaar, 4 maanden en 20 dagen op de Hebreeuwse kalender) verder tellen vanaf 1 of 15 juni 1938, dan brengt dat ons op 8 of 22 oktober 1944. Op de eerste dag van een speciale vergadering die op 30 september en 1 oktober 1944 in Pittsburgh (Pennsylvania, VS) gehouden werd, sprak de president van de Watch Tower Society over het onderwerp "De theocratische opstelling in deze tijd". Op de jaarvergadering op 2 oktober werden de statuten van het Genootschap bij amendement gewijzigd om ze zo dicht mogelijk bij een theocratische regeling te brengen als de wet toeliet. Toen de duidelijker begrepen bijbelse vereisten gepubliceerd werden, werden de gemeenten van Jehovah's Getuigen al gauw in vollediger mate theocratisch georganiseerd."

De officiële interpretatie van het Wachttorengenootschap is zeer speculatief, oppervlakkig en eerlijkheidshalve - absurd.

Een ander serieus probleem in onze huidige interpretatie is dat de profetie zegt dat Jehovah's dienstknechten vertreden mochten worden "wegens overtreding." Wiens overtreding? Het Wachttorengenootschap zegt dat de zonen van God overgeleverd werden vanwege de overtreding van de koning met bars gelaat. Dat slaat echter nergens op. De vertreding komt duidelijk van de kant van het leger van Jehovah. Het wordt toegestaan dat Jehovah's dienstknechten in het verderf worden gestort vanwege hun eigen overtredingen.

Volgens Jezus wordt de heilige plaats gedurende de verdrukking verwoest, wanneer het walgelijke ding staat waar het niet hoort. Dan worden ware Christenen gedwongen te vluchten. Nadien verzamelt Jezus zijn uitverkorenen vanuit de vier winden. Het Wachttorengenootschap past Jezus' profetie zoals gewoonlijk toe op de Christenheid; maar dat is onjuist.

Verder, volgens andere profetieën wordt het geestelijke heiligdom van Jehovah God niet hersteld tot de tijd waarop de boze slaaf verwijderd is uit het huis van God en de getrouwe vernieuwd en gereinigd is. Gedurende de gedenkwaardige gebeurtenissen van het besluit van het samenstel betreedt Jehovah vervolgens zijn heiligdom. In de eerder bediscussieerde profetie van Ezechiël zullen de natiën van de wereld te weten komen dat Jehovah gelijktijdig gehandeld heeft door zijn heiligdom in het midden van zijn volk te plaatsen.

"En ik wil hun een plaats geven en hen vermenigvuldigen en mijn heiligdom tot onbepaalde tijd in hun midden plaatsen. En mijn tabernakel zal zich werkelijk over hen bevinden, en ik zal stellig hun God worden en zijzelf zullen mijn volk worden. En de natiën zullen moeten weten dat ik, Jehovah, Israël heilig wanneer mijn heiligdom zich tot onbepaalde tijd in hun midden bevindt." (Ezechiël 37:26-28)

Zoals reeds eerder gezegd, moeten we niet veronderstellen dat de natiën, als gevolg van een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden, reeds te weten zijn gekomen dat hij Jehovah is.

Onszelf indenken dat we ons in de tijd van het einde bevinden en dat de barse koning waarheid reeds ter aarde geworpen heeft, reeds is opgestaan tegen Jezus Christus, de machtigen der aarde samen met Jehovah's heiligdom reeds in het verderf heeft gestort, staat gelijk aan het laten kittelen van onze oren. In werkelijkheid staan we tegenover de op handen zijnde ineenstorting van 's werelds oude financiële en het uit natiestaten bestaande stelsel en de oplegging van wereldwijde tirannie zoals nooit tevoren. De impact die dat op Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap zal hebben, zal alle voorgaande moeilijkheden en vervolgingen laten verbleken.



Ik heb net je twee brieven aan de WT organisatie gelezen. Ik voelde me erdoor bedrogen en kwaad; terwijl ik voorheen elke NGO praat die ik hoorde wegwuifde. De feiten die je presenteert over het softwarematig zoeken naar "Gods koninkrijk" en de VN in het tijdschrift Ontwaakt! was waarschijnlijk de laatste druppel, om het zo maar uit te drukken.

Ik vraag me af wat jouw reactie hierop is? Zal het je ertoe aanzetten de organisatie te verlaten? Ik voel op het moment een sterk innerlijk conflict, waarbij een deel van mij niets met een dergelijk misleidende organisatie, die zijn macht misbruikt zoals over de boze slaaf geprofeteerd is, van doen wil hebben. En een ander deel van me denkt na over de woorden van Johannes 6:68 en weet dat ik nergens anders naar toe kan wanneer ik het verkies de organisatie te verlaten.



Jouw reactie is normaal wanneer je je realiseert dat je bedrogen bent door iemand die je vertrouwde. En ik ben het ook eens met je redenatie die gebaseerd is op Petrus' vraag: 'Tot wie zullen wij heengaan?'

Laten we eerlijk zijn, de NGO affaire van het Wachttorengenootschap en het oneerlijke antwoord op onze vragen erover is een trouweloze daad van misleiding. In Maleachi 2:10 stelt Jehovah de onderpriesters van Christus een vraag die de hoogste relevantie heeft voor onze situatie: "Hebben wij niet allen één vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouweloos jegens elkaar, door het verbond van onze voorvaders te ontheiligen?"

Hebben we als Jehovah's Getuigen niet één vader - Jehovah - die we erkennen als onze Schepper? In het Christelijke tijdperk is het "verbond van onze voorvaders" het nieuwe verbond en het koninkrijksverbond waarin Christus middelaar is. En volgens Jezus is zijn koninkrijk geen deel van de wereld. In overeenstemming daarmee moeten degenen die Christus in een verbond voor een koninkrijk opneemt evenzo geen deel van de wereld zijn. Het achterkamertjesverbond van het Wachttorengenootschap met de Verenigde Naties is zeker een ontheiliging van het verbond dat Jehovah met ons gesloten heeft om vertegenwoordigers van zijn koninkrijk, en alléén zijn koninkrijk te zijn. Het is een daad van bedrog tegen al degenen die het Wachttorengenootschap onvoorwaardelijk vertrouwd hebben als een nimmer falende gids en getrouwe slaaf.

Persoonlijk heb ik echter geen behoefte of voornemen ergens anders heen te gaan. Ik ben één van Jehovah's Getuigen - punt. Het is mijn voornemen "onvermoeid te strijden voor het geloof," zoals Judas aanmoedigde. Waarom was het volgens Judas noodzakelijk onvermoeid te strijden voor het geloof? In vers vier zegt hij verder: "De reden die ik daarvoor heb, is dat er zekere mensen heimelijk zijn binnengedrongen, reeds lang geleden door de Schriften voor dit oordeel bestemd, goddeloze mensen, die de onverdiende goedheid van onze God veranderen in een verontschuldiging voor losbandig gedrag en ontrouw blijken te zijn aan onze enige Eigenaar en Heer, Jezus Christus."

We moeten opmerken dat losbandig gedrag een grof gebrek aan respect voor Jehovah's autoriteit kan betekenen. Het Inzichtboek Deel II zegt dit onder Losbandig Gedrag: "Handelingen die een schaamteloze houding weerspiegelen, een houding die gebrek aan respect, zelfs minachting voor wet en autoriteit verraadt. Het Hebreeuwse woord zim·mah´ wordt met "losbandig gedrag" en "losse zeden" vertaald… De Griekse term a·sel·gei´a (losbandig gedrag) kan ook met "losbandigheid; zinnelijkheid; schaamteloos gedrag; ontuchtigheid (ontucht) van gedrag" worden weergegeven… Geen van beide uitdrukkingen is tot seksuele immoraliteit beperkt."

Judas voorzei dat goddeloze satanische werktuigen Christus' gemeente zouden infiltreren en gevaarlijk "onder water verborgen klippen" zouden vormen. Ze zouden als ouderlingen dienen en zich in het midden van de gemeente bevinden - zelfs als leiders. Judas zegt verder dat ze "herders" zouden zijn "die zonder vrees zichzelf weiden." Judas gaf ook aan dat zulke mannen Christenen zouden bedreigen tot het moment dat ze door Jehovah's engelen uit de gemeente gedreven worden en vernietigd worden gedurende het oordeel. Dat is dus waar we nu mee te maken hebben.

