Home  |  LinksGastenboek | Contact | Forum
 

 

PAS OP VOOR "DE STEM VAN VREEMDEN"

Op het Districtscongres 2003 Geef God Heerlijkheid werd op zaterdagmiddag een lezing gehouden met een wat paternalistisch aandoende titel, namelijk Pas op voor "de Stem van Vreemden". De lezing benadrukte de noodzaak om op het internet en in de media alles te negeren en te verwerpen wat een ongunstig licht op de Wachttorenorganisatie werpt. De spreker begon de lezing met het lezen van de sleuteltekst in Johannes 10:4 en 5: "Wanneer hij alle die van hem zijn, naar buiten heeft gebracht, gaat hij voor ze uit, en de schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen. Een vreemde zullen ze geenszins volgen, maar ze zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen." De spreker benadrukte dat Jezus Christus de "voortreffelijke herder" is, en dat Jezus schapen alleen naar zijn stem luisteren. Jezus schapen zullen daarom nooit 'een vreemde stem volgen'.

Onze schrijvers stelden elkaar naar aanleiding van deze lezing enkele relevante vragen:

Is het luisteren naar Jezus stem altijd hetzelfde als luisteren naar het Wachttorengenootschap? Onze loyale broeders en zusters die al enige tientallen jaren de wekelijkse Wachttorenstudie bijwonen, weten dat dat niet altijd het geval geweest is. Wie leerde ons bijvoorbeeld dat het geslacht van 1914 "geenszins [zou] voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden"? Op grond van uitspraken in diverse uitgaven van De Wachttoren en Ontwaakt! geloofden we dat het Jezus zelf was die ons dat verzekerd had. In De Wachttoren van 1 juni 1984 (pagina 18, paragraaf 12) stond bijvoorbeeld:

"En Jezus heeft ons gezegd dat wij ons moeten verheugen als wij zien hoe de donkere onweerswolken van Armageddon zich vanaf die tijd samenpakken. Hij heeft ons verteld dat het "geslacht" van 1914 - het jaar waarin het teken in vervulling begon te gaan - "geenszins zal voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden" (Matthéüs 24:34). Enkelen van dat "geslacht" zouden aan het einde van de eeuw nog in leven kunnen zijn. Maar er zijn heel wat aanwijzingen dat "het einde" veel dichterbij is!"

Wanneer we anno 2003 dit citaat lezen, weten we wel beter en komt bovenstaande uitspraak nogal vreemd op ons over, is het niet? In de lezing werd Hebreeën 13:9 geciteerd waar gesproken wordt over "vreemde leringen". Moeten we bovenstaande leer daar eigenlijk ook toe rekenen?

Een andere vraag was: Is 'oppassen voor de (kritische) stem van vreemden' niet een goede manier om verdeeldheid en onenigheid in de organisatie te voorkomen? We willen toch immers de eenheid onder Jezus schapen bewaren?

Natuurlijk is eenheid onder Jezus schapen bijzonder aangenaam (verg. Ps. 133). Jezus bad niet voor niets op de laatste avond met zijn discipelen of zijn 'volgelingen één mochten zijn' (Joh. 17:20, 21). Hoe komt deze eenheid tot stand?

Bij het ontstaan van christelijke gemeenten in de eerste eeuw geven vooral Paulus brieven een idee van de gang van zaken in deze gemeenten. In zijn brieven kun je twee uitersten in het gebruik van goddelijke autoriteit onderscheiden. In de gemeente Korinthe zie je dat de oudere mannen blijkbaar laks waren in het gebruik van hun door God gegeven autoriteit. Door het gebrek aan leiding ontstond in de gemeente Korinthe verdeeldheid, totdat Paulus zijn apostolische autoriteit gebruikte en de zaken rechtzette door het schrijven van twee brieven. Aan de andere kant blijkt uit Paulus brieven ook dat sommige oudere mannen volledige controle over de gemeente trachtten te verkrijgen en zichzelf boven elke vorm van kritiek verhieven. Het gevolg was dan een geknechte gemeente waar geen vrijheid was om te groeien in geloof en liefde. Dat was bijvoorbeeld het geval in de gemeenten te Galatië.

In zijn congreslezing citeerde de spreker een passage uit Paulus brief aan de Galaten om de ultieme test voor ware goddelijke autoriteit te beschrijven. Zelfs de autoriteit van een hemelse boodschapper (engel) of de autoriteit van Paulus zelf moest daarmee beproefd worden: Loyaliteit aan het bijbelse goede nieuws. Hij schreef: "Maar ook al zouden wij of een engel uit de hemel U iets als goed nieuws bekendmaken buiten hetgeen wij U als goed nieuws hebben bekendgemaakt, hij zij vervloekt." (Galaten 1:8)

Het is belangrijk op te merken dat Paulus zich niet boven deze belangrijke maatstaf stelde. Paulus bezat dus rechtmatige goddelijke autoriteit zolang hij trouw was aan het bijbelse goede nieuws. Daarom stond hij volledig in zijn recht toen hij zijn goddelijke autoriteit gebruikte, opkwam voor waarheid en rechtvaardigheid, en Petrus, die rechtstreeks door Jezus was aangesteld om 'zijn schaapjes te voeden' (Joh. 21:15-17), in Antiochië voor alle aanwezigen terechtwees (zie ook hier). De prominente apostel Petrus, een lid van het eerste eeuwse besturende lichaam, was simpelweg ontrouw aan het bijbelse goede nieuws dat inmiddels ook voor christenen uit de natiën toegankelijk geworden was. Gelukkig vond Petrus niet dat hij boven terechtwijzing stond en beschuldigde Paulus derhalve niet van het veroorzaken van verdeeldheid. Hoe kan verdeeldheid trouwens verkeerd zijn als het over waarheid en dwaling gaat? Waarheid en dwaling moeten toch van elkaar gescheiden worden? Was Paulus' kritische stem "de stem van een vreemde" waarvoor men moest oppassen? Nee. Omdat Paulus gelijk had en Petrus dwaalde, corrigeerde Petrus gewoon nederig zijn verkeerde handelwijze.

Andere vragen die onze schrijvers elkaar stelden, waren: Vond Jezus het nodig dat onze broeders en zusters van bovenaf gestuurd worden bij het identificeren van zijn stem? Moet elk kritisch stemgeluid over het Wachttorengenootschap als "de stem van vreemden" gekwalificeerd worden? Soms misschien wel, soms niet. Het is in dit kader interessant dat Maarten Luther in één van zijn reformatische geschriften benadrukte dat het niet aan de bisschop, paus en geleerde was om leer en kritiek op hun schriftuurlijkheid te beoordelen, maar dat dat juist aan Jezus' schapen zelf overgelaten diende te worden. Hij citeerde hiervoor de "voortreffelijke herder" die in Johannes 10:4, 5 en 8 het volgende verklaarde: 'Mijn schapen kennen mijn stem', 'mijn schapen volgen de stem van vreemden niet', en 'allen die in plaats van mij zijn gekomen, zijn dieven en plunderaars; maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd'. Jezus heeft blijkbaar zoveel vertrouwen in het onderscheidingsvermogen van zijn schapen dat hij ze loslaat en het aan hen overlaat om te toetsen of datgene wat ze horen Jezus' stem is, of "de stem van vreemden". Kan het Wachttorengenootschap hierin nog iets van Jezus leren?

| Terug |