| Wat het Wachttorengenootschap over dat profetische
bevel leert is niet correct. Zoals we zouden mogen verwachten
houdt onze fout verband met de onjuiste veronderstelling dat
Christus indertijd in 1914 begonnen is de wereld te regeren.
Tegenwoordig nemen we aan dat Babylon de Grote in 1919 uit
haar machtige positie is gevallen - wat zogenaamd wordt bewezen
door de vrijlating van Rutherford en metgezellen uit de gevangenis
en de reorganisatie van de Bijbelonderzoekers. Sinds die tijd
stellen we ons voor dat mensen uit Babylon de Grote vluchten
door eenvoudig hun kerklidmaatschap op te zeggen en één van
Jehovah's Getuigen te worden.
We kunnen ons echter afvragen: Op wat voor manier heeft
Babylon de Grote nu minder macht over ons dan zij
had vóór 1919? Jehovah's Getuigen worden bijvoorbeeld enorm
onderdrukt in nagenoeg alle door de Islam gedomineerde landen
ter wereld. Het is de Russische Orthodoxe Kerk onlangs gelukt
Jehovah's Getuigen in de stad Moskou te laten verbieden.
De Katholieke Kerk heeft met succes Frankrijk beïnvloed
het Wachttorengenootschap een hoge belasting te laten betalen.
Ondertussen nemen de fundamentalisten en evangelische sekten
in de Verenigde Staten steeds meer in macht en invloed toe.
Dus hoe komt het dan precies dat we er van uit gaan dat
Babylon de Grote reeds gevallen is?
Ten tweede geeft het Wachttorengenootschap een niet afdoende
uitleg van het 13de en 17de hoofdstuk van Openbaring over
het oprijzen van het scharlakengekleurde beest, waar de
hoer op rijdt.
Op het moment veronderstellen we dat het zeven-koppige
beest zijn voorzegde dodelijke slag tijdens de Eerste Wereldoorlog
ontving. Maar de feiten stroken niet met de geschiedenis.
Hoewel de Grote Oorlog buitengewoon dodelijk en zinloos
was, rezen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten ongeschonden
uit de oorlog op. En als het regerende hoofd van het zeven-koppige
beest kenden zij geen maatschappelijke en bestuurlijke onstabiliteit.
De regeringen werden niet met een ineenstorting geconfronteerd.
De enige regering die omver werd geworpen was die van het
tsaristische Rusland. Zelfs Duitsland overleefde de oorlog
zonder in anarchie te vervallen. Er is dus eenvoudig geen
basis voor onze veronderstelling dat de buitengewone profetie
aangaande de bijnadoodervaring van het politieke systeem
destijds in 1914-1919 plaats vond. (Zie het essay: "Oordeelsdag:
Het Laatste Uur van de Achtste Koning")
De betekenis daarvan, voor zover het onze relatie met
betrekking tot Babylon de Grote betreft, is dat de opleving
van het zeven-koppige beest in het 13de hoofdstuk van Openbaring
ongetwijfeld dezelfde ontwikkeling is als die wordt beschreven
in het 17de hoofdstuk van Openbaring, waar het beest uit
de afgrond van de dood opstijgt - met de hoer op zijn rug.
Jehovah's Getuigen geloven dat het scharlaken gekleurde
beest tijdens de Tweede Wereldoorlog in de afgrond ging,
toen de Volkenbond werd ontbonden, alleen om te worden vervangen
door de Verenigde Naties. Zo'n interpretatie ontbreekt het
echter aan geloofwaardigheid. De reden hiervoor is dat de
Volkenbond in werkelijkheid geen regering was. Het was een
niet bijster effectief forum van landen. Talloze natiën,
waaronder de Verenigde Staten, Rusland en China, behoorden
niet eens tot de Bond. Ondanks het godslasterlijke eerbetoon
aan de Bond bij zijn oprichting door verscheidene geestelijken,
lijkt het belachelijk dat Jehovah zo'n onbelangrijk instituut,
als de Bond was, als een wild, zeven-koppig beest zou afschilderen.
Logische redenatie leidt ons tot geen andere conclusie
dan dat de profetie zijn vervulling nog niet heeft gehad.
Hoe kunnen we dat zeker weten? Omdat de herrijzenis van
het beest vanuit de afgrond en het herstel van de dodelijke
slag het begin van de Oordeelsdag aankondigt. Hoe we dat
weten? Omdat we in Openbaring 17:8 lezen: "Het wilde
beest dat gij gezien hebt, was, maar is niet, en toch staat
het op het punt uit de afgrond op te stijgen, en het moet
de vernietiging tegemoet gaan. En wanneer zij die op de
aarde wonen, zien hoe het wilde beest was, maar niet is
en toch tegenwoordig zal zijn, zullen zij zich vol bewondering
verbazen, maar hun namen zijn sedert de grondlegging der
wereld niet op de boekrol des levens geschreven."
Zij die zich "vol bewondering verbazen" over het
opgestane wilde beest zijn degenen die het merkteken van
het wilde beest ontvangen en dientengevolge zijn hun namen
niet in het boek des levens geschreven. Volgens de gedateerde
interpretatie van de profetie door het Wachttorengenootschap
zouden we moeten aannemen dat Jehovah het Oordeel begon
in 1945, toen het wilde beest schijnbaar als de Verenigde
Naties uit de afgrond verscheen. Dat betekent dat iedereen
die zich alleen maar bij de Verenigde Naties aansluit, inclusief
de inschrijving als NGO door het Wachttorengenootschap zelf,
tot de tweede dood wordt veroordeeld. (Wat feitelijk het
geval zou kunnen zijn, maar daar hebben we het nu niet over)
Omgekeerd zou het betekenen dat de mensen van "Get
the US out of the UN", zoals het John Birch Genootschap
bijvoorbeeld, hun naam in het boek des levens hebben staan
aangezien zij zich niet "vol bewondering" over de
Verenigde Naties hebben verbaasd. Zien we nu hoe absurd
de interpretatie van het Wachttorengenootschap is?
De bijna-dood-ervaring van het zeven-koppige wilde beest
is er nog niet geweest. Die zal zich voordoen als een wereldschokkende
ramp die het huidige Anglo-Amerikaans gedomineerde politieke
systeem ineen zal doen storten. Het zal samenvallen met
de situatie dat "mensen mat worden van vrees" als
gevolg van de vreselijke dingen die dan over de aarde komen.
We mogen verwachten dat de 8ste koning, in de vorm van de
Verenigde Naties, tegen die tijd zal oprijzen uit de as
van de zich nu aftekenende ramp om de wereld te behoeden
voor anarchie en voor het schrikbeeld in een Nieuwe Donkere
Eeuw gestort te worden.
Volgens Jezus' gedetailleerde profetie over het besluit
van het samenstel van dingen kunnen we verwachten dat Gods
heilige plaats door het walgelijke ding zal worden verwoest.
Jehovah's Getuigen denken dat dat te maken heeft met de
feitelijke verwoesting van de Christenheid, maar die interpretatie
harmonieert helemaal niet met de tientallen profetieën die
aangeven dat Gods heilige plaats met de gezalfde gemeente
van Christus wordt geassocieerd. De verwoesting van de heilige
plaats staat model voor de verwoesting van de organisatie
van Jehovah's Getuigen door de 8ste koning, die op dat moment
door Babylon de Grote achter de schermen zal worden bestuurd.
In die zin dan zijn Jehovah's heiligen gedoemd in gevangenschap
aan Babylon de Grote te gaan.
Neem als model de oorspronkelijke gevangenschap van de
Joden door Babylon: Namen de Joden Babylonische valse aanbidding
over toen ze in Babylon woonden? Ongetwijfeld hebben sommigen
dat gedaan maar Daniël, Sadrach, Mesach en Abednego deden
dat niet. Zij bleven trouw aan Jehovah zelfs al waren zij
in fysieke gevangenschap in Babylon. Toen hun vrijlating
kwam, omdat ze werden aangesteld Jehovah's ware aanbidding
weer op de berg van Jeruzalem te herstellen, gaf Jehovah
hen de opdracht alle Babylonische invloeden achter zich
te laten en uit Babylon te gaan. Er moet ook worden opgemerkt
dat hun bevrijding door de hand van Jehovah's gezalfde koning
Cyrus kwam. En zij verlieten Babylon niet individueel over
een periode van tientallen jaren maar zij gingen als gemeente
op pad.
In die zin gaat de toekomstige roep van de engel uit:
"Gaat uit van haar, mijn volk!" Onze verlossing van
gevangenschap aan Babylon de Grote zal zich voordoen als
de openbaring van Christus' heerlijkheid. Het acht slaan
door ons op het bevel "gaat uit van haar" zal vereisen
dat we onszelf als aanbidders van Jehovah bekendmaken in
een tijd dat, wanneer je dat doet, het je in een concentratiekamp
- of erger - kan doen belanden. Onze ontsnapping aan haar
in die tijd zal onmiddellijk voorafgaan aan de tijd dat
Jehovah het in de geest van de regerende machten zal leggen
alle religie wereldwijd te vernietigen.
|