Judas vergeleek deze "zekere mensen" verder met Bileam. Zoals je je wellicht herinnert, was Bileam door koning Balak ingehuurd om Jehovah's volk te vervloeken met gebruikmaking van bovennatuurlijke kracht. Jehovah stond hem echter alleen toe een zegening uit te spreken. Bileam wist echter iets over Jehovah. Hij wist dat Jehovah anders was dan de immorele, walgelijke demonengod van de Moabieten - Kamos. Bileam wist dat Jehovah exclusieve toewijding vereiste van zijn aanbidders. De eigenzinnige profeet bedacht een list om de Israëlieten tot immoraliteit en overspel te misleiden, zodat Jehovah zijn eigen volk zou vernietigen. Het plan werkte.

Judas' vergelijking van de "zekere mannen" met de op Bileam gelijkende verraderlijke figuren in de Christelijke gemeente wijst erop dat de innerlijke vijand de gemeente van Christus evenzo sluw in oppositie tot Christus zou manoeuvreren. En dat is zonder twijfel precies datgene wat zekere mensen binnen de instelling van het Wachttorengenootschap hebben gedaan, zowel door de beschamende en schandalige wijze waarop ze zijn omgegaan met de kwestie van kindermisbruik als de NGO affaire.

Door te erkennen dat Jehovah's Woord licht werpt op datgene wat er gebeurt en dat God en Christus alles uiteindelijk volledig onder controle hebben; en door op hen te vertrouwen voor bescherming van ons geloof, hebben we hopelijk het inzicht en de kracht die noodzakelijk is om struikeling te voorkomen.

Daarom beëindigde Judas zijn brief met de volgende woorden: "Aan degene nu die u voor struikelen kan behoeden en u onbesmet, met grote vreugde, voor zijn heerlijkheid kan doen staan, aan de enige God, onze Redder door bemiddeling van Jezus Christus, onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, macht en autoriteit in alle voorbijgegane eeuwigheid en nu en tot in alle eeuwigheid. Amen."



Ik heb een aanvraag over de aanval van Gog. We weten dat Jehovah's volk binnenkort vertreden zal worden. En daarna, aan het einde, doet Gog zijn laatste aanval op ons. Het probleem is echter dit: Wanneer Gods volk net vertreden is, waarom zegt Ezechiël 38:11 dan: "Zal komen over degenen die rust genieten, die in zekerheid wonen, allen wonend zonder muur, en zij hebben zelfs geen grendels en deuren." Rust genieten en in zekerheid wonen? Hoe kan dat wanneer ze net vervolgd zijn door de natiën?


Ezechiël en ook andere profeten, voorzeggen twee verschillende aanvallen. Ten eerste profeteerde Ezechiël dat Babylon Juda en Jeruzalem zou vernietigen, maar daarna zou God zijn volk terugkopen en herstellen. Gog valt na het herstel aan. Daarom zegt Jehovah tegen Gog: "Na vele dagen zal er aandacht aan u worden geschonken. In het laatst der jaren zult gij komen naar het land van mensen die teruggewonnen zijn van het zwaard, bijeengebracht uit vele volken, op de bergen van Israël, die een voortdurend verwoeste plaats zijn gebleken; ja, een land dat uit de volken is uitgeleid, waar zij in zekerheid hebben gewoond, zij allen." (Ezechiël 38:8)

Merk alsjeblieft ook op dat het visoen van de dorre beenderen, zoals eerder in deze postzak werd besproken, plaatsvindt onmiddellijk voordat Gog zijn laatste, grootscheepse aanval op Jehovah's herstelde natie doet.

Het is interessant dat de koning van het noorden gedurende de tijd van het einde ook twee aanvallen doet op Jehovah's natie. (Van Gog wordt gezegd dat hij uit de meest afgelegen streken van het noorden komt.) Vers 41 zegt bijvoorbeeld: "Ook zal hij werkelijk het Sieraadland binnentrekken, en vele landen zullen tot struikelen worden gebracht." Een paar verzen verder wordt echter gezegd: "Maar er zullen berichten zijn die hem zullen ontstellen, van de opgang der zon en uit het noorden, en hij zal stellig uitgaan in grote woede ten einde te verdelgen en velen aan de vernietiging prijs te geven. En hij zal zijn paleistenten planten tussen de grote zee en de heilige Sieraadberg; en hij zal volledig aan zijn eind moeten komen, en er zal geen helper voor hem zijn." (Daniël 12:41, 44, 45)

