Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 7 t/m 13 augustus 2005


 

De ‘komst' van Jezus in Mattheüs 24 verwijst naar Jezus als rechter en uitvoerder van oordelen te Armageddon. Het Griekse woord <I>parousia</I> dat in hetzelfde hoofdstuk wordt gebruikt, is wel gedefinieerd als zowel de aankomst als de hierop volgende tegenwoordigheid van een koninklijk personage. Jezus gaf tekenen die deze speciale gebeurtenissen zouden markeren. Ik ben echter een beetje in verwarring over de precieze timing ervan. Het verslag zou begrepen kunnen worden alsof deze tekenen een inleiding zijn van Jezus' tegenwoordigheid en niet tijdens zijn tegenwoordigheid plaatsvinden. In overeenstemming met de bovenstaande definitie, is het mogelijk dat de parousia Jezus' komst te Armageddon en zijn daarop volgende tegenwoordigheid als Koning over de gereinigde aarde combineert?



Jezus' komst is het begin van zijn onzichtbare tegenwoordigheid en het besluit van het samenstel. Het besluit van het samenstel is een periode met een bepaald begin- en eindpunt – in tegenstelling tot een volledig einde. Het Griekse woord syntelia wordt zowel met ‘besluit van het samenstel' als ‘tijd van het einde' vertaald. In het 13 de hoofdstuk van Mattheüs gaf Jezus twee illustraties over de oogst en het sleepnet waarin hij zei dat de oogst een besluit van het samenstel van dingen was. De oogst van de tarwe en het onkruid vindt daarom plaats tijdens Christus' tegenwoordigheid – vóór het volledige einde van het samenstel. (Lees voor meer informatie over dit onderwerp de laatste vraag in de Postzak van 2 februari 2003.)



Ik vind je website heel interessant, vooral je zienswijze over een toekomstige “tijd van het einde.” Hoe kunnen we echter jouw interpretatie van profetieën vertrouwen, wanneer ware kennis pas in de tijd van het einde overvloedig zal worden? (Daniël 12:4)



Jehovah vertelde Jeremia omver te halen en uit te rukken, zodat er geplant en opgebouwd zou kunnen worden. Natuurlijk wierp Jeremia niet letterlijk het Joodse samenstel omver, noch rukte hij het letterlijk uit. Hij kondigde enkel Jehovah's intentie daarvoor aan. Dat geldt tevens voor mijn werk. Het is bedoeld om diepgewortelde redeneringen omver te werpen; vooral met betrekking tot de diepgewortelde bewering dat Christus' koninkrijk in 1914 is gaan regeren en we zodoende zijn werkelijke komst kunnen aanvaarden. Het feit dat jij en een groeiend aantal anderen de redelijkheid inzien van het wegdoen van de leerstelling dat de tijd van het einde in 1914 is begonnen, is voor dit moment voldoende. Daarmee volgen we het patroon van eerst afbreken en uitrukken, voordat we kunnen opbouwen en planten.



Gods volk krijgt het gebod uit Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie, te gaan. Volgens ons begrip is de christenheid het meest prominente deel van dit vals religieuze rijk en heeft ze een parallel met het ontrouwe Jeruzalem. Je hebt echter beargumenteerd dat het Wachttorengenootschap alle negatieve profetieën onterecht op de christenheid heeft toegepast, terwijl ze alle positieve van toepassing heeft gebracht op Jehovah's Getuigen, waarmee je feitelijk aangeeft dat de negatieve profetieën op Gods volk zelf van toepassing zijn, of meer specifiek, op het geestelijk Israël. Wanneer Jezus' profetie aangaande zijn tegenwoordigheid en het besluit van het samenstel van dingen met betrekking tot christenen die uit Jeruzalem vluchten een hedendaagse parallel heeft, laat dit dan niet zien dat een dergelijke parallel in vervulling moet gaan door middel van de vernietiging van Babylon de Grote door het scharlakengekleurde wilde beest uit Openbaring, daar Gods volk het gebod krijgen van haar uit te gaan, evenals de 1 ste eeuwse christenen het gebod kregen uit het ontrouwe Jeruzalem te vluchten? Het was een walgelijk ding dat Jeruzalem vernietigde en Openbaring laat zien dat de parallel hiervan het scharlakengekleurde beest is dat Babylon de Grote vernietigt. Geeft dat niet aan dat de christenheid een parallel heeft met het ontrouwe Jeruzalem? – Mattheüs 24:15, 16; Openbaring 18:4, 5



Volgens het Wachttorengenootschap viel Babylon de Grote in 1919 en ondersteunt de engel, naar men aanneemt, vanaf dat moment de roep van het Wachttorengenootschap om van haar uit te gaan. Het komt erop neer dat individuele personen uit Babylon de Grote gaan door de christenheid te verlaten. Dat is echter niet in harmonie met het historische verslag over de Joodse uittocht uit het oude Babylon. Nadat Cyrus Babylon plotseling omver had geworpen, vaardigde hij het decreet uit waardoor de Joden naar Jeruzalem konden terugkeren. Degenen die genegen waren terug te gaan, degenen die de aanbidding van Jehovah weer in Jeruzalem wilde vestigen, pakten hun spullen en verlieten als groep Babylon. Ze verlieten Babylon niet individueel over een tijdsperiode van tientallen jaren of zelfs eeuwen.

Een ander aspect van de profetische leerstelling van het Wachttorengenootschap dat niet klopt, is ons begrip van wat de heilige plaats is die volgens Jezus verwoest zou worden door een walgelijk ding. Het Genootschap gelooft natuurlijk dat de heilige plaats een afbeelding is van de onheilige christenheid. Maar, als dat zo is, waarom instrueerde Jezus zijn discipelen dan te vluchten uit de gedoemde stad wanneer ze het walgelijke ding in de heilige plaats zouden zien staan? Als ware christenen reeds uit Babylon gevlucht waren, waarom zouden ze dan moeten vluchten wanneer het walgelijke ding ten tonele zou komen? Het is waar dat het Genootschap voorheen leerde dat het walgelijke ding oorspronkelijk in de heilige plaats ging staan toen de Volkerenbond tot bestaan kwam en door enkele geestelijken werd geprezen als ‘de politieke uitdrukking van het koninkrijk Gods op aarde.' De Wachttoren van 1 mei 1999 paste die leerstelling echter een beetje aan. Het Wachttorengenootschap leert nu dat het walgelijke ding pas in de verdrukking in de heilige plaats staat. Hier volgt een klein deel uit dat artikel:

Ligt, aangezien het begin van de grote verdrukking nog moet komen, het 'staan in een heilige plaats' dan ook nog in de toekomst? Klaarblijkelijk wel. Hoewel „het walgelijke ding” vroeg in deze eeuw verscheen en aldus reeds decennia bestaat, zal het in de nabije toekomst op een unieke wijze „in een heilige plaats” gaan staan. Net als eerste-eeuwse volgelingen van Christus nauwlettend moeten hebben opgelet om te zien hoe het 'staan in een heilige plaats' zich zou voordoen, geldt dit ook voor hedendaagse christenen.”

Dus, hoe verwachten Jehovah's Getuigen te reageren op het toekomstige tegenbeeldige walgelijke ding dat in de heilige plaats staat? Het artikel zegt verder dat ware christenen in die tijd zullen tonen dat ze geen deel van de christenheid zijn. Het is interessant dat het artikel het volgende zegt:

Wij moeten er zeker van zijn dat onze toevlucht nog steeds Jehovah en zijn met een berg te vergelijken organisatie is (2 Samuël 22:2, 3; Psalm 18:2; Daniël 2:35, 44). Daar zullen wij bescherming vinden! Wij zullen de mensenmenigten niet navolgen die zullen vluchten naar „de holen” en zich zullen verbergen „in de rotsen van de bergen” — menselijke organisaties en instellingen die wellicht nog een zeer korte tijd zullen bestaan nadat Babylon de Grote verwoest is.”

Door te zeggen dat Jehovah's Getuigen hun toevlucht zullen vinden “in Jehovah en zijn met een berg te vergelijken organisatie,” kunnen we ons afvragen wat het Wachttorengenootschap precies beschouwt als deze “op een berg gelijkende organisatie” waarin we onze toevlucht zullen vinden? Hoewel het genootschap leert dat het koninkrijk van God de symbolische berg is, leert ze tevens dat het Wachttorengenootschap zélf “Jehovah's zichtbare organisatie” vormt. En als zodanig wordt er over het algemeen aangenomen dat Jehovah's zogenoemde zichtbare organisatie een permanente en onverwoestbare instelling is. Daarom is het op dit moment ondenkbaar dat Jehovah het Wachttorengenootschap ooit zou verstoten. Het grootste deel van de essays op e-watchman.be beargumenteren echter dat dat precies is wat de profeten hebben voorzegd.



Ik heb moeilijkheden met Openbaring 22:13, waar de spreker zichzelf de Alfa en Omega noemt, wat op Jehovah slaat, en dat er later gezegd wordt dat Jezus spreekt. Wat begrijp ik niet?



Dat onderwerp is reeds enkele malen ter sprake gekomen. Gebruik alsjeblieft de zoekfunctie om antwoord te vinden op je vraag.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman