| De context van Jezus' opmerkingen aangaande
de bestemde tijden der natiën hebben te maken met de tijd
waarin God zal toestaan dat zijn heilige plaats vertreden
zal worden door een walgelijk ding. Vanuit de Schrift lijkt
er geen rechtvaardiging te bestaan om de bestemde tijden,
of zoals sommigen zeggen de Tijden der Heidenen, van toepassing
te brengen op de oorspronkelijke vernietiging van Jeruzalem
door de Babyloniërs. Jezus voorzei een toekomstige
vernietiging van Jeruzalem en haar heilige tempel.
Het boek Openbaring is echter geschreven nadat
de stad Jeruzalem en haar tempel in 70 G.T. met de grond
gelijk was gemaakt door de Romeinen, toch wordt voorzegd
dat een andere tempel en heilige plaats gedurende
een bestemde tijd vertreden zal worden door de natiën. Openbaring
11:1-3 zegt: En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk,
terwijl hij zei: "Sta op en meet het tempelheiligdom van
God en het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar wat
het voorhof buiten het tempelheiligdom betreft, werp dat
volledig buiten en meet het niet, want het is aan de natiën
gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig
maanden lang. En ik zal mijn twee getuigen in zakken gehuld
doen profeteren gedurende duizend tweehonderd zestig dagen."
(Zie het essay: Was
1914 het Einde van de Tijden der Heidenen?)
De heilige stad en het tempelheiligdom dat aan de natiën
wordt gegeven om 42 maanden vertreden te worden, is de gemeente
van Christus. De 2520-jarige periode van het Wachttorengenootschap
die aangewezen is als de bestemde tijden der natiën is een
volledig gekunstelde interpretatie. Wanneer we toelaten
dat de profetie zichzelf interpreteert, zullen we
erkennen dat de bestemde tijden der natiën waarnaar Christus
verwees een tijdsbestek van 42 maanden zal hebben.
Wanneer zal het vertreden beginnen? Volgens de context
van Openbaring begint het met de komst van Christus. Het
vaak genegeerde 10de hoofdstuk van Openbaring presenteert
ons een visioen van de komst van Christus, wanneer er wordt
gezegd: "En ik zag een andere sterke engel uit de hemel
neerdalen, getooid met een wolk, en er was een regenboog
boven zijn hoofd, en zijn aangezicht was als de zon, en
zijn voeten waren als vuurzuilen, en in zijn hand had hij
een kleine geopende boekrol. En hij zette zijn rechtervoet
op de zee, maar zijn linker op de aarde, en hij riep met
een luide stem, zoals wanneer een leeuw brult. En toen hij
riep, lieten de zeven donderslagen hun eigen stemmen horen."
(vers 1-3)
De sterke engel die uit de hemel neerdaalt en wijdbeens
op de aarde en de zee gaat staan is een afbeelding van Jezus
die eigendom van de wereld komt opeisen. De komst van Christus
is het startsein voor het uiteindelijke conflict tussen
Gods koninkrijk en de natiën van de wereld die onder Satans
heerschappij staan. Nadat Christus gekomen is met het wettelijke
recht om de wereld te regeren, wordt de natiën een verlenging
van hun eigen regering gegeven. Dus, voor een korte tijd
van drie en een half jaar zullen zowel Christus' koninkrijk
als het politieke koninkrijk van de Duivel de aarde als
twee vijandige koninkrijken regeren. Nadat de bestemde tijden
verlopen zijn, zullen de natiën door Jezus Christus vernietigd
worden.
|