Kennelijk is de eerste inval in het "Sieraadland" te vergelijken met de Babylonische inval van Juda en de Assyrische inval van Israël. De tweede keer dat er gezegd wordt dat de koning van het noorden zijn hoofdkwartier in het Sieraadland plaatst, vindt kennelijk plaats nadat Jehovah zijn dwalende natie teruggekocht heeft en kan vergeleken worden met de aanval van Gog. Nadat de eerste aanval ervoor gezorgd heeft dat Gods volk gereinigd is en nadat de engelen alle ontrouwheid en wetteloze personen uit de gemeente gedreven hebben, leidt Jehovah zijn berouwvolle overblijfsel op wonderbaarlijke wijze in een geestelijk paradijs. Dan wordt de grote schare ook gevormd. Na de zuivering, op een schaal die nooit eerder is gezien, zullen Jehovah's Getuigen een wereldwijde veroordeling over de wereld van de Duivel uitvaardigen. Zonder twijfel zijn dat de onstellende berichten die de koning van het noorden drijven tot zijn laatste genocidale stormloop.

Gog doet zijn aanval op Jehovah's volk nadat ze geestelijk hernieuwd zijn en in een geestelijk paradijs gebracht zijn. Daarom voorzag Ezechiël ze als personen "die rust genieten, die in zekerheid wonen, allen wonend zonder muur, en zij hebben zelfs geen grendels en deuren."



Heel veel dank voor je laatste commentaar en open brief aan het WTG. Ik ben één van degenen die zich geïntimideerd gevoeld heeft bij het nemen van de symbolen tijdens het Avondmaal, omdat ik niet te maken wilde hebben met de onaangename reacties (roddelen, mijding, enz.) en ik voel me verschrikkelijk dat ik niet sterk genoeg was om datgene te doen waarvan ik weet dat het het juiste is. Ik heb het gevoel dat ik Jehovah en Jezus heb teleurgesteld. Je laatste commentaar herinnerde me eraan dat er lijden zou zijn (vanuit mijn gemeente) in mijn geloof dat ik gezalfd ben. Mijn grootste angst is dat ik mij niets wil aanmatigen van Jehovah, inclusief het zijn van een gezalfde. Ik vroeg me af of je een eigen Bijbelgroep zou beginnen wanneer je wordt uitgesloten? Net als jij ben ik het WTG dankbaar voor het leren van vele fundamentele bijbelse waarheden; toch vind ik het bijwonen van de vergaderingen meer en meer ondraaglijk. Ik wil voortgaan in het aanbidden van Jehovah, maar vind naar de Koninkrijkzaal gaan drukkend daar elke vergadering vol zit met op aanbidding gelijkende eer die wordt gegeven aan het Besturend Lichaam en de zogenaamde "getrouwe en beleidvolle slaaf."


Jezus' brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring zijn zeer aanmoedigend. Ondanks dat de brieven gericht zijn aan de feitelijke gemeenten die in de 1ste Eeuw bestonden, zijn ze in werkelijkheid bedoeld voor Christus' gezalfde volgelingen die onmiddellijk voor Jezus' terugkeer zouden leven. Door middel van die profetische brieven demonstreert Jezus zijn vermogen om in het binnenste van zijn gemeente te kijken - zelfs eeuwen van tevoren! Door middel van die brieven schenkt Jezus zeer noodzakelijke raad en aanmoediging.

Diverse gemeenten werden geconfronteerd met zeer ontmoedigende problemen. Eén gemeente werd bijvoorbeeld geplaagd door een afgodische groep die geïdentificeerd werd als Izébel. Twee gemeenten hadden te maken met de sekte van Nikolaüs. Jezus zei verder dat sommigen vasthielden aan de leringen van Bileam. De Efeziërs werden geconfronteerd met valse apostelen. Jezus schreef aan hen het volgende: "Ik ken uw daden, en uw moeizame arbeid en volharding, en ik weet dat gij slechte mensen niet kunt verdragen, en dat gij hen die zeggen dat zij apostelen zijn maar het niet zijn, op de proef stelt en hen leugenaars hebt bevonden. Gij geeft ook blijk van volharding, en gij hebt ter wille van mijn naam standgehouden en zijt niet moe geworden." (Openbaring 2:2, 3)

Dit zijn de potentieel zeer ontmoedigende toestanden waarmee we heden ten dage te maken hebben. Het is daarom zeker dat het antwoord op je vraag opgesloten ligt in Jezus' raad aan de zeven gemeenten. Daarom: "Wie een oor heeft, hij hore wat de geest tot de gemeenten zegt."



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman