Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 7 t/m 13 November 2004


 

We weten dat Jezus na zijn opstanding naar de hemel opsteeg om de waarde van zijn loskoopoffer aan God aan te bieden. Op dat moment begon hij dus te dienen als een Hogepriester. Daar Jehovah hem nog niet heeft geïnstalleerd als koning en de eerste opstanding nog niet begonnen is, zoals je hebt beschreven, moeten we dan begrijpen dat hij nu alleen dient als Hogepriester? Heeft hij nog geen anderen bij zich die als onderpriesters dienen? Als we het patroon uit het oude Israël volgen, is het dan niet logisch dat er reeds enkelen als priester fungeren, zoals wordt afgebeeld door de vierentwintig oudere personen in het boek Openbaring? Geeft dat niet aan dat er op zijn minst een klein aantal al met Jezus in de hemel is wanneer hij officieel dienst doet voor het offeraltaar?


Openbaring is een serie visioenen bestemd voor de dag des Heren. In Openbaring 1:10 schrijft Johannes: "Door inspiratie geraakte ik in de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een krachtige stem als van een trompet…" De dag des Heren begint wanneer Jezus zijn koningschap opneemt gedurende de periode onmiddellijk voorafgaand aan de 1000-jarige regering genaamd de Parousia, of tegenwoordigheid. Dat betekent dat de 24 oudere personen, die een afbeelding zijn van de gezalfden, vóór de dag des Heren feitelijk niet bestaan, ondanks dat ze deelnemen aan het visioen vóór Jezus' kroning. Dat komt omdat de opstanding van de 144.000 volgens 1 Thessalonicenzen 4:15, 16 niet begint tot kort nadat Jezus' tegenwoordigheid begonnen is.

Openbaring 20:5, 6 verwijst naar de eerste opstanding en geeft aan dat de opgestane gezalfden niet als koningen of priesters beginnen te regeren voordat het 1000-jarige koninkrijk feitelijk begint. "Dit is de eerste opstanding. Gelukkig en heilig is een ieder die deel heeft aan de eerste opstanding; over dezen heeft de tweede dood geen autoriteit, maar zij zullen priesters van God en van de Christus zijn en zullen de duizend jaar met hem als koningen regeren."

Voor die tijd dient Jezus als middelaar en hogepriester ten gunste van enkel de 144.000. De profetische Psalmen voorzeggen echter dat de Messias een priester zou zijn "naar de wijze van Melchizédek" - niet naar de wijze van de Levitische priesters. Paulus citeerde de 110de Psalm en paste die toe op Jezus, door in Hebreeën 5:10 het volgende te schrijven: "omdat hij door God uitdrukkelijk een hogepriester naar de wijze van Melchizédek is genoemd."

Melchizédek leefde voordat Israël zelfs maar een natie was - als nakomeling van Abraham. Als de koning van Salem (Jeruzalem) ontving hij zijn aanstelling rechtstreeks van God, niet vanuit een overerving binnen een stam. Het is duidelijk dat Melchizédek geen mede-onderpriesters had. Wanneer Christus dus moet dienen ten gunste van de gezalfden "volgens de wijze van Melchizédek," mogen we verwachten dat hij geen organisatie van onderpriesters heeft tot de tijd waarop het geestelijk Israël begint te functioneren als een feitelijk koninkrijk.

Eens dat de 144.000 tot volmaaktheid zijn gebracht, wat betekent dat de natie van het geestelijk Israël en het hemelse Sion volledig aan de macht gekomen zijn, kunnen we echter verwachten dat het patroon vervuld zal worden waarbij Jezus als de op Aäron gelijkende Hogepriester zal dienen en de 144.000 het patroon vervullen van de Levitische onderpriesters. De 24 oudere personen symboliseren de 144.000 opgesplitst in 24 afdelingen van priesters - net zoals bij de Levieten na hun terugkeer uit Babylon. Samen zullen Jezus en de 144.000 gedurende het Millennium dienen als koningen en priesters ten gunste van de mensheid.



Het lijkt erop dat ik steeds meer problemen krijg met het behouden van een positieve instelling ten opzichte van de vergaderingen. Recente gebeurtenissen, zowel persoonlijk als met het Genootschap, heeft me een gevoel gegeven van vervreemding en wantrouwendheid ten opzichte van wat er van het podium gezegd wordt. Ik heb nog nooit meer over iets gebeden dan nu over de huidige stand van zaken, zelfs niet over mijn opdracht of huwelijk. Ik weet niet wat ik over het hoofd zie of hoe ik het moet oplossen. Ik heb het gevoel dat Jehovah's geest me verlaten heeft. Zie ik iets over het hoofd?


Het is niet ongewoon dat christenen zich zo nu en dan ontmoedigd, niet verbonden en zich zelfs verlaten voelen door God. Zelfs de apostel Paulus voelde zich bestookt en ontmoedigd. Daarom schreef hij het volgende aan de Korinthiërs: "Wij worden in elk opzicht bestookt, maar toch niet zo in het nauw gedreven dat wij ons niet meer kunnen bewegen; wij zijn ten einde raad, maar niet totaal zonder uitweg; wij worden vervolgd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeworpen, maar niet vernietigd." (2 Korinthiërs 4:8, 9)

Als Jehovah's Getuigen moeten we het Grote Geheel niet uit het oog verliezen - de doorslaggevende strijdvragen omtrent Jehovah's soevereiniteit en ons persoonlijke geloof en integriteit ten opzichte van God. Een Jehovah's Getuige zijn omvat veel meer dan enkel in de velddienst gaan en de boodschap van het Wachttorengenootschap te prediken. Een getuige van Jehovah zijn in de ware zin des woords betekent dat we bereid moeten zijn te lijden voor Gods rechtvaardige Zaak; in iedere situatie of omstandigheid die ons treft.

Zo nu en dan kan ons lijden en onze verwarring het gevolg zijn van acties of juist het ontbreken daarvan van onze eigen broeders en zusters. De huichelarij en het bedrog van het Wachttorengenootschap kan juist de bron zijn voor onze gevoelens van vervreemding. Het is alsof de organisatie ons "in de steek heeft gelaten" zodat we verwarrende kwesties zelf moeten zien op te lossen.

De meeste christenen zullen het er waarschijnlijk mee eens zijn dat het veel moeilijker is met lijden om te gaan dat over ons komt van binnenuit de gemeente, dan met vervolging van buitenaf. Dat komt omdat we meestal alleen moeten lijden - zonder de ondersteuning van de gemeente. In dat opzicht is het alsof we worden "neergeworpen" en "in het nauw gedreven" worden zodat we ons niet meer kunnen bewegen. Maar, wanneer Jehovah toelaat dat deze dingen gebeuren, kunnen we er zeker van zijn dat het zijn voornemen dient. Wanneer we vastbesloten zijn Zijn wil te doen, en niet die van onszelf, zullen we met die kennis voorwaarts gaan - wetend dat hij nooit zal toestaan dat we volledig vernietigd worden.

Staken we de wedloop des levens omdat de broeders struikelblokken voor ons neergelegd hebben? Niet als we de grote strijdvragen in gedachte houden. Daarom zegt Paulus na de eerder aangehaalde verzen verder: "Altijd verduren wij overal in ons lichaam de dodelijke behandeling die men Jezus deed toekomen, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar gemaakt moge worden."

Wanneer we ervan overtuigd zijn dat het Jehovah's wil is dat we lijden zodat we onze liefde en ons geloof in Hem kunnen bewijzen, zou het veel eenvoudiger voor ons moeten zijn te verduren wat ons ook overkomt. En we kunnen er zeker van zijn dat hij ons niet volledig zal verlaten - ondanks dat het wellicht lijkt alsof dat wel zo is.

Iets anders wat we moeten bedenken is: "De liefde faalt nimmer." Wanneer we werkelijk liefde hebben voor onze broeders en zusters is het veel eenvoudiger verder te kijken dan hun vele fouten. Liefde helpt onze achterdocht over motieven van een ander te verzachten. Wanneer we liefdevolle interesse hebben in het welzijn van anderen, zullen we ons minder zorgen maken over onze eigen gedachten en onze eigen ontmoediging. De belangrijkheid van liefde kan niet gematigd worden, vooral in het licht van hetgeen de apostel Johannes schreef in 1 Johannes 3:14: "Wij weten dat wij van de dood tot het leven zijn overgegaan, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood."



Een tijdje geleden heb ik je 2 ingescande brieven gestuurd die het Wachttorengenootschap me geschreven heeft in antwoord op mijn vragen over de VN kwestie. Kun je me enige feedback hierover geven? Heb ik de boodschap verkeerd begrepen of werd er gezegd wat ik dacht dat er gezegd werd? Reageerde ik te heftig of zijn ze echt over de schreef gegaan? Ik zou graag een objectief antwoord ontvangen zodat ik dit achter me kan laten. Heb je suggesties? Bedankt.


Wanneer personen het e-watchman postzakformulier gebruiken, kunnen ze een vraag naar me sturen zonder dat ze hun eigen emailadres achterlaten. Zover ik me kan herinneren is dat hetgeen je oorspronkelijk gedaan hebt. Ik kon dus niet persoonlijk aan je antwoorden. Ik heb een speciale oproep gedaan op het Paradise Café Forum met de vraag contact met me op te nemen. Ik wilde verifiëren dat het Wachttorengenootschap je werkelijk beschuldigd heeft van ofwel 'onwetend te zijn over de feiten ofwel kwaadwillend' te zijn. Ik zou nog steeds een soort van gescande kopie of andersoortig duplicaat willen hebben. Als je me kunt voorzien van een kopie van die brieven zou ik je dankbaar zijn. Zoals je echter met me eens zal zijn, zou het niet wijs zijn het Wachttorengenootschap van iets te beschuldigen zonder bewijs te hebben voor die beweringen.

Om eerlijk te zijn valt het moeilijk te geloven dat het Wachttorengenootschap zoiets zou zeggen tegen één van Jehovah's Getuigen die in zijn onschuld informatie vraagt over hun NGO affaire. Wanneer het Wachttorengenootschap je echter wel op zo'n manier heeft toegesproken, heb je alle reden om gekwetst te zijn. Houd echter in gedachten dat het Genootschap nimmer enig detail heeft gepubliceerd in welke publicatie maar ook over hun 10-jarige verbond met de Verenigde Naties als een NGO. Ze hebben enkel gereageerd op bepaalde bijkantoren en specifieke onderzoeken. We kunnen er zeker van zijn dat alleen de hoogste functionarissen binnen het Wachttorengenootschap op de hoogte zijn van alle feiten. Zonder twijfel weten zelfs de meeste ouderlingen op Bethel niet dat het Wachttorengenootschap op een dergelijk walgelijke en huichelachtige wijze heeft gehandeld. Ironisch genoeg zal het waarschijnlijk zo zijn dat de ouderling die de toewijzing had op jouw brief te reageren zelf "onwetend over de feiten" is.

Door dit in beschouwing te nemen kun je geholpen worden enige empathie te hebben voor de lastige positie waarin het Wachttorengenootschap de ouderlingen gemanoeuvreerd heeft. Zij worden geacht het Wachttorengenootschap te verdedigen, terwijl ze zelf onwetend worden gehouden door het Wachttorengenootschap. Wellicht helpt medegevoel voor ouderlingen je de dingen persoonlijk achter je te laten. In gedachte houden dat Jehovah het Genootschap ter verantwoording zal roepen, kan je ook helpen de zaken in een juist perspectief te zien.



Is het mogelijk dat JG's een soort van organisatorisch "volgende fase" zijn binnengegaan, of binnenkort binnengaan, waarbij het WTG volledig verworpen wordt door Jehovah God en dat de ware aanbidders - met ogen des geloofs - de roep zullen herkennen om verder te gaan naar wat die "volgende fase" ook moge wezen? (Merk alsjeblieft het woord 'mogelijk' op)


Ja. Dat is de boodschap die e-watchman probeert over te brengen.

Het Wachttorengenootschap heeft vaak gezegd dat Bijbelse profetieën niet volledig begrepen kunnen worden tot nadat ze in vervulling zijn gegaan. Maar, is dat werkelijk zo? Is dat in werkelijkheid geen erkenning van hun gebrek aan inzicht? Het doel van Bijbelse profetieën is tenslotte van tevoren de dingen die in de toekomst gaan gebeuren te voorzeggen. Het Wachttorengenootschap citeert zelfs vaak Amos 3:7, waar staat: "Want de Soevereine Heer Jehovah zal niets doen tenzij hij zijn vertrouwelijke aangelegenheid heeft geopenbaard aan zijn knechten, de profeten."

Het Wachttorengenootschap lijkt echter volledig in beslag te worden genomen door hun pogingen een groot deel van het profetische woord op het verleden van toepassing te brengen - vooral op de tijdsperiode van 1914-1919. Of dát is het geval, of het Wachttorengenootschap past de negatieve profetieën toe op de christenheid en het direct daarop volgende vers weer op zichzelf. Het resultaat van de profetische interpretatie kan worden vergeleken met een vierkante pen in een rond gat proberen te slaan.

Beschouw bijvoorbeeld eens de interpretatie van het Wachttorengenootschap van Mattheüs 24:15-17 waar al zo lang aan wordt vastgehouden: "Wanneer gij daarom het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, waarover door bemiddeling van de profeet Daniël gesproken is, in een heilige plaats ziet staan (de lezer gebruike onderscheidingsvermogen), laten dan zij die in Judéa zijn, naar de bergen vluchten. Laat de man die zich op het dak bevindt, niet naar beneden komen om de goederen uit zijn huis te halen…"

Zoals we kunnen erkennen is de verwoesting van de "heilige plaats" door het "walgelijke ding" een belangrijk kenmerk van het besluit van het samenstel. Maar, wat is de heilige plaats precies? De interpretatie van het Wachttorengenootschap zegt dat de "heilige plaats" de christenheid is - maar is dat zo? Niet volgens de Hebreeuwse profetieën. Diverse essays op e-watchman beargumenteren dat de heilige plaats een afbeelding is van de aardse organisatie verbonden aan Christus' gemeente. Net zoals Jeruzalem een essentiële rol vervulde in Gods voornemen, maar daarna verworpen werd, heeft ook het Wachttorengenootschap tot op dit moment Gods voornemen gediend, maar zal ze waardeloos worden wanneer de feitelijke oogst van het Sleepnet binnen wordt gehaald.

Er bestaan diverse profetieën die voorzeggen dat er een definitieve uitstorting van Gods geest zal plaatsvinden over de getrouwen die de ineenstorting van het Wachttorengenootschap verduren. In overeenstemming met Jezus' instructies aan christenen om het tegenbeeldigde Jeruzalem te verlaten wanneer het omsingeld wordt door het politieke "walgelijke ding", is het 32ste hoofdstuk van Jesaja bijvoorbeeld een messiaanse profetie die evenzo voorzegt dat Jehovah's heilige stad verlaten zal worden; maar dat nadien de geest van God zal worden uitgestort van omhoog en een geestelijk paradijs tot bestaan zal komen.

Jesaja 32:14, 15 voorzegt: "Want zelfs de woontoren is verlaten, zelfs het tumult van de stad is uitgestorven; ja, Ofel en de wachttoren zijn kale velden geworden, voor onbepaalde tijd de uitbundige vreugde van zebra's, de weide van kudden; totdat over ons de geest wordt uitgestort van omhoog, en de wildernis een boomgaard geworden zal zijn en de boomgaard zelf een waar woud wordt geacht."



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman