| |
Week van: 18 t/m 24 April 2004
|
|
Mag ik je vragen wat je mening is over deze
verzen in relatie tot de 2520 jaar/zeven tijden chronologie
van het Genootschap? Ik ben er niet zeker van of je deze
verzen reeds eerder besproken hebt. De uitleg van het Genootschap
dat dit te maken heeft met Israël dat vanaf de tijd van
Zedekia, die duidelijk de laatste Koning was (ondanks dat
hij enkel vazal koning was), niet langer een Koning had
die op de letterlijke troon in Jeruzalem zat, lijkt in het
licht van deze passage in de Schrift heel logisch te zijn.
Natuurlijk is het geen hulp om te bewijzen
dat Jezus begon te regeren in 1914, maar het lijkt wel te
wijzen op een startpunt waarop Gods heerschappij zoals die
vertegenwoordigd was op aarde zou ophouden, en wordt het
in dat licht bezien als een ondersteuning voor de bewering
dat de periode waarin de natiën geestelijk overheerst zouden
worden of Jeruzalem 'vertreden' zou worden begon in 586-607
v.G.T.?
|
|
|
| De passage waarnaar je verwijst is Ezechiël
21:25-27 waar staat: "En wat u betreft, o dodelijk gewonde,
goddeloze overste van Israël, wiens dag gekomen is in de tijd
van de dwaling van het einde, dit heeft de Soevereine Heer
Jehovah gezegd: 'Verwijder de tulband en zet af de kroon.
Deze zal niet dezelfde zijn. Verhoog zelfs wat laag is en
verlaag zelfs de hoge. Tot een puinhoop, een puinhoop, een
puinhoop zal ik ze maken. Ook wat deze aangaat, ze zal stellig
van niemand worden totdat hij komt die het wettelijke recht
heeft, en ik moet het aan hem geven.'"
Ezechiëls profetie wijst zonder twijfel vooruit naar Jezus
als degene "die het wettelijke recht heeft" op het
koninkrijk. Jezus had dat wettelijke recht als gevolg van
het feit dat hij uit de stam van Juda was en van de koninklijke
lijn van Koning David. Bij Jezus' doop schonk Jehovah hem
het koningschap. Toen gaf Jehovah "het aan hem."
We weten echter dat er vereist werd dat Jezus aan de rechterhand
van zijn Vader zou zitten voor een onbepaalde tijd, tot
de tijd dat Jehovah zijn vijanden als een voetbank onder
zijn voeten stelt.
Het Wachttorengenootschap leert dat Nebukadnezar "laag"
was en "hoog" werd toen hij het Judeese koninkrijk omverwierp.
Volgens het Wachttorengenootschap was Babylons overwinning
op Juda zogenaamd het begin van de periode die Jezus de
bestemde tijden der natiën noemde. Het is een vanuit de
bijbelse geschiedenis een feit dat de Joden, zelfs nadat
ze bevrijd waren uit Babylon, nimmer meer een koning uit
de lijn van David op een troon hebben gehad. Er bestaat
echter geen fundament voor onze leerstelling dat Christus,
als begin van de bestemde tijden der natiën, verwees naar
de eerste vernietiging van Jeruzalem door de Babyloniërs.
Dat is een compleet gekunstelde interpretatie. (Zie het
1914 essay)
De context van Jezus' opmerkingen was een toekomstige vertreding
van Jeruzalem en datgene wat erdoor vertegenwoordigd werd.
Wanneer er een legitieme manier zou bestaan om de zeven
tijden van Daniël schriftuurlijk te verbinden aan
de bestemde tijden der natiën waarover Jezus sprak, zou
dat wellicht iets zijn - maar, die is er niet. Het lijkt
erop alsof we verblind en misleid zijn door niets meer dan
spitsvondige interpretatie.
|
|
| Hoe kan iemand tot
de conclusie komen dat er wereldwijd minder dan 144.000 personen
ware Christenen werden in de 1ste Eeuw? Zou het aantal bekeerde
Christenen als gevolg van de ambitieuze prediking die gedaan
werd in de 1ste Eeuw niet ver uitgestegen zijn boven 144.000?
In Handelingen 2:41 wordt ten slotte het volgende gezegd over
Pinksteren 33 G.T.: "Zij dan die zijn woord van harte aanvaardden,
werden gedoopt, en er werden op die dag ongeveer drieduizend
zielen toegevoegd." |
|
|
| Openbaring is er vrij duidelijk over dat
slechts 144.000 zielen die van de aarde zijn gekocht op de
top van de berg Sion zullen staan en met Christus zullen regeren.
Op Pinksteren en in de tijd die onmiddellijk op het oorspronkelijke
Pinksteren volgde, werden er enkele duizenden personen Christenen
- 5000 om precies te zijn. Daarna bestaat er echter geen aanwijzing
voor dat grote massa's mensen bijeenvergaderd werden. In plaats
daarvan wordt ons gezegd dat individuele personen en
families de Christelijke boodschap hierna aanvaardden.
Enkele tientallen jaren na Pinksteren vergeleek Paulus
het aantal Christenen met de 7000 mannen die in de tijd
van Elia Baäl niet hadden aanbeden. In Romeinen 11:4, 5
zegt Paulus: "Maar wat zegt de godsspraak tot hem? "Ik
heb zevenduizend man voor mij doen overblijven, mannen die
de knie niet voor Baäl hebben gebogen." Zo is er daarom
ook in het tegenwoordige tijdperk een overblijfsel verschenen
overeenkomstig een verkiezing ten gevolge van onverdiende
goedheid."
Dit hoeft niet te betekenen dat er toen letterlijk slechts
7000 Christenen waren, maar wil de vergelijking enige betekenis
hebben, moet er een soortgelijk aantal zijn geweest - wellichte
enkele tienduizenden.
Jezus zelf noemde de erfgenamen van het koninkrijk een
"kleine kudde." In Lukas 12:32 zei Jezus: "Vreest
niet, kleine kudde, want het heeft uw Vader goedgedacht
u het koninkrijk te geven."
Sommigen hebben beweerd dat Jezus met kleine kudde slechts
verwees naar zijn meest nabij discipelen en apostelen. De
context van Jezus' opmerkingen wijst er echter op dat hij
sprak tegen al zijn gezalfde discipelen. Dat blijkt duidelijk
uit het feit dat Jezus verder sprak tegen de kleine kudde
die zou bestaan wanneer de Zoon des mensen zou aankomen.
Direct nadat hij zich tot de kleine kudde richtte, zei Jezus
bijvoorbeeld: "Maar weet dit, dat indien de heer des
huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, hij voortdurend
gewaakt zou hebben en niet in zijn huis zou hebben laten
inbreken. Houdt ook gij u gereed, want de Zoon des mensen
komt op een uur dat gij het niet waarschijnlijk acht."
(Lukas 12:39, 40)
Wat ook nog in beschouwing moet worden genomen is dat
niet ieder gezalfd persoon goedgekeurd zal worden door Jehovah.
Jezus zei: "Want er zijn velen uitgenodigd, maar weinigen
uitverkoren." (Mattheüs 22:14)
|
|
| Volgens de geschiedenis
van het Wachttorengenootschap besloten ze op een congres in
1935, toen Jehovah's Getuigen het aantal van 52.465 leden
bereikte (die deel hadden aan de symbolen op het Avondmaal)
dat iedere nieuwe Getuige daarna deel zou uitmaken van de
aardse klasse. Mijn vraag is: Daar het verschil tussen 144.000
en 52.465, 91.535 personen is, wat is dan de officiële
uitleg van het Wachttorengenootschap voor het feit dat er
wereldwijd slechts 91.535 personen ware Christenen zijn geworden
sinds de Eerste Eeuw (de meesten echter in de Eerste Eeuw),
waarmee de 52.465 open plaatsen in de 144.000 overbleven?
Deze vraag is recentelijk bij me opgekomen en ik vraag me
gewoon af of de Wachttorenorganisatie hier ooit eerder aan
gedacht heeft of er een antwoord op heeft. Ik bedoel, waarom
zou het aantal gezalfden die Christenen werden in de afgelopen
19 eeuwen niet 100.000 zijn geweest, waarmee er slechts 44.000
open plaatsen nog ingevuld moesten worden? Er moet een soort
van reden voor zijn dat de organisatie de getallen 91.535
en 52.465 heeft gekozen. |
|
|
| In de jaren die vooraf gingen aan 1935 was
het de situatie dat een toenemend aantal Jehovah's Getuigen
niet beleed een hemelse hoop te hebben. In plaats daarvan
werden ze in hun harten meer getrokken tot de hoop voor eeuwig
in een paradijs op aarde te leven. Ongetwijfeld namen velen
echter in eerste instantie deel aan het Avondmaal des Heren,
omdat er een zekere verwarring bestond over waar ze nu precies
bij hoorden.
Het was echter niet zo dat het Wachttorengenootschap op
arbitraire wijze bepaalde dat er geen Christenen meer gezalfd
zouden worden. Het anekdotische bewijs, dat Jehovah de voorzegde
"dingen op de aarde" begon te verzamelen, had zich
voor 1935 sinds jaren opgebouwd. In 1935 gaf het Wachttorengenootschap
officieel de uitleg omtrent de grote schare, of de "grote
menigte" zoals die toen werd genoemd, als zijnde een aardse
klasse van overlevenden van Armageddon. Naarmate de tijd
vorderde werd het steeds duidelijker dat Jehovah zijn aandacht
inderdaad verlegd had naar het verzamelen van de andere
schapen die de aarde zullen beërven.
|
|
|
|
|