Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 31 Oktober t/m 6 November 2004


 

Aangezien de roep van de engel in Openbaring 18:4: "Gaat uit van haar, mijn volk" nu nog in de toekomst ligt, moet er dan worden verondersteld dat alle mensen ter wereld, inclusief Jehovah's Getuigen, onder de invloed van Babylon de Grote staan en wat hun organisatorische staat en geloofsovertuigingen aangaat in een soort "Je-moet-het-nemen-zoals-het-is" of "Garantie-tot-de-deur-situatie" verkeren?


Wat het Wachttorengenootschap over dat profetische bevel leert is niet correct. Zoals we zouden mogen verwachten houdt onze fout verband met de onjuiste veronderstelling dat Christus indertijd in 1914 begonnen is de wereld te regeren. Tegenwoordig nemen we aan dat Babylon de Grote in 1919 uit haar machtige positie is gevallen - wat zogenaamd wordt bewezen door de vrijlating van Rutherford en metgezellen uit de gevangenis en de reorganisatie van de Bijbelonderzoekers. Sinds die tijd stellen we ons voor dat mensen uit Babylon de Grote vluchten door eenvoudig hun kerklidmaatschap op te zeggen en één van Jehovah's Getuigen te worden.

We kunnen ons echter afvragen: Op wat voor manier heeft Babylon de Grote nu minder macht over ons dan zij had vóór 1919? Jehovah's Getuigen worden bijvoorbeeld enorm onderdrukt in nagenoeg alle door de Islam gedomineerde landen ter wereld. Het is de Russische Orthodoxe Kerk onlangs gelukt Jehovah's Getuigen in de stad Moskou te laten verbieden. De Katholieke Kerk heeft met succes Frankrijk beïnvloed het Wachttorengenootschap een hoge belasting te laten betalen. Ondertussen nemen de fundamentalisten en evangelische sekten in de Verenigde Staten steeds meer in macht en invloed toe. Dus hoe komt het dan precies dat we er van uit gaan dat Babylon de Grote reeds gevallen is?

Ten tweede geeft het Wachttorengenootschap een niet afdoende uitleg van het 13de en 17de hoofdstuk van Openbaring over het oprijzen van het scharlakengekleurde beest, waar de hoer op rijdt.

Op het moment veronderstellen we dat het zeven-koppige beest zijn voorzegde dodelijke slag tijdens de Eerste Wereldoorlog ontving. Maar de feiten stroken niet met de geschiedenis. Hoewel de Grote Oorlog buitengewoon dodelijk en zinloos was, rezen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten ongeschonden uit de oorlog op. En als het regerende hoofd van het zeven-koppige beest kenden zij geen maatschappelijke en bestuurlijke onstabiliteit. De regeringen werden niet met een ineenstorting geconfronteerd. De enige regering die omver werd geworpen was die van het tsaristische Rusland. Zelfs Duitsland overleefde de oorlog zonder in anarchie te vervallen. Er is dus eenvoudig geen basis voor onze veronderstelling dat de buitengewone profetie aangaande de bijnadoodervaring van het politieke systeem destijds in 1914-1919 plaats vond. (Zie het essay: "Oordeelsdag: Het Laatste Uur van de Achtste Koning")

De betekenis daarvan, voor zover het onze relatie met betrekking tot Babylon de Grote betreft, is dat de opleving van het zeven-koppige beest in het 13de hoofdstuk van Openbaring ongetwijfeld dezelfde ontwikkeling is als die wordt beschreven in het 17de hoofdstuk van Openbaring, waar het beest uit de afgrond van de dood opstijgt - met de hoer op zijn rug.

Jehovah's Getuigen geloven dat het scharlaken gekleurde beest tijdens de Tweede Wereldoorlog in de afgrond ging, toen de Volkenbond werd ontbonden, alleen om te worden vervangen door de Verenigde Naties. Zo'n interpretatie ontbreekt het echter aan geloofwaardigheid. De reden hiervoor is dat de Volkenbond in werkelijkheid geen regering was. Het was een niet bijster effectief forum van landen. Talloze natiën, waaronder de Verenigde Staten, Rusland en China, behoorden niet eens tot de Bond. Ondanks het godslasterlijke eerbetoon aan de Bond bij zijn oprichting door verscheidene geestelijken, lijkt het belachelijk dat Jehovah zo'n onbelangrijk instituut, als de Bond was, als een wild, zeven-koppig beest zou afschilderen.

Logische redenatie leidt ons tot geen andere conclusie dan dat de profetie zijn vervulling nog niet heeft gehad. Hoe kunnen we dat zeker weten? Omdat de herrijzenis van het beest vanuit de afgrond en het herstel van de dodelijke slag het begin van de Oordeelsdag aankondigt. Hoe we dat weten? Omdat we in Openbaring 17:8 lezen: "Het wilde beest dat gij gezien hebt, was, maar is niet, en toch staat het op het punt uit de afgrond op te stijgen, en het moet de vernietiging tegemoet gaan. En wanneer zij die op de aarde wonen, zien hoe het wilde beest was, maar niet is en toch tegenwoordig zal zijn, zullen zij zich vol bewondering verbazen, maar hun namen zijn sedert de grondlegging der wereld niet op de boekrol des levens geschreven."

Zij die zich "vol bewondering verbazen" over het opgestane wilde beest zijn degenen die het merkteken van het wilde beest ontvangen en dientengevolge zijn hun namen niet in het boek des levens geschreven. Volgens de gedateerde interpretatie van de profetie door het Wachttorengenootschap zouden we moeten aannemen dat Jehovah het Oordeel begon in 1945, toen het wilde beest schijnbaar als de Verenigde Naties uit de afgrond verscheen. Dat betekent dat iedereen die zich alleen maar bij de Verenigde Naties aansluit, inclusief de inschrijving als NGO door het Wachttorengenootschap zelf, tot de tweede dood wordt veroordeeld. (Wat feitelijk het geval zou kunnen zijn, maar daar hebben we het nu niet over)

Omgekeerd zou het betekenen dat de mensen van "Get the US out of the UN", zoals het John Birch Genootschap bijvoorbeeld, hun naam in het boek des levens hebben staan aangezien zij zich niet "vol bewondering" over de Verenigde Naties hebben verbaasd. Zien we nu hoe absurd de interpretatie van het Wachttorengenootschap is?

De bijna-dood-ervaring van het zeven-koppige wilde beest is er nog niet geweest. Die zal zich voordoen als een wereldschokkende ramp die het huidige Anglo-Amerikaans gedomineerde politieke systeem ineen zal doen storten. Het zal samenvallen met de situatie dat "mensen mat worden van vrees" als gevolg van de vreselijke dingen die dan over de aarde komen. We mogen verwachten dat de 8ste koning, in de vorm van de Verenigde Naties, tegen die tijd zal oprijzen uit de as van de zich nu aftekenende ramp om de wereld te behoeden voor anarchie en voor het schrikbeeld in een Nieuwe Donkere Eeuw gestort te worden.

Volgens Jezus' gedetailleerde profetie over het besluit van het samenstel van dingen kunnen we verwachten dat Gods heilige plaats door het walgelijke ding zal worden verwoest. Jehovah's Getuigen denken dat dat te maken heeft met de feitelijke verwoesting van de Christenheid, maar die interpretatie harmonieert helemaal niet met de tientallen profetieën die aangeven dat Gods heilige plaats met de gezalfde gemeente van Christus wordt geassocieerd. De verwoesting van de heilige plaats staat model voor de verwoesting van de organisatie van Jehovah's Getuigen door de 8ste koning, die op dat moment door Babylon de Grote achter de schermen zal worden bestuurd. In die zin dan zijn Jehovah's heiligen gedoemd in gevangenschap aan Babylon de Grote te gaan.

Neem als model de oorspronkelijke gevangenschap van de Joden door Babylon: Namen de Joden Babylonische valse aanbidding over toen ze in Babylon woonden? Ongetwijfeld hebben sommigen dat gedaan maar Daniël, Sadrach, Mesach en Abednego deden dat niet. Zij bleven trouw aan Jehovah zelfs al waren zij in fysieke gevangenschap in Babylon. Toen hun vrijlating kwam, omdat ze werden aangesteld Jehovah's ware aanbidding weer op de berg van Jeruzalem te herstellen, gaf Jehovah hen de opdracht alle Babylonische invloeden achter zich te laten en uit Babylon te gaan. Er moet ook worden opgemerkt dat hun bevrijding door de hand van Jehovah's gezalfde koning Cyrus kwam. En zij verlieten Babylon niet individueel over een periode van tientallen jaren maar zij gingen als gemeente op pad.

In die zin gaat de toekomstige roep van de engel uit: "Gaat uit van haar, mijn volk!" Onze verlossing van gevangenschap aan Babylon de Grote zal zich voordoen als de openbaring van Christus' heerlijkheid. Het acht slaan door ons op het bevel "gaat uit van haar" zal vereisen dat we onszelf als aanbidders van Jehovah bekendmaken in een tijd dat, wanneer je dat doet, het je in een concentratiekamp - of erger - kan doen belanden. Onze ontsnapping aan haar in die tijd zal onmiddellijk voorafgaan aan de tijd dat Jehovah het in de geest van de regerende machten zal leggen alle religie wereldwijd te vernietigen.


Excuses voor de ingekorte Postzak van deze week.

 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman