Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 
 

Wachttorencitaat 1 Augustus 1968

"Een Verstandig Gebruik Maken van de Overgebleven Tijd"
 

Velen in deze wereld, vooral geleerden, opvoedkundigen en politieke leiders, aanvaarden de opvatting dat de mens reeds miljoenen jaren op aarde is. Zij geloven dat hij zijn huidige staat van ontwikkeling heeft bereikt door het proces van de evolutie en dat dit proces voor onbepaalde tijd in de toekomst zal blijven voortgaan. Hierdoor zijn zij van mening dat de mens onbeperkte mogelijkheden en tijd heeft om zijn plannen te doen slagen. Een christen wordt door dit satanische dogma echter niet voor de gek gehouden. Gods voornaamste tegenstander zou graag willen dat alle mensen geloven dat nergens een vastgestelde tijd voor bestaat, zelfs niet voor Gods voornemens. Daar een christen echter volledig op God en zijn Woord vertrouwt, weet hij dat de mens geen onbegrensde toekomst in dit samenstel van dingen heeft. Hij beseft waar wij ons in de stroom des tijds bevinden en dat Gods oordelen over dit samenstel van dingen spoedig voltrokken zullen worden.

2 De christen die over nauwkeurige kennis van Jehovah's voornemens beschikt, wijst de speculaties van de mensen van de hand. Hierbij zijn inbegrepen de speculaties van historici die niet in de bijbel geloven, maar die aan gebeurtenissen in 's mensen geschiedenis fantastische datums verbinden. Betreffende de onbetrouwbaarheid van zulke datums verklaart het boek The Secret of the Hittites, door C.W. Ceram, in het hoofdstuk getiteld "De wetenschap van historische datering":

"Een ieder die voor het eerst de studie van de oude geschiedenis ter hand neemt, moet wel onder de indruk komen van de positieve wijze waarop moderne historici gebeurtenissen dateren die duizenden jaren geleden hebben plaatsgevonden. In de loop van zijn verdere studie zal deze verwondering eerder nog toenemen. Als wij namelijk de bronnen van de oude geschiedenis onderzoeken, bemerken wij hoe bekrompen, onnauwkeurig, of regelrecht onwaar de berichten waren, zelfs in de tijd waarin ze oorspronkelijk zijn geschreven. En armzalig als ze oorspronkelijk al waren, zijn ze, zoals ze ons zijn overgeleverd, nog armzaliger: half vernield door de tand des tijds of doordat mensen ze nonchalant en ruw hebben behandeld.

Hoe verder wij onze studie trouwens voortzetten, hoe minder wij onder de indruk komen van de datums die ons in het begin met eerbied vervulden. Wij beginnen het raamwerk van de chronologische geschiedenis te herkennen voor wat het is - een zuiver hypothetische constructie, die bij elke verbinding uit elkaar dreigt te vallen. Scheef en wankel als het is, geeft het ons een beeld van een vreemde, willekeurige geschiedenis, terwijl ons instinct ons terzelfdertijd vertelt dat de oude beschavingen de een of andere redelijke en organische groei moeten hebben gehad. Als wij dit punt bereiken, beginnen wij élke datum in twijfel te trekken!

Om een voorbeeld van de onbetrouwbaarheid van chronologie te geven: na een eeuw lang te hebben gearbeid, moesten onderzoekers de datum voor de unificatie van Egypte door koning Menes, die de eerste Egyptische dynastie heeft gesticht, van 5867 v.Chr. naar 2900 v.Chr. verschuiven. En zelfs deze laatste datum, die als het werkelijk begin van de Egyptische geschiedenis wordt beschouwd, is nog niet eens met volledige zekerheid vastgesteld....

Als wij echter nog dieper op het onderwerp ingaan, keert onze eerbied voor hetgeen door het detectivewerk op het gebied van de geschiedenis tot stand is gebracht, terug. Wij komen te weten dat geleerden een nauwkeurig onderscheid hebben gemaakt tussen 'vaste' en 'vermoedelijk' datums, en wij ontdekken dat het chronologische raamwerk van de oude geschiedenis op ten minste enkele vaste punten rust. Bepaalde sleuteldatums, waaromheen andere datums zijn verzameld, kunnen bijna feilloos worden vastgesteld. Ze zijn 'vast'."

3 Buiten de Bijbelse tijdtafel, zijn de meeste datums die door historici zijn vastgesteld, dus onbetrouwbaar. Slechts enkele 'vaste' of absolute datums, zoals 539 v.G.T. kunnen als zeker worden aanvaard. Christenen die vertrouwen stellen in Jehovah's Woord, weten dat het in de bijbel zelf aangetroffen bewijsmateriaal de beste gids in deze kwesties is. Dit helpt ons met grote nauwkeurigheid vast te stellen waar wij ons in de stroom des tijds bevinden, speciaal met betrekking tot de zevende tijdsperiode, of "dag", waarvan in Genesis melding wordt gemaakt. - Genesis 2:2, 3.

DE ZEVENDE DAG

4 Volgens betrouwbare bijbelse chronologie werd Adam geschapen in het jaar 4026 v.G.T., waarschijnlijk in de hersft van het jaar, aan het eind van de zesde scheppingsdag. Vervolgens bracht God de dieren tot de mens om ze een naam te geven. Nochthans zegt Jehovah in Genesis ten aanzien van Adam: "Het is niet goed, dat de mens alleen zij" (Gen. 2:18). Adam zou deze eenzame toestand heel vlug, misschien binnen slechts enkele dagen of weken, beseffen. Hij zou beseffen dat hij een andere aardse mens nodig had met wie hij kon omgaan en met wie hij zijn ervaringen en zijn leven kon delen. Het zou hem ook niet al te veel tijd kosten de dieren een naam te geven. De fundamentele diersoorten zou hij betrekkelijk snel een naam geven, want toen zulke fundamentele soorten in Noachs tijd in de ark werden gebracht, betrof dit niet miljoenen beesten, doch misschien slechts een paar honderd fundamentele soorten. Het zou Adam dus slechts een korte tijd na zijn schepping hebben gekost om de dieren een naam te geven en te beseffen dat hij een tegenhanger nodig had. Daar het bovendien Jehovah's voornemen was dat de mens zich zou vermenigvuldigen en de aarde zou vullen, is het logisch dat hij Eva kort na Adam heeft geschapen, misschien slechts enkele weken of maanden later in hetzelfde jaar, 4026 v.G.T. Onmiddelijk na haar schepping, kwam Gods rustdag, de zevende periode.

5 Derhalve lopen Gods zevende dag en de tijd die de mens op aarde is klaarblijkelijk parallel. Om te berekenen waar de mens zich met betrekking tot Gods zevende dag van 7000 jaar in de stroom des tijds bevindt, moeten wij vaststellen hoeveel tijd er is voorbijgegaan sinds het jaar dat Adam en Eva in 4026 v.G.T. werden geschapen. Van de herfst van dat jaar tot de herfst van 1 v.G.T. zou 4025 jaar zijn. Van de herfst van 1 v.G.T. tot de herfst van 1 G.T. is één jaar (er was geen jaar nul). Van de herfst van 1 G.T. tot de herfst van 1968 is in totaal 1967 jaar. Als wij 4025 en 1 en 1967 bij elkaar optellen, krijgen wij 5993 jaar vanaf de herfst van 4026 v.G.T. tot de herfst van 1968. Er blijven dan dus nog zeven jaar van de volle 6000 jaar van de zevende dag over. Zeven jaar vanaf de herfst van 1968 zou ons tot de herfst van 1975 brengen, 6000 volle jaren in Gods zevende dag, zijn rustdag.

6 Na 6000 jaren van ellende, gezwoeg, moeite, ziekte en dood onder Satans heerschappij is de mensheid hard aan verlichting, aan rust, toe. De zevende dag van de Joodse week, de sabbat, zou een goede afbeelding vormen van de laatste 1000 jaar, de 1000-jarige regering van Gods koninkrijk onder Christus waarin de mensheid wordt bevrijd van 6000 jaar zonde en dood (Openbaring 20:6). Als christenen daarom uit Gods tijdtafel opmerken dat het einde van de 6000 jaar menselijke geschiedenis nadert, vervult hen dit met verwachting. Dit is vooral zo omdat het grote teken van de "laatste dagen" sinds het begin van de tijd "van het einde" in 1914 in vervulling gaat. En Jezus heeft gezegd dat "dit geslacht geenszins zal voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden" (Matth. 24:34). Enkelen van het geslacht dat het begin van de tijd van het einde in 1914 onderscheidde, zullen ook getuige zijn van het einde van dit huidige goddeloze samenstel van dingen in de strijd van Armageddon. - Openb. 16:14, 16.

7 De onmiddellijke toekomst zal beslist vol uiterst kritieke gebeurtenissen zijn, want dit oude samenstel van dingen nadert zijn volledige einde. Binnen op zijn hoogst enkele jaren zullen de laatste onderdelen van de bijbelse profetie met betrekking tot deze "laatste dagen" in vervulling gaan, hetgeen zal uitlopen in bevrijding van de overlevenden tot in Christus' glorieuze 1000-jarige regering. Wat een moeilijke tijd, maar tevens, wat een grootse tijd ligt er vlak vóór ons!

8 Betekent dit dat in het jaar 1975 de strijd van Armageddon komt? Niemand kan met zekerheid zeggen wat een speciaal jaar zal brengen. Jezus heeft gezegd: "Van die dag of het uur weet niemand iets af" (Mark. 13:32). Het is voor Gods dienstknechten voldoende, met zekerheid te weten dat de tijd voor dit samenstel onder Satan, snel ten einde loopt. Hoe dwaas zou iemand zijn niet op zijn hoede en wakker te zijn met betrekking tot de beperkte tijd die ons nog rest, met betrekking tot de wereldschokkende gebeurtenissen die spoedig zullen plaatsvinden en met betrekking tot de noodzaak zijn eigen rediing te bewerken!

DE WAARDE VAN TIJD

9 Op de hoogte zijn van Gods tijdtafel en weten waar wij ons in de stroom des tijds bevinden, is één ding; de beschikbare tijd gebruiken, is iets anders. Zo een begrip van de tijd al van grote waarde is, is het nog wijzer deze verstandig te gebruiken. Tijd wordt van zo grote waarde geacht dat sommigen zeggen: "Tijd is geld". Tijd is kostbaar, waardevol, een gewaardeerd artikel. Eén manier om de waarde van tijd te bepalen, is de wijze waarop de waarde van koopwaar vaak wordt berekend - door vraag en aanbod. In de tijd van de "pony express" in de Verenigde Staten kostte het verzenden van een brief waarvoor thans ongeveer zes dollarcent wordt betaald, bijvoorbeeld verscheidene dollars. Hoe komt dit verschil? Doordat de pony express vroeger heel weinig ruiters had. Het aanbod was zeer beperkt, doch de vraag naar hun diensten was groot en dus waren zij kostbaar. Thans is het aanbod van postboden echter veel groter en derhalve niet zo kostbaar.

10 .....

Terug Naar de Postzak van 6-12 Oktober



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman