| |
Week van: 19 t/m 25 September 2004
|
| Wat was de betekenis
van de doop door Johannes de Doper? Na zijn doop in de rivier
de Jordaan, begon Jezus zijn bediening en koos hij zijn discipelen
uit en instrueerde hij hen. De doop die heden ten dage door
Jehovah's Getuigen verricht wordt, lijkt dat patroon niet
te volgen, doordat mensen eropuit gezonden worden om te prediken
nog voordat ze gedoopt zijn. Johannes de Doper sprak over
vergeving als vereiste voor de doop, daarmee aangevend dat
de hartestoestand van een persoon hierbij meer betrokken was
dan al het andere. Wordt er een dubbele maatstaf gebruikt
door het Wachttorengenootschap bij de toepassing van Mattheüs
28:19, 20? |
|
|
| Het Wachttorengenootschap leert dat de doop
een uiterlijk symbool is van de opdracht van een persoon om
Gods wil te doen. Maar, degenen die oorspronkelijk gedoopt
werden door Johannes waren reeds leden van een natie
die opgedragen was om Gods wil te doen. De Joodse besnijdenis
was een uiterlijk symbool van hun opdracht aan God. Met de
komst van Christus vereiste Jehovah echter dat de Joden door
middel van onderdompeling in de Jordaan een uiterlijke bekendmaking
deden van hun berouw, als vereiste om door Christus aanvaard
te worden als één van zijn discipelen. In het geval van Christus
zelf, zijn doop was geen symbool van zijn berouw, maar
zijn doop was een symbool voor zijn aanbieding om Gods wil
te doen bovenop en in uitbreiding van wat er werd vereist
in de Joodse Wet.
Er bestaat dus een fundamenteel verschil tussen de relatie
die de Joden hadden in de tijd van Johannes' voor-Christelijke
bediening en de relatie die de Joden en niet-Joden met God
hadden nadat het christendom was gesticht. Het is interessant
dat de Joden die door Johannes gedoopt waren en om welke
reden dan ook niet gezalfd werden op Pinksteren, opnieuw
gedoopt moesten worden in de naam van Christus om de
heilige geest te ontvangen.
Het verslag in Handelingen 19:1-5 werpt licht op jouw
vraag. Die verzen uit de schrift luiden als volgt: "In
de loop der gebeurtenissen, terwijl Apollos in Korinthe
was, begaf Paulus zich door het binnenland en kwam te Éfeze,
waar hij enige discipelen aantrof, en hij zei tot hen: "Hebt
gij heilige geest ontvangen toen gij gelovigen werdt?" Zij
zeiden tot hem: "Hoe zo, wij hebben nog nooit gehoord dat
er een heilige geest is." En hij zei: "Waarin zijt gij dan
gedoopt?" Zij zeiden: "In Johannes' doop." Paulus zei: "Johannes
doopte met de doop als een symbool van berouw en zei tot
het volk dat zij moesten geloven in degene die na hem kwam,
dat is, in Jezus." Toen zij dit hoorden, werden zij in de
naam van de Heer Jezus gedoopt."
Merk alsjeblieft op dat Paulus tegen personen sprak die
"gelovigen" waren - berouw hadden gehad en gedoopt waren
door Johannes de Doper. Zij moesten echter gedoopt worden
in de naam van Christus om gezalfd te worden. In dat opzicht
volgen Jehovah's Getuigen dus het 1ste eeuwse patroon, doordat
we van gelovigen vereisen berouw te tonen voordat
ze gedoopt worden in de Christelijke doop.
|
|
| In het licht van het
feit dat de schriftplaatsen in Genesis 6:1, 2 vermelden dat
de "zonen van God" de dochters van de mensheid begonnen
op te merken, dat ze mooi waren en ze vervolgens tot vrouw
namen
waarom beschrijf je ze dan als "geslachtsloze"
engelen (Postzak van de week van 28 september 2003). Mijn
vraag is: Wanneer ze geen geslacht hebben, hoe konden ze dan
een verlangen hebben naar "vrouwen"? |
|
|
| Jezus zei ons dat de engelen in de hemel
noch mannelijk noch vrouwelijk zijn. In elk verslag in de
Bijbel waarin engelen zich in het vlees materialiseerden,
waren ze altijd mannelijk. Daar zowel engelen als mensen naar
het beeld van Jehovah gemaakt zijn, waarbij de mensheid slechts
'een weinig lager dan de engelen' is, lieten sommige engelen
toe dat ze een onnatuurlijk verlangen ontwikkelden om met
vrouwen samen te leven en kinderen te hebben. De brief van
Judas verwijst naar "engelen die hun oorspronkelijke positie
niet hebben behouden maar hun eigen juiste woonplaats hebben
verlaten." Dat de engelen hun "eigen juiste woonplaats"
verlieten, betekende dat ze hun intrek namen in een plaats
die onjuist en onnatuurlijk voor hen was. Hierdoor
werden sommige van Gods engelen pervers, omdat ze vrijwillig
hun eigen natuur degradeerde toen ze hun hemelse positie verlieten
door mensen te worden. |
|
| Met alle respect, maar
ik heb één klein vraagje: Hoe kun je in vredesnaam
een organisatie blijven ondersteunen, en anderen aanmoedigen
dat ook te blijven doen, die (naar je zelf zegt) vervallen
is in grove afgoderij, verderving in de top en nog vele andere
zaken (waar je op hebt gewezen)? |
|
|
| Neem het voorbeeld van Jezus: Als een Jood
was Christus zich er volledig bewust van hoe verdorven het
Joodse stelsel geworden was. Raadde Jezus zijn volgelingen
echter aan de aanbidding van God binnen dat stelsel te verlaten?
Nee, dat deed hij niet. Ondanks dat de Farizeeërs geen deel
uitmaakten van de oorspronkelijke Mozaïsche regeling, maar
dat ze, zoals Jezus het zei, "op de stoel van Mozes zijn
gaan zitten," moedigde Jezus zijn volgelingen nog steeds
aan alles te doen wat de Farizeeën opdroegen, alleen niet
te doen naar hun huichelarij. Uiteindelijk liet Jehovah het
Joodse samenstel van dingen niet verder bestaan - terwijl
hij Christus' gemeente behield.
Jehovah's Getuigen staan heden ten dage in dezelfde relatieve
positie ten opzichte van het Wachttorengenootschap als de
oorspronkelijke discipelen van Christus tegenover het Joodse
stelsel stonden. Feitelijk staan wij ook onder een wet.
Nee, natuurlijk niet onder de Wet van Mozes; Jehovah's Getuigen
staan in plaats daarvan onder een onderdrukkende organisatorische
wet, die op farizeese wijze wordt opgelegd. Het doel van
e-watchman is de aandacht te vestigen op de vele profetieën
waarin wordt voorzegd hoe het huidige organisatorische aspect
op soortgelijke wijze zal worden ontbonden als het Joodse
stelsel in de 1ste eeuw.
|
|
| Je hebt op je site
verschillende malen duidelijk gemaakt dat je gelooft dat de
Gedachtenisviering in de gemeente met medegelovigen gevierd
dient te worden. Het is echter ook duidelijk geworden dat
sommige gezalfden uitgesloten zijn voor het innemen van soortgelijke
standpunten als jij en zodoende niet in staat zijn deel te
nemen aan het Avondmaal. Wat raad je deze broeders en zusters
aan met betrekking tot het Avondmaal, daar je er zo sterk
aan hebt vastgehouden dat het Avondmaal niet in iemands huis
of "persoonlijk" gevierd kan worden? Verschaf alsjeblieft
schriftuurlijke ondersteuning voor je antwoord. |
|
|
| Er zijn omstandigheden waarbij gezalfden
niet in het openbaar deel kunnen nemen aan het Avondmaal.
Gezalfde broeders en zusters in de gevangenis of concentratiekampen
bijvoorbeeld hebben het Avondmaal niet kunnen vieren met medegelovigen.
Het Wachttorengenootschap verbiedt uitgesloten personen die
gezalfd zouden kunnen zijn ook deel te namen aan het Avondmaal
in de gemeente - daar dit als een daad van omgang met
de gemeente zou worden beschouwd.
Zoals je weet volgt de Gedachtenisviering het patroon
van het Joodse Pascha. Het is interessant dat er zich in
Mozes' dagen een kwestie voordeed waarbij twee mannen ceremonieel
onrein waren in de tijd van de Pascha viering. Mozes informeerde
bij Jehovah of deze mannen de gebeurtenis zouden moeten
vieren - daar het een wettelijk vereiste was dit te doen.
Het volgende verslag staat in het 9de hoofdstuk van Numeri:
"Mozes sprak dus tot de zonen van Israël dat zij het paschaoffer
moesten bereiden. Toen bereidden zij het paschaoffer in de
eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tussen de
twee avonden, in de wildernis van Sinaï. Overeenkomstig alles
wat Jehovah Mozes geboden had, zo deden de zonen van Israël.
Nu waren er mannen die door een menselijke ziel onrein
waren geworden, zodat zij het paschaoffer op die dag niet
konden bereiden. Daarom verschenen zij op die dag voor Mozes
en Aäron. Toen zeiden die mannen tot hem: "Wij zijn onrein
door een menselijke ziel. Waarom dienen wij ervan weerhouden
te worden de offergave voor Jehovah op de daarvoor bestemde
tijd te midden van de zonen van Israël aan te bieden?" Hierop
zei Mozes tot hen: "Blijft hier staan, en laat mij horen
wat Jehovah met betrekking tot u moge gebieden."
Toen sprak Jehovah tot Mozes en zei: "Spreek tot de zonen
van Israël en zeg: 'Al zou enige man van u of van uw geslachten
door een ziel onrein blijken te zijn of weg op een verre
reis, ook hij moet het paschaoffer voor Jehovah bereiden.
In de tweede maand, op de veertiende dag, tussen de twee
avonden, dienen zij het te bereiden. Met ongezuurde broden
en bittere kruiden dienen zij het te eten. Zij mogen er
niets van overlaten tot de morgen, en zij dienen geen been
eraan te breken. Overeenkomstig de gehele inzetting van
het Pascha dienen zij het te bereiden.
Maar wanneer de man rein was of zich niet net op reis
bevond en hij verzuimd heeft het paschaoffer te bereiden,
dan moet die ziel van zijn volk worden afgesneden, omdat
hij de offergave van Jehovah niet op de daarvoor bestemde
tijd heeft aangeboden. Die man zal de verantwoordelijkheid
voor zijn zonde dragen."'"
Volgens Jehovah's rechterlijke beslissing gold er voor
de mannen die onrein waren vanwege het aanraken van een
dode ziel geen uitzondering voor hun verplichting deel te
nemen aan het pascha. Jehovah maakte dus een speciale aanvulling
op zijn wet die toestond dat de mannen het feest precies
één maand later vierden - apart van de andere Joden die
de gebeurtenis reeds een maand eerder hadden gevierd.
Ondank dat Jehovah's Getuigen niet onder de Joodse wet
staan, zou dit verslag een wettelijk precedent kunnen scheppen
voor gezalfde Jehovah's Getuigen die door de gemeente als
onrein worden bezien. Dat betekent niet dat ze de Gedachtenisviering
persoonlijk een maand later moeten vieren, maar wel dát
ze het persoonlijk zouden moeten vieren - net als degenen
die ceremonieel onrein waren op de tijd van het Joodse Pascha.
|
|
| Het lijkt duidelijk
te zijn dat je een opmerkelijk en diepgaand inzicht hebt in
Bijbelse profetieën. Aan wie schrijf je dat inzicht toe? Is
de Watchman een groep van personen die samenwerken met als
doel Bijbelse profetieën uit te leggen en te verklaren hoe
ze van toepassing zijn op onze tijd, of werk je vrijwel alleen.
|
|
|
| E-watchman is één persoon.
Het Wachttorengenootschap mag hopen dat Jehovah verantwoordelijk
is voor de inzichten die hier aangeboden worden. Het is
al vernederend voor ze dat iemand van buiten Bethel meer
inzicht zou hebben dan zij, maar het zou werkelijk vernietigend
voor ze zijn wanneer zomaar iemand van de straat een Bijbel
op zou pakken en de dingen zou begrijpen die verborgen zijn
voor degenen die beweren de enige te zijn die in staat zijn
de verborgen en diepe dingen uit Gods Woord te begrijpen.
Alle Jehovah's Getuigen verlangen ernaar dat God zijn
naam heiligt. Maar, wat als de heiliging van Jehovah's naam
afhankelijk is van Gods berisping en vernedering van zijn
volk met zijn sterke hand? Zullen we dan nog steeds achter
onze gebeden staan over de heiliging van Gods naam? Neem
het boek Ezechiël eens als patroon. Op meer dan 60 plaatsen
in het boek Ezechiël zegt Jehovah dat "ze zullen moeten
weten dat ik Jehovah ben." Deze woorden zijn de meeste
keren van toepassing op Jehovah's volk en niet op de natiën.
Het schijnt mij dus toe dat het Jehovah's voornemen is
de eerste de laatste te maken en de laatste de eerste, door
de diepere dingen te onthullen aan degenen die als nietswaardig
beschouwd worden door degenen die de eerste plaats innemen
onder Jehovah's volk.
Meer inzicht dan al mijn leraren heb
ik gekregen,
Omdat uw vermaningen mijn intense belangstelling
hebben.
Met meer verstand dan oudere mannen
gedraag ik mij,
Omdat ik úw bevelen heb opgevolgd.
(Psalm 119:99-100)
|
|
|
|
|