| |
Week van: 25 April t/m 1 Mei 2004
|
| Je lijkt te beweren
dat vrijwel alle veroordelende profetieën die door het Genootschap
op de Christenheid van toepassing worden gebracht, in werkelijkheid
op hen van toepassing moet worden gebracht, Jehovah's "zichtbare
organisatie". Wanneer we in beschouwing nemen dat de Christenheid
een grote entiteit is en elke dag godslasterlijke dingen doet
in de naam van de "ware God," lijkt het passend te zijn dat
enkele van deze veroordelende profetieën in de Bijbel inderdaad
van toepassing zijn op de Christenheid en niet de organisatie.
Welke kunnen terecht van toepassing worden gebracht op de
Christenheid, zoals het Genootschap beweert? Nu neem ik aan
dat je degenen uit Openbaring gaat noemen, maar welke anderen
zijn strikt van toepassing op de Christenheid en welke anderen
zijn van toepassing op de zichtbare organisatie (wtbts)? |
|
|
| Voor het grootste deel werden de oorspronkelijke
profeten ertoe geleid tot en tegen het huis van Israël
te spreken; daarom valt het niet te rechtvaardigen zulke profetieën
van toepassing te brengen op een andere entiteit dan het geestelijk
Israël. Hoe het ook zij, Israël stond in een verbondsverhouding
tot Jehovah. Ze beweerden niet enkel in een verbond
met Jehovah te zijn - zoals het Wachttorengenootschap dikwijls
onjuist heeft beweerd - ze bevonden zich echt in een verbond
dat Jehovah's veroordeling over hen zou brengen wanneer ze
zich niet hielden aan de voorwaarden van dat verbond. Het
geestelijk Israël bevind zich ook in een verbond met Jehovah
door middel van Christus. Er bestaan dus vele overlappende
parallellen.
Op de tweede plaats werden alle omliggende natiën van
Israël en Juda ook op een bepaald moment aan de kaak gesteld
door dezelfde profeten. Een aanzienlijk deel van de profeten
is gericht tot Israëls vijanden. Die natiën kwamen onder
Gods oordeel vanwege de wijze waarop ze de Israëlieten gedurende
hun oordeel behandelden - of mishandelden. Nadat
Juda bijvoorbeeld verbrijzeld was door Babylon, richtte
Jehovah zijn aandacht op de natiën en zei door middel van
Ezechiël: "Daarom, profeteer betreffende Israëls bodem,
en gij moet zeggen tot de bergen en tot de heuvels, tot
de stroombeddingen en tot de dalen: 'Dit heeft de Soevereine
Heer Jehovah gezegd: "Ziet! Ikzelf moet in mijn ijver en
in mijn woede spreken, omdat het door de natiën bezorgde
schande is die gij hebt gedragen."' Daarom, dit heeft de
Soevereine Heer Jehovah gezegd: 'Ikzelf heb mijn hand opgeheven
in een eed dat de natiën die rondom u zijn - zij zullen
zelf hun eigen schande dragen.'" (Ezechiël 36:6, 7)
Evenzo zullen de natiën der wereld gedurende het besluit
van het samenstel worden geoordeeld op basis van de wijze
waarop ze het geestelijk Israël behandelen. En de
precieze volgorde van gebeurtenissen moet vooral opgemerkt
worden: dat Israël en Juda als eerste geoordeeld
werden, net zoals het oordeel begint bij het Christelijke
huis van God en vervolgens verder gaat bij de natiën.
Van alle natiën rondom Israël, lijken Moab, Ammon en Edom
op passende wijze de drie hoofdstromingen van de Christenheid
te symboliseren, namelijk, Katholicisme, Protestantisme
en Orthodox. De reden voor een dergelijke relatie is gebaseerd
op het feit dat de natiën Moab, Ammon en Edom rechtstreeks
verbonden waren aan de Israëlieten, doordat Moab en Ammon
de twee zonen van Lot waren en de Edomieten nakomelingen
van Esau waren - Jakobs tweelingbroer. Jehovah beschouwde
de nakomelingen van Esau als Jakobs broer (zie Obadja).
De Moabieten, Ammonieten, Edomieten en Hebreeërs deelden
dezelfde gebruiken en spraken een zelfde taal en waren ook
nog geografische buren. Vanwege religieuze vijandschap waren
Moab, Ammon en Edom echter altijd in strijd met Israël.
Op dezelfde wijze delen de religies van de Christenheid
een erfenis met het geestelijk Israël. We kunnen zeggen
dat de Christenheid een uitloper van het ware Christendom
is - waardoor het een ver familielid is geworden. En inderdaad
zijn vele gebruiken in de Christenheid gelijk de onze, in
de zin dat ze in bepaalde mate uit de Bijbel afkomstig zijn.
In dat opzicht zou je kunnen zeggen dat we dezelfde taal
spreken. Daarom zijn naamschristenen het ontvankelijkst
voor onze boodschap, terwijl het met mensen met een heidense
achtergrond veel moeilijker is over de Bijbel te spreken.
Het is interessant dat de drie natiën, Edom, Moab en Ammon,
in profetie gebruikt worden lang nadat de oorspronkelijke
natiën ophielden te bestaan. In de profetie van Daniël waarin
de veroveringen van de koning van het noorden gedurende
de tijd van het einde voorzegd worden, lezen we bijvoorbeeld:
"Ook zal hij werkelijk het Sieraadland binnentrekken,
en vele landen zullen tot struikelen worden gebracht. Maar
deze zijn het die aan zijn hand zullen ontkomen: Edom
en Moab en het voornaamste deel van de zonen van
Ammon." (Daniël 11:41)
Merk alsjeblieft de nauwkeurige volgorde van gebeurtenissen
op. Eerst wordt het Sieraadland binnengevallen door de koning
van het noorden, terwijl Edom, Moab en Ammon ontkomen. Daarna
gaat de koning van het noorden echter over tot een genocidale
razernij, wat de profetie beschrijft als een grote verdrukking.
We mogen verwachten dat Moab, Ammon en Edom dan niet aan
hun vernietiging zullen ontkomen. Dat komt overeen met de
wijze waarop het oordeel voltrokken werd toen Nebukadnezar
handelde als Jehovah's aangestelde Terechtsteller. Eerst
trad Jehovah op tegen het koppige Juda en Jeruzalem en nadien
kwamen de andere natiën rondom onder het oordeel te staan.
Joël is nóg een profetisch boek dat geen eerdere
vervulling kent. Ondanks dat de apocalyptische profetie
van Joël zich afspeelt in een primitieve, landelijke setting,
is ze in werkelijkheid van toepassing op de tijd van oordeel
over Gods huis en Armageddon. In de laatste verzen van Joël
zegt de profeet echter: "En wat Edom aangaat,
een wildernis van een verlaten woestenij zal het worden,
wegens de geweldpleging tegenover de zonen van Juda, in
wier land zij onschuldig bloed hebben vergoten. Maar wat
Juda betreft, tot onbepaalde tijd zal het bewoond worden,
en Jeruzalem van geslacht tot geslacht. En ik wil hun bloed
dat ik niet als onschuldig had beschouwd, als onschuldig
beschouwen; en Jehovah zal verblijf houden in Sion."
(Joël 3:19-21)
Moab en Ammon worden niet genoemd in Joël. Het patroon
is echter hetzelfde. Eerst veroorzaakt Jehovah dat
zijn eigen volk getroffen wordt. Vervolgens oordeelt hij,
na het herstel, de vervolgers van zijn volk. Daar Edom opvallender
is dan Moab en Ammon, lijkt het erop dat Edom het meest
prominente deel van de Christenheid vertegenwoordigt, namelijk
de Katholieke Kerk. Daarom verschaft de dikwijls voorbijgeziene
profetie van Obadja, die geheel gewijd is aan Edoms veroordeling,
enkele interessante inzichten.
Ondanks dat het Wachttorengenootschap keer op keer heeft
beweerd dat Babylon de Grote als eerste valt, is dat niet
wat de Bijbel aangeeft. In plaats daarvan wordt keer op
keer het patroon gesteld dat Jehovah's natie eerst geoordeeld
wordt en dat daarna anderen geoordeeld worden op basis van
de wijze waarop ze Christus' broeders gedurende hun vernedering
hebben behandeld.
In overeenstemming daarmee lezen we in Obadja: "En
gij hadt niet mogen kijken naar wat er te zien was op de
dag van uw broeder, op de dag van zijn tegenspoed; en gij
hadt u niet mogen verheugen over de zonen van Juda op de
dag dat zij omkwamen; en gij hadt geen grote mond mogen
opzetten op de dag van hun benauwdheid. Gij hadt niet in
de poort van mijn volk mogen komen op de dag van hun ongeluk.
Gij, ja gij, hadt niet naar zijn rampspoed mogen turen op
de dag van zijn ongeluk; en gij hadt geen hand mogen uitsteken
naar zijn vermogen op de dag van zijn ongeluk. En gij hadt
niet aan de splitsing van de wegen mogen staan, om zijn
ontkomenen af te snijden; en gij hadt zijn overlevenden
niet mogen uitleveren op de dag van benauwdheid. Want de
dag van Jehovah tegen alle natiën is nabij. Zoals gij gedaan
hebt, zal u gedaan worden. Uw soort van behandeling zal
op uw eigen hoofd terugkomen." (Obadja 12-15)
Bijbelonderzoekers zien in dat Jeruzalem nooit weer een
koning heeft gehad nadat de Babyloniërs het koninkrijk verwoestten.
Het laatste vers van Obadja heeft daarom kennelijk betrekking
op de 144.000 wanneer ze met Christus staan op de Berg Sion
om over de wereld te regeren: "En redders zullen stellig
de berg Sion bestijgen, om het bergland van Esau te oordelen;
en het koningschap moet van Jehovah worden."
Een ander fascinerend aspect van de profetie van Obadja
is dat het in overeenstemming blijkt te zijn met Openbaring
waarin wordt beschreven dat de 8ste koning zich keert tegen
Babylon de Grote. In Obadja 7 en 8 wordt gezegd: "Juist
de mannen die in een verbond met u staan, hebben u allen
bedrogen. De mannen in vrede met u hebben u overweldigd.
Degenen die voedsel met u eten, zullen een net onder u plaatsen
als onder iemand in wie geen onderscheidingsvermogen is.
Zal het niet op die dag zijn?" is de uitspraak van Jehovah.
Het is alsof het Vaticaan in een vredesverbond is met
de Verenigde Naties. Het Vaticaan is bijvoorbeeld het enige
religieuze lichaam dat een officiële waarnemersstatus heeft
bij de VN. In zijn jaarlijkse benedictie riep
de Paus zelfs op tot een Nieuwe Wereldorde gebaseerd
op de beginselen van de Verenigde Naties. Het lijkt erop
dat de Katholieke hiërarchie zich niet bewust is van het
feit dat krachtige netwerken van Vrijmetselaars sinds lange
tijd één wereldregering hebben gepromoot en dat het hun
intentie is het Christendom te vernietigen en een heidense
Nieuwe Wereldorde te stichten.
De "wijze mannen" van het Vaticaan promoten onvoorstelbaar
genoeg juist het werktuig dat door God is aangewezen om
hen te vernietigen! Geen wonder dat Jehovah het volgende
tegen hen zegt in Obadja: "En ik zal stellig de wijzen
uit Edom verdelgen, en het onderscheidingsvermogen uit het
bergland van Esau."
Beschouw, om definitief vast te stellen dat Sion geen
afbeelding is van de Christenheid, de volgende profetie
in het 34ste hoofdstuk van Jesaja:
"Want in de hemel zal mijn zwaard stellig worden gedrenkt.
Zie! Op Edom zal het neerdalen en op het volk dat door mij
rechtens aan de vernietiging is prijsgegeven. Jehovah heeft
een zwaard; het moet vol bloed worden; het moet worden besmeerd
met het vet, met het bloed van jonge rammen en bokken, met
het vet van de nieren van rammen. Want Jehovah heeft een
slachtoffer in Bozra en een grote slachting in het land
Edom. En de wilde stieren moeten met hen neerstorten, en
jonge stieren met de sterken, en hun land moet worden gedrenkt
met bloed en zelfs hun stof zal worden besmeerd met het
vet. Want Jehovah heeft een dag van wraak, een jaar van
vergeldingen voor het rechtsgeding over Sion." (Jesaja
34:5-8)
Van de bovenstaande profetie wordt over het algemeen erkend
dat ze van toepassing is op het feitelijke einde van het
samenstel. Maar, wanneer Sion de Christenheid zou vertegenwoordigen,
waarom zou Jehovah dan een afrekening hebben en "een
jaar van vergeldingen voor het rechtsgeding over Sion"?
Het punt is dat de oordelen tegen Edom, Moab en Ammon in
volledige overeenstemming zijn met het feit dat God evenzo
Babylon de Grote zal oordelen voor het geweld dat ze tegen
Gods profeten en heiligen begaat tot aan en vooral tijdens
de verdrukking.
|
|
| Als Jezus Christus
de aartsengel Michael is, hoe kan het dan dat Michael Gabiël
te hulp schiet in Daniël 10 tegen de vorst van Perzië? Daniël
ziet vervolgens Michael, Gabriël en een demon; waarom ziet
Daniël in vers 18 dan ook de zoon des mensen? Evenzo, als
Jezus de aartsengel Michael is, waarom heeft hij Gabriël dan
nodig voor kracht? |
|
|
| De Schrift zegt niet dat Gabriël Michael
sterkte. Het is juist andersom - Michael kwam om Gabriël te
sterken in zijn gevecht tegen de demonische vorst van Perzië.
Daniël 10:18 zegt ook niet dat Daniël de zoon des mensen
zag. Er wordt enkel gezegd dat de verlichtende engel de uitstraling
van een aardse mens had. |
|
| Met betrekking tot
de 144.000, worden enkel mannen "van de aarde gekocht"? Of,
ook vrouwen, zoals het WTB&TG op dit moment gelooft? |
|
|
| De 144.000 bestaat uit mannen en
vrouwen. Ondanks dat het 14de hoofdstuk van Openbaring naar
de 144.000 verwijst als mannelijk, door over hen te zeggen:
"Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt;
ja, zij zijn maagden," wordt ze op een andere plaats in
de Schrift beschreven als de bruid van Christus. Paulus
legde natuurlijk uit dat er noch mannelijk noch vrouwelijk
is in Christus. Toch zijn wij mensen wel degelijk onder te
verdelen in twee geslachten. Alle aardse schepselen, enkele
uitzonderingen daargelaten, zijn óf mannelijk óf
vrouwelijk. We kunnen ons zelfs niet zo erg veel voorstellen
bij geslachtsloze schepselen. Daar Gods engelen en de verheerlijkte
144.000 echter wel geslachtsloos zijn, worden ze soms
als mannen en soms als vrouwen afgebeeld - zoals het geval
is met de bruid van Christus. |
|
| Zie jij en parallel
tussen Mozes die op de rots slaat om water te geven aan de
Israëlieten en dat hij vervolgens zegt dat *hij* het voor
hen gemaakt heeft en het Genootschap dat herhaaldelijk wijst
op hun "getrouwheid" en hun "beleidvolheid" en hoe *zij* degenen
zijn die waarheden en begrip voortbrengen? En als Mozes het
verboden werd het Beloofde Land binnen te gaan vanwege deze
struikeling, is het dan niet redelijk te verwachten dat het
Genootschap zelf misschien geen toestemming zal krijgen om
de beloofde Nieuwe Wereld binnen te gaan? Tot slot, welke
les of waarschuwing zit er voor alle Jehovah's Getuigen in?
|
|
|
| Je verwijst naar het verslag in het 20ste
hoofdstuk van Numeri, waar we lezen:
Mozes dan nam de staf van voor het aangezicht van Jehovah,
juist zoals hij hem geboden had. Daarna riepen Mozes en
Aäron de gemeente vóór de steile rots bijeen, en vervolgens
zei hij tot hen: "Hoort nu, gij weerspannigen! Zullen wij
uit deze steile rots water voor u te voorschijn doen komen?"
Daarop hief Mozes zijn hand op en sloeg met zijn staf op
de steile rots, tweemaal; toen kwam er veel water uit, en
de vergadering en hun lastdieren gingen drinken. Later zei
Jehovah tot Mozes en Aäron: "Omdat gij geen geloof in mij
hebt getoond, om mij voor de ogen van de zonen van Israël
te heiligen, daarom zult gij deze gemeente niet in het land
brengen dat ik hun stellig geven zal." (vers 9-12)
Jehovah nam Mozes in feite weg. Ondanks dat Mozes 120
jaar oud was, onderging hij niet de verwoesting van ouderdom.
Het Bijbelverslag zegt verder: "En Mozes was honderd
twintig jaar oud toen hij stierf. Zijn oog was niet dof
geworden en zijn vitaliteit was niet gevloden." (Numeri
34:7)
Ondanks Jehovah zeer verontwaardigd was over Mozes' gebrek
aan geloof bij die gelegenheid, oordeelde God Mozes als
ontrouw? Nee, eeuwen laten schreef de Christelijke
apostel Paulus het volgende over Mozes: "En Mozes was
als dienaar getrouw in Diens gehele huis, tot een getuigenis
van de dingen die later gesproken zouden worden, maar Christus
was getrouw als Zoon over Diens huis. Diens huis zijn wij,
indien wij onze vrijmoedigheid van spreken en ons roemen
over de hoop tot het einde toe stevig vasthouden." (Hebreeën
3:5, 6)
Mozes als dienaar in Gods huis zou ons aan de positie
van Christus' getrouwe en beleidvolle slaaf moeten herinneren,
die ook als dienaar over Gods huisgezin is aangesteld. In
verband met zijn bespreking van de getrouwe slaaf in het
12de hoofdstuk van Lukas, gaf Jezus het beginsel dat er
van degenen die de leiding hebben meer zal worden geëist.
In overeenstemming daarmee mogen we verwachten dat Christus
zijn getrouwe slaaf ter verantwoording zal roepen voor zijn
fouten.
Op dit moment wordt er binnen de leerstellingen van het
Wachttorengenootschap echter geen dergelijke verantwoording
erkend. Volgens onze nauwkeurig ingekerfde theocratische
mythologie heeft het oordeel lang geleden plaats gevonden
in 1918 en is de getrouwe slaaf sindsdien aangesteld over
alle bezittingen van de meester en niet slechts het huisgezin
van mededienaren.
Het Wachttorengenootschap heeft er zelfs over gespeculeerd
dat enkele gezalfden na Armageddon nog een poosje op aarde
zullen blijven. In dat opzicht zijn ze als Mozes - ze verwachten
het Beloofde Land binnen te gaan. Die bewering wordt echter
in het geheel niet ondersteund door de Bijbel. Integendeel,
er bestaan diverse schriftplaatsen die bewijzen dat het
gehele lichaam van gezalfden voor Armageddon worden
vermoord; als een straf van God voor hun fouten. In dat
opzicht zal hen, net als Mozes, geen toegang worden gegeven
tot de Nieuwe Wereld, in tegenstelling tot de grote schare
van overlevenden van Armageddon.
Het is interessant dat Mozes Jehovah zijn oordeel trachtte
af te raden en daarvoor streng terechtgewezen werd. Deuteronomium
3:25, 26 doet verslag van de conversatie tussen Mozes en
Jehovah: "Laat mij alstublieft naar de overkant trekken
en het goede land zien dat aan de overkant van de Jordaan
ligt, dat goede bergland en de Libanon." En Jehovah bleef
vanwege u verbolgen op mij en luisterde niet naar mij; maar
Jehovah zei tot mij: "Nu is het genoeg! Spreek mij nooit
meer over deze zaak."
De profetieën bevatten soortgelijke terechtwijzingen die
gericht zijn tot de dienaren van Gods geestelijke huis.
Dus, ja, het voorval waarbij Mozes geen respect toonde voor
Jehovah lijkt een hedendaagse parallel te hebben. De 89ste
Psalm lijkt ook te spreken over een toekomstige terechtwijzing:
"Maar gij - gij hebt verstoten en gij blijft versmaden;
Gij zijt verbolgen geworden op uw gezalfde." (vers 38)
|
|
| Welk advies zou je
geven aan iemand die reeds vele jaren met JG's verbonden is
en minder en minder naar de vergaderingen is gegaan en zichzelf
nu wil opdragen en laten dopen? Veel van de dingen waarop
je op je website hebt gewezen zijn voor mij reden geweest
me niet te laten dopen. Maar wanneer ik op zoek ga naar een
andere kerk voor waarheid is er niets. Ik heb bijna het gevoel
dat de deur van Noachs ark aan het sluiten is en ik opgeslokt
zal worden door de vloed. Is het met al de afval die plaatsvindt
binnen het Wachttorengenootschap te laat of is het nooit Jehovah's
tempel geweest? Ik ben het eens met de leerstellingen, maar
het is de organisatie waarmee ik altijd een probleem heb gehad.
Als we in Jezus' voetstappen moeten treden, waar zou hij ons
nu leiden? |
|
|
| Wanneer je Jezus' voetstappen volgt, zul
je opmerken dat Jezus het pad van een getrouwe Jood volgde,
ondanks dat het Joodse religieuze stelsel vervuld was van
verderf en huichelarij. Toch erkende Jezus dat hij een persoonlijke
verplichting had de Wet te volgen.
Jehovah's vereisten voor redding zijn niet veranderd.
Hij heeft altijd van zijn volk vereist dat ze hun geloof
onder diverse beproevingen en omstandigheden tonen. Jesaja
7:9 zegt onomwonden: "Indien gijlieden geen geloof hebt,
zult gij in dat geval niet lang bestaan."
Denk je eens in dat je in Duitsland leefde onder de tirannie
van de Nazi's. Je verbondenheid met de Bijbelonderzoekers
had er destijds voor kunnen zorgen dat je in een concentratiekamp
belandde. Toch namen vele Duitsers vrijwillig dat risico
in die donkere periode uit de geschiedenis. Dat deden ze
omdat ze geloof in Jehovah hadden. De beste manier om tegen
dit soort uitdagingen aan te kijken is ze te bezien als
een mogelijkheid om ons geloof in God te tonen - in tegenstelling
tot het blind volgen van mensen.
Als je in Christus' voetstappen wilt treden, zul je gedoopt
worden - net als hij. En net als Christus zul je je opdragen
aan Jehovah, de rechtvaardige Rechter over allen, en zul
je geloof oefenen in de wetenschap dat Jehovah de grote
kwesties met betrekking tot de organisatie zal aanpakken.
|
|
| Wat zijn je gedachten
over Deuteronomium 31:29? |
|
|
| Deuteronomium 31:29 zegt: "Want ik weet
heel goed dat gij na mijn dood zonder mankeren verderfelijk
zult handelen, en gij zult stellig afwijken van de weg waaromtrent
ik u geboden heb; en op het einde der dagen zal u stellig
rampspoed overkomen, omdat gij zult doen wat kwaad is in de
ogen van Jehovah door hem met de werken van uw handen te krenken."
We zouden de overeenkomst met de woorden van Paulus kunnen
zien toen hij het volgende zei tegen de ouderlingen van
Eféze: "Ik weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende
wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet teder
zullen behandelen, en uit uw eigen midden zullen mannen
opstaan die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen
achter zich aan te trekken." (Handelingen 20:29, 30)
Op een andere plaats profeteerde Paulus dat er voor Christus'
tegenwoordigheid eerst een afval zou komen, en dat
een verwoestende mens der wetteloosheid als een ineengedoken
dier in de tempel van God zou zitten. In plaats van te veronderstellen
dat de voorzegde afval 1700 jaar geleden plaats heeft gevonden
bij het ontstaan van de Christenheid, geeft een gedetailleerde
bestudering van de Hebreeuwse profeten te kennen dat de
afval waarnaar Paulus verwees op soortgelijke wijze onder
Jehovah's Getuigen zou plaatsvinden aan het "einde der
dagen" - zoals Mozes met betrekking tot het Joodse stelsel
zei.
|
|
| Ik las een essay op
de Pathways website genaamd "Understanding the Memorial" ("De
Gedachtenisviering Begrijpen"). En terwijl ik weet dat je
de redenatie van het WTG volgt (dat enkel gezalfden van de
symbolen nemen), draait deze publicatie, in combinatie met
mijn eigen gedachten, de zaak om en zegt dat al degenen die
Christus als hun Koning en Loskoper willen volgen tijdens
de Gedachtenisviering nemen van de symbolen. Ik weet dat het
WTG dit gebruikt om het aantal gezalfden bij te kunnen houden.
En ik heb heel veel respect voor jullie leerstellingen. Ik
zou echter een meer heldere schriftuurlijke onderbouwing willen
zien voor deze redenatie, áls die bestaat. En wil je vragen
of jij hier zelf zeker over bent? |
|
|
| De Bijbel is vrij duidelijk wanneer er wordt
gezegd dat het eten van Christus' vlees en bloed door middel
van het ritueel van het brood en de wijn voorbehouden is aan
degenen die zich door middel van Christus in het nieuwe verbond
bevinden. Jezus zei zijn apostelen: Evenzo ook de beker,
nadat zij het avondmaal hadden gebruikt, terwijl hij zei:
"Deze beker betekent het nieuwe verbond krachtens mijn
bloed, dat ten behoeve van u vergoten zal worden." (Lukas
22:20)
Het nieuwe verbond waarover Jezus sprak is gesloten met
de 144.000 die uitgenodigd zijn om met Christus te regeren.
Daarom zei Jezus bij de instelling van het Avondmaal des
Heren verder het volgende: "Doch gij zijt degenen die
in mijn beproevingen steeds bij mij zijt gebleven; en ik
sluit een verbond met u, evenals mijn Vader een verbond
met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk, opdat gij in
mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en
op tronen moogt zitten om de twaalf stammen van Israël te
oordelen." (vers 28-30)
Het nieuwe verbond geeft Jehovah de mogelijkheid Christus'
gezalfde volgelingen volmaakt te verklaren - mits zij het
geloof tot het einde behouden. De reden dat zij volmaakt
verklaard moeten worden is omdat ze bij hun opstanding ogenblikkelijk
veranderd worden in onsterfelijke en onvernietigbare geesten.
Dat wordt er door het nieuwe verbond bereikt.
Wil enig schepsel onsterfelijkheid verkrijgen, dan vereist
dit dat ze leven in zichzelf hebben. Het nieuwe verbond
maakt juist dat mogelijk. Merk alsjeblieft op dat leven
in zichzelf hebben niet hetzelfde is als enkel eeuwig leven
bezitten. Jezus zei dat alleen Jehovah leven in zichzelf
heeft en Hij de Zoon leven in zichzelf gaf. ("Want
evenals de Vader leven in zichzelf heeft, zo heeft hij ook
de Zoon gegeven leven in zichzelf te hebben." -
Johannes 5:26)
Jezus zei verder dat hij de gave van het hebben van leven
in zichzelf tevens zou schenken aan degenen die zich werkelijk
voeden met zijn vlees en bloed en dat een ieder die zijn
vlees niet zou eten of zijn bloed niet zou drinken geen
leven in zichzelf zou hebben. In Johannes 6:53-55 lezen
we: "Derhalve zei Jezus tot hen: "Voorwaar, voorwaar,
ik zeg u: Indien gij het vlees van de Zoon des mensen niet
eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij geen leven in
uzelf. Wie zich met mijn vlees voedt en mijn bloed drinkt,
heeft eeuwig leven, en ik zal hem op de laatste dag uit
de dood opwekken; want mijn vlees is waar voedsel en mijn
bloed is ware drank."
Jezus zei verder echter dat al degenen in de herinneringsgraven
zijn stem zullen horen - zelfs degenen die "verachtelijke
dingen" hebben beoefend. Jezus verwees natuurlijk duidelijk
naar de aardse opstanding van de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen.
Wanneer we nu ons redenatievermogen gebruiken: Als een
onrechtvaardig persoon, die verachtelijke dingen heeft beoefend,
van Christus een opstanding ontvangt, en er waarschijnlijk
velen een opstanding krijgen die zelfs voor Christus
hebben geleefd en zijn vlees en bloed dus niet symbolisch
hebben kunnen eten ook al hadden ze dat gewild, hoe kunnen
we dan zeggen dat ze zich hebben gevoed met Christus' vlees
en bloed voordat ze een opstanding ontvangen? Dat hebben
ze duidelijk niet. Degenen die een aardse opstanding ontvangen,
ontvangen die ongeacht of ze Christus erkenden of niet.
Hun oordeel vindt pas plaats na hun opstanding.
Verder redenerend, als zelfs ongelovigen een opstanding
uit het herinneringsgraf ontvangen door Christus, waarom
veronderstel je dan dat de andere schapen, die de hoop hebben
de aarde te beërven, Christus' vlees moeten eten en zijn
bloed moeten drinken?
Geloof hebben in Christus is niet hetzelfde als gezalfd
zijn. Noch is het beërven van eeuwig leven op aarde afhankelijk
van het opgenomen zijn in het nieuwe verbond. Degenen die
in een nieuw verbond zijn geroepen hebben een speciale toewijzing
die vereist dat ze in elk opzicht hetzelfde als Christus
worden. Het betekent dat ze hun aardse leven op moeten geven
en Christus in de hemel moeten volgen. Nemen van het brood
en de wijn is een openbare bekendmaking dat een persoon
daarvoor door Jehovah is geroepen.
|
|
|
|
|